Startpagina Akkerbouw

Grasland herstelt na droge zomer

De opeenvolgende hittegolven eisten deze zomer hun tol in grasland, waarbij verdroging van de zode optrad met lagere opbrengsten tot gevolg. Gras wortelt oppervlakkig en het water in de wortelzone verdween snel.

Leestijd : 7 min

Een bodemtemperatuur vanaf 20°C geeft al hittestress bij gras. De hergroei van gras wordt dan al beperkt doordat de huidmondjes sluiten. Tevens geeft hittestress open plekken in graszoden waar (pioniers)onkruid nadien alle kansen krijgt.

Vernieuwing versus doorzaai

Een verdroogde zode betekent niet dat telers het grasland moeten scheuren, aangezien graszoden zeer flexibel zijn. Een belabberd bovengronds beeld kan na nieuwe neerslag snel wijzigen door de vorming van nieuwe witte wortels en groene scheuten. Droogte- en hittestress beschadigden de haarwortels, die na regen eerst moeten bekomen. Dat kan zelfs met slechts 1 levende wortel per 10 cm2. Een (bodem)bemesting in deze omstandigheden leidt tot extra zoutstress, die het grasland niet ten goede komt.

Op een kwalitatieve, maar uitgedunde zode kan een teler doorzaaien met gewenste grassen, klavers of kruiden. Dit kan in het voor- of najaar. De open plekken vullen zich echter ook met onkruid(gras) zoals kweek, maar ook dicotylen zoals muur, die snel kan overwoekeren. Kweek overleeft goed in droogte dankzij lange, witte wortelstokken die kwalitatieve grassen wegconcurreren. Zaai ongeveer 25 à 35 kg graszaad/ha perceelsbreed of pleksgewijs.

Let op, bij doorzaai in het voorjaar zaai je idealiter vroeger dan het moment waarop de groei van de bestaande planten start. De jonge plantjes komen namelijk in de schaduw te staan, wat de ontwikkeling van de jonge plantjes bemoeilijkt.

Een grasmengsel zoals Superstar Restart is geselecteerd op soorten Engels raaigras die ook bij koudere temperaturen kunnen kiemen, bijvoorbeeld later in het najaar of in het voorjaar al snel na de winter. Dit graszaad bevat tevens een coating die vocht aantrekt, om zo snel te starten. Daarnaast kan een ander mengsel, zoals Superstar Beltop, in een intensief beheerd grasland bij de komende warmere najaarsdagen.

Volledige graslandvernieuwing

Ook een volledige vernieuwing is zowel in het voorjaar als in het najaar mogelijk. Op sterk beschadigde zoden of waar veel (gras)onkruid voorkomt, (meer dan 20-30%) is het economisch interessant om te vernieuwen. Met bijbemesten bevorderen we de onkruiden te veel. Daarnaast ligt het nitraatresidu reeds hoger door de droogte.

Landbouwkundig is het najaar de beste optie, aangezien dan de opbrengstverliezen en onkruidontwikkeling minimaal zijn. De bodem is nog warm en er is voldoende vocht voor een vlotte kieming. Het tijdstip voor (her)zaai is afhankelijk van het mengsel en ligt tussen augustus en eind oktober.

Een nadeel is dan weer het hogere nitraatresidu door de verhoogde mineralisatie, waarbij stikstof en koolstof vrijkomen. Vermijd organische mest bij herinzaai van grasland. Een stikstofgift verhoogt de kans op een hoog nitraatresidu. Bij scheuren ontstaat tevens het risico op een te hoog nitraatresidu.

Tot slot is het belangrijk dat het gras niet te lang de winter ingaat. Wanneer je vroeg zaait, bijvoorbeeld begin september, neem je het best nog een snede. Indien je niet nog wenst te maaien, wacht je het best tot de tweede helft van september om te zaaien. Bij te groot gras voor de winter kunnen vorst en sneeuw leiden tot verstikking en ziekteontwikkeling.

Zaaidata en -omstandigheden

Andere nuttige grassen, zoals rietzwenkgras, moeten iets vroeger worden gezaaid in vergelijking met enkel Engels raaigras, vanwege hun tragere kieming. Vlinderbloemigen, zoals klavers en luzerne, worden idealiter tot midden september gezaaid. Bij mengsels met cichorei, smalle weegbree, duizendblad, karwij, wilde peen, pimpernel… valt de uiterste zaaidatum het best nog vroeger dan midden september, zoals bij de vlinderbloemigen.

Bij ideale kiemomstandigheden regent het 20-30 l/m2 na de zaai. Droogte na de zaai is geen drama. Een korte bui van enkele liters (3-5 l) na zaai, gevolgd door een droogteperiode, geeft echter wel problemen door het uitdrogen van nieuwe kiemers. Gras kiemt het best in een goed aangedrukte bodem.

Mengsels en grassoorten

In een extremer klimaat, zoals we dit jaar kenden, neemt het belang van de soortkeuze in een grasmengsel toe. Naast Engels raaigras wordt het interessant om soorten met een diepere beworteling in het mengsel mee te nemen. Dit geef een risicospreiding, daar de ene soort kan overnemen wanneer de andere stilvalt. Klavers en kruiden vullen de productie aan wanneer de grasgroei in de zomer stilvalt, dankzij diepere wortels. Denk daarbij aan rode klaver, cichorei en smalle weegbree.

Ook in grassen bestaan er verschillen. Rietzwenkgras, festulolium, kropaar... hebben een betere droogtetolerantie dan Engels raaigras en zijn opgewassen tegen nattere omstandigheden. Timothee wordt soms toegevoegd voor een verhoogde smakelijkheid. Opbrengsten van mengsels met Engels raaigras en rietzwenkgras liggen hoger bij extremere omstandigheden dan bij solo Engels raaigras. Let wel op: deze soorten hebben kleinere zaden en moeten daarom ondieper gezaaid worden.

Emeltschade in grasland vorig jaar. Hier werd een  bekalking met kalkcyanamide geadviseerd.
Emeltschade in grasland vorig jaar. Hier werd een bekalking met kalkcyanamide geadviseerd. - Foto: FG

Bemesting en bekalking

In het eerste jaar na de aanleg verandert de bodemtoestand. Om het jaar na de aanleg op de juiste wijze te bemesten, baseer je je het best op een nieuw grondstaal. Voor elke snede of graasbeurt moet je apart bekijken hoeveel stikstof en kalium er nodig is. Grasland heeft naast voldoende stikstof doorgaans 300-400 eenheden kali nodig. Qua stikstofgift kan bijvoorbeeld voor de eerste snede grasland ongeveer 100 à 120 eenheden, voor de tweede snede ongeveer 80 à 100 eenheden, voor de derde snede 50-60 eenheden en soms nog een vierde fractie met 40 à 50 eenheden.

Daarnaast geldt een verschil tussen maaien en begrazen. Waar bij maaien veel kalium wordt afgevoerd bij de oogst, moet die nadien worden bijgevuld, bijvoorbeeld via drijfmest. Bij begrazing blijft al veel kali achter vanuit de dierlijke mest. Overdrijf daarom niet met drijfmest. Voor een bemesting in jong gezaaid grasland is idealiter een N-P-K gewenst, vaak onder de vorm van een blend, of bijvoorbeeld stikstof in combinatie met zwavel (Nitrosulf).

Vooraleer door te zaaien kan een bekalking om de pH-waarde te herstellen. Dit kan tevens in het voor- of najaar. De kalkgift kan stikstof vrijstellen die nog benut kan worden door het grasland. Idealiter gebeurt het bekalken enkele weken voor het (door-) zaaien, aangezien kalk tijd nodig heeft om in de bodem te trekken en de zuurgraad (pH-waarde) te herstellen. In grasland zijn er geen bodemherbiciden beschikbaar tegen schadelijke insecten zoals ritnaalden, emelten… Een bekalking met kalkcyanamide kan hier (deels) een oplossing bieden.

Paarse dovenetel is een onkruid dat frequent voorkomt in grasland.
Paarse dovenetel is een onkruid dat frequent voorkomt in grasland. - Foto: FG

Bestrijding van probleemonkruiden in weides

Het voor- en najaar zijn tevens ideaal om een onkruidbestrijding uit te voeren. In het verleden zagen we in niet-behandelde weiden onkruiden sterk ontwikkelen. Zeker dit jaar, waarbij na een extreem droge zomer open plekken in de graszoden ontstonden. Daarin konden zich na nieuwe regenbuien makkelijk pioniersonkruiden vestigen.

Het is nu extra belangrijk om je percelen te controleren en om in te grijpen waar nodig. Wanneer je wacht tot na de winter, komen de onkruiden al sterk de winter uit, waarna ze al dan niet kunnen meegenieten van de eerste voorjaarsbemesting. De onkruiden zijn dan al sterker en dus moeilijker te bestrijden. Een propere weide is belangrijk voor een goede kwaliteit van het grasland.

Voor de bestrijding van onkruiden in weiland zijn werkzame stoffen beschikbaar uit 2 verschillende chemische groepen: de ALS-remmers, met onder andere Florasulam, (Primus, Trevistar), amidosulfuron (Proclova), thifensulfuron (Harmony Pasture); en de groeihormonen halauxifen (Frimax, Zypar), florpyrauxifen (Proclova), fluroxypyr (Starane Forte, Pixxaro, Primstar, Kart, Trevistar), clopyralid (Trevistar, Prevail), aminopyralid (Bofort, Luoxyl Super), triclopyr (Pastor, Doxstar, Prevail), MCPA (Agroxyl, Bofix, Cirran, U 46 M750) en 2,4 D (Cirran, Genoxone, Stapler), Dicamba (Banvel, Dicavel). Let op, niet alle producten zijn toegelaten in zowel het voor- als najaar.

Producten en toelating

Niet alle producten zijn altijd toegelaten. Daarnaast hebben sommige producten een verschillende dosis, afhankelijk van het toepassingsmoment. Let op het verschil in wachttermijn en toepassingsfrequentie. Enkele producten, bijvoorbeeld Trevistar (florasulam + fluroxypyr + clopyralid), hebben een wachttermijn van 7 dagen en mogen maximaal 1 x per 24 maanden. Ze mogen enkel nog van 1 februari tot en met 1 september, dus niet in het najaar.

Primus (florasulam) kan enkel in het voorjaar, Primstar (florasulam + fluroxypyr) kan dan weer zowel in het voor- als het najaar. Zypar (Arylex + florasulam) kan in het voorjaar aan 1 l/ha, in het najaar slechts aan 0,75 l/ha.

Producten met MCPA, zoals U 46 M en Agroxyl, hebben 7 dagen wachttermijn en kunnen zowel in het voor- als het najaar. Voor producten met actieve stof 2,4-D (Cirran, Genoxone) geldt dan weer een wachttermijn van 15 dagen. Controleer altijd eerst het etiket.

Producten met aminopyralid mogen enkel op permanente weiden die niet voor maaien bestemd zijn en die niet aansluiten op een stal. Mest van dieren die gegraasd hebben op behandelde weiden kunnen residu’s bevatten en fytotoxiciteit veroorzaken bij andere gewassen. Producten zoals Bofort, Garlon Super en Luoxyl Super zijn slechts 1 x per 36 maanden toegestaan.

Hormoonwerking van herbiciden na een toepassing op melganzenvoet in jong gezaaid grassland in 2025.
Hormoonwerking van herbiciden na een toepassing op melganzenvoet in jong gezaaid grassland in 2025. - Foto: FG

Gepaste middelenstrategie

Onkruiddeterminatie is zeer belangrijk. Zo is de kruipende boterbloem gevoelig voor florasulam, maar de scherpe boterbloem niet. Tegen boterbloemen en paardenbloemen hebben hormonen MCPA en 2,4-D een goede werking.

Bij kruisbloemigen, zoals herderstasje en herik, maar ook vogelmuur en tegen composieten zoals paardenbloem, kruiskruid… heeft florasulam een goede werking. Daarnaast helpt de hormoonstof clopyralid met een extra dieptewerking tot in de wortels.

Bij zuring en grotere muur pas je het best Starane Forte toe. Voor zuring heeft ook triclopyr een goede werking. Daarnaast werkt deze actieve stof goed tegen houtachtige onkruiden (zoals braam), grote brandnetel, klaver, ridderzuring…

Halauxifen heeft dan weer een goede werking tegen schermbloemigen zoals fluitekruid.

Let op, in weiland met klaver kunnen enkel middelen zoals Proclova en Harmony Pasture worden toegepast om de klaver te sparen.

Tabel 1 geeft de optimale bestrijdingsperiode voor onkruiden weer doorheen het seizoen. Een groene kleur wijst op een goed moment voor het uitvoeren van een bestrijding, een rode kleur betekent het omgekeerde.

37- tabelonkruidengrasland

Glyfosaat op grasland

Let op: op fytoweb verschilt de definitie van een volleveldtoepassing die vermeld staat als ‘bespuiting’, met die van een ‘plaatselijke behandeling’, die slechts op maximum 40% van de oppervlakte per perceel mag worden uitgevoerd. Grasland mag enkel plaatselijk worden behandeld met Roundup-producten voor het plaatselijk doodspuiten van de graszode, alvorens delen ervan te vernieuwen aan 1.440 g/ha. Daarnaast geldt dat dieren de behandelde plekken op het grasland niet mogen betreden, zolang deze plekken niet volledig vernieuwd zijn. Een volleveldstoepassing is hier dus niet meer toegelaten.

Daarnaast geldt een onderscheid tussen de generieke formulering met glyfosaat ten opzichte van de ‘echte’ Roundup-producten zoals Roundup Top en Roundup Dynamic en generieke producten zoals Glyfall Plus en Clinic Up. Generieke producten hebben geen toelating in grasland.

Frederik Goossens

Lees ook in Akkerbouw

“Wij leveren groenten tot 200 km ver in Duitsland”

Groenten In 2004 werden vollegrondsgroentetelers René en Teun Baetsen samen met collega-teler Huub in ‘t Zandt lid van Fossa Eugenia, een Limburgs samenwerkingsverband van groentetelers. Sindsdien werken beide bedrijven ook intensief samen. René Baetsen: “Gezamenlijk kun je meer volume draaien en klanten makkelijker bedienen. Zo telen wij nu ook paarse en gele wortelen en kunnen we geschilde wortelen leveren.”
Meer artikelen bekijken