Opinie: Zal Europa de juiste strategische keuzes maken voor zijn landbouw?
Onder toenemende druk van handelsspanningen en klimaatschokken nadert Europa een beslissend moment, zeggen de voorzitters van Copa-Cogeca. Maar zal het de juiste strategische keuzes maken voor zijn landbouw?

Nu de politieke werkzaamheden in Brussel weer van start gaan, is het naar onze mening een understatement om te zeggen dat het moreel onder de Europese boerenbevolking allesbehalve hoog is. Weer een zomer vol extreem weer, droogte en bosbranden heeft de druk op de toch al moeilijke marktomstandigheden in veel lidstaten nog verder opgevoerd. De kosten voor meststoffen en energie blijven een punt van zorg, nu de financiële middelen van de landbouwbedrijven al opraken, terwijl oorlogen, handelsspanningen, toenemende wereldwijde concurrentie en klimaatschokken zowel de vooruitzichten op korte als op lange termijn verduisteren.
Tegen deze achtergrond zullen de komende maanden enkele van de meest ingrijpende beslissingen op het gebied van het landbouwbeleid van de tweede Commissie-Von der Leyen vorm krijgen. Maar, nu de Europese beleidsmakers weer aan het werk gaan, is het politieke proces voor de landbouw op EU-niveau zelden zo onduidelijk geweest.
Strategisch wapen
In een tijd waarin voedsel steeds vaker als strategisch wapen wordt ingezet en waarin wereldmachten hun landbouwsectoren versterken in naam van autonomie, veerkracht en voedselzekerheid, beweegt Europa zich duidelijk in de tegenovergestelde richting. Niet in zijn retoriek, uiteraard, maar in zijn dagelijkse daden. Dit feit wordt nog moeilijker te begrijpen zodra we over de grenzen van de EU heen kijken.
De Verenigde Staten hebben de landbouw expliciet tot een kwestie van nationale veiligheid verheven, met hun Nationaal Actieplan voor Landbouwveiligheid 2025. Dat is opgebouwd rond een eenvoudige boodschap: voedselzekerheid is nationale veiligheid. China voert al geruime tijd een beleid dat erop gericht is om zijn ‘rijstkom’ stevig in eigen handen te houden. Rusland, dat een steeds grotere veiligheidsdreiging voor de EU vormt, heeft zelfvoorziening op het gebied van basisvoedingsmiddelen eveneens tot een strategische doelstelling gemaakt. Wat men ook van deze benaderingen mag vinden, de boodschap is onmiskenbaar: in de nieuwe geopolitieke context waarin we ons bevinden, wordt landbouw steeds meer gezien als een troef, niet als een last.
Verzwakking van historische troef
Dit najaar zullen 2 processen in belangrijke mate bepalend zijn voor vrijwel elk ander besluit op het gebied van het landbouwbeleid: de onderhandelingen over het toekomstige Gemeenschappelijke Landbouwbeleid (GLB) en over het volgende Meerjarig Financieel Kader (MFK) van de EU. En het minste wat we kunnen zeggen bij een zorgvuldige bestudering van de voorstellen van de Commissie – met name de aanzienlijke voorgestelde bezuinigingen op de GLB-begroting en de versnippering ervan in nationale en regionale partnerschapsplannen (NRPP’s) – is dat Europa het risico loopt om zijn historische troef op het gebied van de agrovoedingssector te verzwakken.
Een GLB dat van middelen is beroofd, zijn strategische tweepijlerstructuur kwijt is en in zijn gemeenschappelijk karakter is ondermijnd, brengt juist de doelstellingen in gevaar die in de EU-Verdragen zelf zijn vastgelegd. Deze houden in: het waarborgen van een redelijke levensstandaard voor landbouwers, het stabiliseren van markten, het veiligstellen van de bevoorrading en het garanderen dat consumenten toegang hebben tot voedsel tegen redelijke prijzen.
Cruciale rol landbouw
Het GLB, zoals dat door de Commissie-Von der Leyen wordt voorgesteld, gaat eveneens voorbij aan de cruciale rol van de landbouw bij het waarborgen van territoriale samenhang, het ondersteunen van plattelandseconomieën en het stimuleren van groei. Boeren zijn niet alleen voedselproducenten: wij dragen bij aan de veiligheid en veerkracht van Europa in alle betekenissen van het woord. De recente bosbranden, waarbij we schouder aan schouder met brandweerlieden hebben gestaan, talloze uren hebben besteed en de vlammen met onze eigen uitrusting hebben bestreden, waren daar opnieuw een duidelijke herinnering aan. We doen veel meer dan Europa van voedsel voorzien: we zijn de dagelijkse hoeders van onze landelijke landschappen.
We herinneren ons de treffende woorden die commissaris Hansen in juli 2025 tegen het Europees Parlement zei na een bezoek aan Finland: “Boeren dragen bij aan de verdedigingslinie van de EU.”
Landbouw is ook een bron van Europese kracht. Wij vormen het fundament van een Europese agrovoedingswaardeketen die meer dan 1 biljoen euro aan bruto toegevoegde waarde genereert. Laten we ons hier realiseren dat de Unie kan rekenen op 9,1 miljoen landbouwbedrijven, die werk bieden aan 8,7 miljoen mensen, terwijl meer dan 23.000 landbouwcoöperaties werk bieden aan ruim 607.000 mensen en een belangrijke pijler vormen van de agrovoedingswaardeketen. Het is daarom geen marginale sector die slechts in de marge van de Europese agenda voor concurrentievermogen en groei wordt behandeld. Het maakt deel uit van die agenda.
G van Gemeenschappelijk
Afgezien van deze strategische zorgen hebben de voorstellen van de Commissie van juli 2025 geleid tot een nieuwe en potentieel zeer problematische bestuursstructuur voor de landbouw. Nu de GLB-instrumenten steeds meer worden geïntegreerd in de nationale hervormingsprogramma’s (NRPP’s), worden beslissingen die van oudsher via het landbouwbeleidsproces tot stand kwamen, onderdeel van bredere onderhandelingen over het Meerjarig Financieel Kader (MFK), waarin de ministers van EU-zaken en Financiën onvermijdelijk meer invloed zullen hebben. We kunnen ons eerlijk gezegd moeilijk een toekomst voorstellen waarin beslissingen over de gemeenschappelijke marktordening (GMO), met inbegrip van sectorale interventies en zeer technische landbouwinstrumenten, voornamelijk worden bepaald door onderhandelingen onder leiding van ministers van Financiën en EU-Zaken.
En wat zou er kunnen gebeuren in de uitvoeringsfase, wanneer nationale beslissingen over GLB-instrumenten onderhevig raken aan concurrentie tussen ministeries en regio’s om financiering en invloed? Het risico is duidelijk. Onder intense politieke en tijdsdruk zouden beslissingen minder kunnen worden ingegeven door de economische en agronomische realiteit van de Europese landbouw dan door politieke afwegingen, nationale berekeningen en compromissen die losstaan van de behoeften van de sector. Nooit eerder stond het GLB zo dicht bij het verlies van zijn belangrijkste letter: de G van Gemeenschappelijk.
We willen hier heel duidelijk zijn: dit zou niet alleen een verlies betekenen voor Europese boeren en landbouwcoöperaties, maar ook voor het Europese project zelf en de toekomst daarvan. Zal het GLB, in navolging van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal, uiteindelijk hetzelfde lot ondergaan? Wat voor signaal zou dat afgeven over een van de meest geavanceerde voorbeelden van gezamenlijk optreden binnen de EU? Het is duidelijk dat Europa, alvorens nieuwe terreinen van Europees optreden te ‘communaliseren’, wellicht eerst het beleid moet beschermen en versterken waar gezamenlijk optreden zijn waarde al heeft bewezen.
Nood aan visie
Er staat bijzonder veel op het spel nu de EU-leiders de onderhandelingen over het meerjarig financieel kader (MFF) versnellen in de aanloop naar een beslissende verkiezingscyclus in 2027, wanneer ongeveer 60 % van alle EU-burgers naar de stembus zal worden geroepen. In deze verkiezingscontext kunnen we niet anders dan ons afvragen: wat voor politiek schadelijke boodschap sturen de EU-leiders naar boeren, plattelandsgemeenschappen en, uiteindelijk, consumenten?
Burgers laten ons nu al weten wat belangrijk is. Uit de meest recente Eurobarometer van het Europees Parlement blijkt dat inflatie, stijgende prijzen en de kosten van levensonderhoud voor 47 % van de Europeanen de hoogste prioriteit hebben, zes procentpunten meer dan in het najaar van 2025. Dit zou een wake-upcall moeten zijn. Voedselprijzen vormen een essentieel onderdeel van het debat over de kosten van levensonderhoud. Betaalbaar voedsel komt er niet door het productievermogen van Europa te verzwakken. Het komt er door ervoor te zorgen dat een concurrerende, productieve en veerkrachtige Europese landbouw centraal blijft staan in de prioriteiten van Europa.
We hebben geen behoefte aan nog een reeks kortetermijnoplossingen, ad-hocinitiatieven en communicatiestrategieën van de Commissie. We hebben behoefte aan een overtuigende politieke visie, ondersteund door stabiel beleid en voorspelbare regelingen, die boeren het vertrouwen geeft om te investeren en te innoveren. Anders betwijfelen we of we de argumenten zullen hebben om jonge en gemotiveerde mensen te blijven overtuigen om zich bij ons aan te sluiten en de generatiekloof te overbruggen waarmee we het komende decennium te maken zullen krijgen.
Het toekomstige MFK moet voedselproductie erkennen als een strategische doelstelling die onlosmakelijk verbonden is met de defensie, veiligheid en het concurrentievermogen van Europa. Ook het Europees Fonds voor Concurrentievermogen zal een rol moeten spelen bij het bevorderen van de toepassing van innovatie, zoals het gebruik van data en kunstmatige intelligentie, en bij het ondersteunen van de grootschalige implementatie en infrastructuur die nodig zijn voor de voortdurende transitie en veerkracht van de landbouw. Maar deze instrumenten moeten een aanvulling vormen op, en niet in de plaats komen van, een sterk GLB en een goed functionerende gemeenschappelijke marktordening.
In oktober, wanneer de Europese leiders bijeenkomen voor een cruciale Europese Raad, zullen de Europese boeren in Stockholm samenkomen voor het Congres van Europese Boeren om de balans op te maken en de koers uit te stippelen voor de komende acties. We zullen dat moment van de waarheid met vastberadenheid tegemoet treden, omdat we weten wat er op het spel staat. Er kan geen veilig Europa zijn zonder een sterke landbouwsector. En er kan geen sterke Europese landbouw zijn zonder Europees beleid dat geschikt is voor het beoogde doel.





