Opinie: Ecofundamentalisme is ook fundamentalisme
Gedeputeerde voor Landbouw in de provincie Antwerpen, Jinnih Beels (Vooruit), uit haar mening over het verregaande ecofundamentalisme in de samenleving.

Maar sinds ik de bevoegdheid landbouw (n.v.d.r. als gedeputeerde binnen de provincie Antwerpen) onder mijn vleugels heb genomen, moet ik vaststellen dat ook ecofundamentalisme vandaag sterk aanwezig is in onze samenleving. Alleen: daar lijkt opmerkelijk genoeg een andere maatstaf te gelden. Waar andere vormen van radicalisering terecht op weerstand botsen, wordt dit discours opvallend vaak geframed als moreel verheven. Of ten minste in bepaalde gegoede – en ik durf zelf te stellen – wereldvreemde middens.
Want iedereen die met zijn 2 voeten in de samenleving staat, zou het erover eens moeten zijn: op het einde van de rit zouden menselijke belangen altijd moeten primeren. Noem dat realiteitszin, of gewoon empathie.
Bevers als voorbeeld
Ik illustreer mijn stelling graag aan de hand van een concreet voorbeeld. De afgelopen weken wordt de provincie Antwerpen geconfronteerd met een toenemende beverproblematiek die letterlijk roet in het eten van onze waterlopen strooit. Het gevolg? Appartementencomplexen die dreigen onder te lopen, (landbouw)velden die onder water staan of net geen water meer krijgen, en natuur die verstoord raakt.
Maar het gaat verder dan dat. Mensen zien hun broodwinning letterlijk verzuipen, hun grond onbruikbaar worden. Overheden breken dammen af om ze daags nadien gewoon opnieuw aan te treffen. Een vicieuze cirkel zonder structurele oplossing. Met andere woorden: niet bepaald de meest efficiënte besteding van belastinggeld – en dan druk ik me nog zacht uit.
Je zou voor minder als beleidsmaker durven opperen dat het misschien tijd wordt om na te denken over het uitschakelen van een aantal van die dieren, met de nadruk op een aantal – trouwens terecht een beschermde diersoort omwille van haar kwaliteiten, maar vandaag ook helaas een reële bedreiging voor mens én natuur.
Moord en brand. Verschillende bedreigingen aan mijn adres. Blijkbaar is het vandaag al controversieel om nog te benoemen wat voor velen gewoon gezond verstand is: dat het menselijk belang, als het erop aankomt, in zulke situaties moet primeren op dat van dier en natuur.
Natuurbeleid kan geen eenrichtingsverkeer zijn
Ik wil daarmee allesbehalve beweren dat wij de natuur niet nodig hebben als voorwaarde om te leven. Maar die voorwaarde kent natuurlijk wel een wederkerig principe. Natuurbeleid kan geen eenrichtingsverkeer zijn. Het moet werken voor mens én omgeving. En het punt dat ik probeer te maken, is dat het vandaag bijna controversieel is geworden om te benoemen dat wij – zeker als beleidsmakers – in de eerste plaats moeten zorgen voor mensen. Dat betekent ook dat we taboes moeten durven benoemen, zoals interveniëren in de natuur wanneer de situatie daarom vraagt en dit in het voordeel is van de samenleving.
Nu, aangezien we toch bezig zijn met het benoemen van ongemakkelijke waarheden, kom ik meteen ook terug op het gegeven dat naar mijn aanvoelen verregaand eco- of natuurfundamentalisme vooral gedragen wordt door een bepaald elitair deel van de samenleving, dat zich die positie ook kan permitteren. De gevolgen van dat soort denken worden zelden gevoeld door wie het verkondigt. Ze komen terecht bij landbouwers, bij gezinnen en alleenstaanden, bij mensen die de gevolgen ervan betalen met hun oogst, hun inkomen of hun job. Dat maakt ecofundamentalisme niet alleen wereldvreemd, maar ook sociaal blind.
Bomenkap als tweede voorbeeld
Neem de bomenkap en het protest in Antwerpen afgelopen zomer. Een hele buurt in rep en roer en dagenlang in het nieuws omdat er tientallen bomen gekapt werden – waarvoor er overigens méér in de plaats zouden komen, maar dat terzijde. Dat het stadsbestuur pragmatischer had kunnen handelen door buurt en district nauwer te betrekken, daar was ik het mee eens. Maar dat de reactie – met zelfs een wake voor de gekapte bomen – zulke proporties aannam, was toch wel hallucinant.

Bomen vervullen ontegensprekelijk belangrijke functies en we moeten hiervoor zorgdragen. Maar nog belangrijker dan die bomen zijn de mensen. Mensen voor wie een buurt veiliger wordt gemaakt en voor wie het openbaarvervoersaanbod wordt uitgebreid. Mensen voor wie beleid een verschil moet maken in het dagelijkse leven.
Maar de échte vraag was voor mijn part trouwens deze: zou er evenveel commotie zijn ontstaan in een nabijgelegen wijk zoals het Kiel, waar de bevolking er nét iets anders uitziet? Waar de dagelijkse realiteit het kappen van bomen overstijgt?
Ik denk dat ik het antwoord op die vraag wel kan raden. En u waarschijnlijk ook.
Belangen van de mens verdedigen
Fundamentalisme blijft fundamentalisme – ook wanneer het zich verpakt als zorg voor natuur en dieren. Een groene droom is mooi, maar op die groene aarde leven ook mensen. En als beleidsmakers zijn wij niet verkozen om ons populair te maken of ons te laten gijzelen door die droom. Wel om verantwoordelijkheid te nemen. Om de belangen van de mens te verdedigen. En die mens mag zich niet laten reduceren tot iets inferieurs aan de natuur, hoe nobel die gedachte door bepaalde organisaties ook wordt voorgesteld.
En mocht deze boodschap niet goed overgekomen zijn, had ik ze zondag misschien beter herhaald – zittend tussen de coureurs van de Ronde van Vlaanderen.





