Een stagiair op het landbouwbedrijf is niet zonder risico!
Een lezer die als landbouwer sinds jaren stagiairs van de landbouwschool toelaat op zijn bedrijf om een praktijkstage te doorlopen, signaleert ons een dure les die hij leerde. Een schadegeval van zijn stagiair bleek niet verzekerd te zijn, waardoor de landbouwer in kwestie zelf voor de kosten moest opdraaien. Via een artikel in ‘Landbouwleven’ wil hij zijn collega-landbouwers op de risico’s wijzen.

De feiten die aan de oorsprong liggen van de negatieve ervaring van onze lezer kunnen eenvoudig worden samengevat.
Stagiair veroorzaakt schade
Een leerling van het APB Provinciaal Onderwijs richtte in het voorjaar van 2026 schade aan bij onze lezer toen hij bij het reinigen van de stallen een muur aanreed. Het gebouw werd hierdoor flink beschadigd. De landbouwer richtte zich voor het herstel van deze schade tot de verzekeraar van de school, maar kwam van een kale reis thuis. Wij onderzoeken de mogelijke aansprakelijke personen en leggen uit wie wettelijk gezien de verantwoordelijkheid draagt.
Leerling niet aansprakelijk
De eerste persoon die als mogelijke aansprakelijke in het vizier komt, is natuurlijk de stagiair zelf die tegen de muur reed. Indien het ongeval echter het gevolg is van een gewone, eenmalige onvoorzichtigheid, bijvoorbeeld een stuurfout bij het manoeuvreren met een tractor, is de stagiair niet persoonlijk aansprakelijk. Een leerling-stagiair is immers enkel aansprakelijk voor bedrog (opzettelijke schade), een zware fout of een lichte fout die herhaaldelijk (gewoonlijk) voorkomt. Een gewone rij- of inschattingsfout tijdens de stage zal doorgaans worden beschouwd als een toevallige lichte fout. In dat geval kan de landbouwer de schade niet op de leerling verhalen.
En wat met de school?
Een stagiair die een beroepsstage bij een landbouwer doorloopt, is natuurlijk ook nog altijd een leerling die in een school is ingeschreven. Een onderwijsinstelling is in principe aansprakelijk voor de schade die haar leerlingen door hun fout of een ander tot aansprakelijkheid leidend feit veroorzaken aan derden terwijl zij onder haar toezicht staan. Zij is niet aansprakelijk indien zij aantoont dat de schade niet te wijten is aan een fout in het toezicht van haar kant. De verzekeraar van onze lezer richtte zich om die reden dan ook tot de verzekeraar van de school om een vergoeding voor de veroorzaakte schade te bekomen. De verzekeraar van de school wees de aansprakelijkheid van de school echter af door te stellen dat de leerling op het moment van het schadegeval niet onder het toezicht stond van de school, maar wel onder het toezicht van de stagegever, met name de landbouwer waar de leerling stage liep. Tegen dit argument kan weinig worden ingebracht.
Volledigheidshalve merken we op dat in het geval van een minderjarige leerling, om dezelfde reden ook de ouders niet aansprakelijk zouden kunnen gesteld worden. Ook de ouders hadden op het ogenblik van het schadegeval immers geen toezicht op hun minderjarig kind. Zij genieten dan ook dezelfde immuniteit als hun kind voor de aansprakelijkheid voor een niet gewoonlijke lichte fout.
De landbouwer zelf dan?
Wanneer noch de leerling, noch de school en noch de ouders kunnen aangesproken worden, rest enkel nog… de landbouwer zelf! Dit is ook wat ons inziens volgt uit art. 123/20 van het Gecodificeerd Decreet betreffende het secundair onderwijs. Dit artikel bepaalt dat een leerlingenstage is gebaseerd op een leerlingenstageovereenkomst gesloten tussen de school, de stagegever en de betrokken personen. De eindverantwoordelijkheid voor de keuze van de stagegever, de vaststelling van de stageactiviteiten, evenals de begeleiding en beoordeling van de leerling-stagiair, liggen bij de school.
Het artikel vervolgt dat, indien de leerling-stagiair bij de uitvoering van zijn stage de stagegever of derden schade berokkent, hij enkel aansprakelijk is voor zijn bedrog en zijn zware schuld. Voor lichte schuld is de leerling-stagiair enkel aansprakelijk als die bij hem eerder gewoonlijk dan toevallig voorkomt. Tot slot stelt het betreffende artikel dat de stagegever een aansteller is zoals vermeld in artikel 6.14, §1, van het Burgerlijk Wetboek.
Dit artikel stelt dan weer dat de aansteller foutloos aansprakelijk is voor de schade door zijn aangestelde aan derden veroorzaakt tijdens en naar aanleiding van de uitoefening van zijn functie. Dit betekent dat tijdens een praktijkstage bij een landbouwer de stagegever (de landbouwer) als aansteller aansprakelijk is voor de schade die zijn stagiair veroorzaakt. De landbouwer-stagegever zal zijn eigen schade dus niet kunnen verhalen.
Schade aan derden
Indien de leerling-stagiair schade zou veroorzaken aan derden, ligt de situatie anders. Ook in het geval van schade aan derden zal de leerling persoonlijk niet kunnen worden aangesproken voor een toevallige lichte fout. De stagegevende landbouwer blijft immers de aansteller die het toezicht uitoefent op de stagiair. Maar bij een schade aan derden zal de landbouwer wel beroep kunnen doen op zijn eigen verzekering ‘burgerlijke aansprakelijkheid exploitatie’ (BA Uitbating). Deze verzekering dekt geen schade aan eigen goederen, maar wel de schade die veroorzaakt wordt aan derden.





