Miscanthus biedt mogelijkheden
Tijdens de zomerstage van minister Brouns werd dieper ingegaan op de mogelijkheden die de teelt van miscanthus of olifantsgras biedt.

Bart Jacobs, die gastheer was voor de zomerstage van minister Brouns, startte recent een landbouwactiviteit in Lummen op en zag alvast potentieel in het zelf telen van miscanthus. Afgelopen juni plantte hij nog een perceel van 1,5 ha aan. Ondanks de droogte van deze zomer stond het veld er heel goed bij. Dat is een bevestiging dat miscanthus warme en droge perioden kan doorstaan.
Interessante teelt
Sander Maes, conceptmanager Agri-Horti bij Arvesta, gaf tijdens de zomerstage van minister Brouns meer duiding bij de opportuniteiten die dit gewas voor Vlaanderen biedt. Vooreerst haalde hij aan dat het past binnen de uitdagingen waar de landbouw vandaag de dag voor staat. “Een belangrijke hierbij is dat miscanthus goed weet stand te houden binnen een veranderend klimaat en onvoorspelbare weersomstandigheden. Daarnaast biedt het mogelijkheden om de economische druk en lage marges die de sector kent bij de teelt van traditionele landbouwgewassen op te vangen.”
Miscanthus is een meerjarig gewas dat, eenmaal aangeplant, naar schatting vlot 20 jaar kan aangehouden worden. Daarna kan het eventueel doodgespoten worden alvorens het met de cultivator los te trekken om de wortels te laten uitdrogen. Een (bos)frees verkleint verder de gewasresten.
Sander Maes legde de nadruk op het feit dat miscanthus een enorm productief gewas is dat weinig nodig heeft om te groeien. De waterinput zou volgens cijfermateriaal dat hij toonde 20 à 40 % lager liggen per ton droge biomassa ten opzichte van maïs. Miscanthus heeft nauwelijks bemesting nodig en vergt enkel wat onkruidbestrijding in het eerste jaar van aanplant, want dan is de bodem nog onvoldoende dichtgegroeid.
Zowel op goede gronden als op armere gronden gedijt miscanthus. Het is tevens een gewas dat ingezet kan worden op percelen die wat verder van de boerderij liggen, omdat je er na aanplant maar weinig meer moet zijn, behalve voor een jaarlijkse oogst. Ook op nattere gronden ziet Maes mogelijkheden. Volgens hem is het mooi om met miscanthus de brug te vormen tussen landbouwgronden en natuurgebieden. Everzwijnen zouden geen schade berokkenen aan dit gewas.
Hij haalde nog een aspect aan om te wijzen op het klimaatrobuuste karakter van miscanthus. “Het slaat aanzienlijk veel CO2 op, zowel bovengronds als ondergronds, wel 2 à 3 keer meer dan grasland.”
Nog een voordeel aan miscanthus is dat het te oogsten valt met een traditionele maïshakselaar. Er moet dus niet geïnvesteerd worden in teeltspecifieke oogstapparatuur. Daardoor wordt het financiële rendement voor de landbouwer mooier.
Ook interessant product
“Miscanthus is niet enkel een interessante teelt, maar ook een interessant product”, stelde Sander Maes krachtdadig. De stengels bevatten voornamelijk lignine en cellulose, met veel interessante toepassingen. Fijngehakselde miscanthus is sterk vochtabsorberend en dus ideaal als strooisel in stallen.
Daarnaast is er een toepassing in substraten, maar het kan ook dienen als turfvervanger in potgrond. Door de hoge porositeit is het ideaal als een isolerend bouwmateriaal. Miscanthus heeft een hoge energetische waarde, waardoor er mogelijkheden zijn om dit verder om te zetten naar biogebaseerde brandstoffen.
Mogelijkheden voor Vlaanderen
Volgens verder cijfermateriaal dat Sander Maes presenteerde, wordt er jaarlijks 3 miljoen m3 turf gebruikt in Vlaanderen. “Als dit met 20% gereduceerd wordt, is er plaats voor 600.000 m3 miscanthus of zo’n 4.000 ha”, cijferde hij ons voor. “Van die 4.000 ha wordt er momenteel maar een 100 ha in Vlaanderen verbouwd. Ter vergelijking: in Wallonië staat er 300 ha.”
Arvesta wil hier een rol opnemen als ‘ketenschakel’ tussen landbouwers en afnemers. Daarom trachten ze het miscanthusareaal op te schalen via hun netwerk van landbouwers. In dit kader zetten ze in op langdurige, duurzame contracten met afnemers.
Uitdagingen bij ketenontwikkeling
Sander Maes erkende dat een landbouwer die nu miscanthus wil aanplanten geconfronteerd wordt met hoge initiële investeringskosten. “Via het GLB kan de landbouwer aanspraak maken op een subsidie, zo wordt de instapdrempel verlaagd, maar wat na 2027 wanneer het GLB afloopt?”
Miscanthus botst in ons land nog vaak op het ‘kip of ei’-verhaal. Boeren kunnen het wel telen, maar als er geen afname of verwerking is, gaan ze het niet telen. Omgekeerd: als een afnemer niet verzekerd is van grondstof, gaat hij niet investeren in de verwerking ervan. Daarnaast moet miscanthus de concurrentie aangaan met gevestigde grondstoffen zoals veen, houtvezel, stro... en gekende teelten.
Uitgebreide test en certificeringen zijn nodig om miscanthus als nieuwe toepassing in substraten, bouwmaterialen, biocomposieten... te verwerken. Aan de marktacceptatie van miscanthus moet nog gewerkt worden, zeker richting de bouwmaterialenmarkt, wat eerder een zeer traditionele sector is.
Ketencoördinatie en kennisdeling haalde Sander Maes tevens aan als belangrijke uitdagingen. “Willen we tot succes komen, dan is samenwerking tussen telers, verwerkers, productontwikkelaars en eindgebruikers nodig. Het delen van kennis en ervaring is ook nodig. Niet iedereen kent de eigenschappen en mogelijkheden van miscanthus, maar demonstratieprojecten en praktijkvoorbeelden, zoals die getoond werden tijdens de zomerstage van minister Brouns bij Bart Jacobs, zijn heel belangrijk.”





