Vlaanderen legt de laatste hand aan Renure
Op een event van het Vlaams Coördinatiecentrum Mestverwerking (VCM) gaf Bram Van Hecke van het kabinet van minister Jo Brouns (cd&v) een technische toelichting over de stand van zaken van de Vlaamse implementatie van Renure. “Momenteel schrijven we nog aan het besluit van de Vlaamse regering met alle details.”

Een jaar geleden opende de Europese Unie de deuren voor de toepassing van Renure-meststoffen als kunstmestvervanger. Die vraag hadden Vlaanderen, Nederland en andere lidstaten al langer op tafel gelegd. Het duurde echter even voordat alle neuzen in dezelfde richting stonden. “Niet veel lidstaten voelen een acute nood om dierlijke mest te verwerken tot iets als Renure. De meeste landen hebben eigenlijk een groot tekort aan dierlijke mest”, stelt Van Hecke.
Toch is er door de geopolitieke situatie momenteel veel animo voor circulaire mestoplossingen. De kunstmestprijzen schieten de hoogte in en Europa is voor kunstmest erg afhankelijk van vijandige lidstaten als Rusland of van instabiele regio’s als het Midden-Oosten.
In zijn meststoffenactieplan van mei maakte de Europese Commissie dan ook gewag van het aanzwengelen van de productie van Renure. Een eerste evaluatie van de Nitraatrichtlijn schoof Renure en sommige vormen van digestaat naar voren als efficiëntere manieren om nutriënten te gebruiken.
Europees kader
“Je zou denken, Europa heeft Renure al goedgekeurd, waarom moet het allemaal zo lang duren voordat ik Renure kan produceren”, aldus Van Hecke. Europa heeft echter een kader voor het gebruik van Renure gecreëerd. Een lidstaat moet dat eerst concreet invullen om Renure toe te laten op haar grondgebied.
Het Europese kader stelt om te beginnen een aantal voorwaarden aan het gebruik van Renure. Zo zijn er onder meer een aantal kwaliteitseisen voor het product zelf. Vlaanderen moet doorheen het proces die strenge kwaliteitseisen ook kunnen garanderen.
“We hebben lang moeten wachten op een imperfecte deal”, vertelde Van Hecke over het Europese beslissingsproces rond Renure. Het resultaat van een politiek compromis is bijvoorbeeld dat de veestapel op nationaal en provinciaal niveau niet mag stijgen door Renure. “Bepaalde lidstaten en stemmen binnen de Commissie waren ervan overtuigd dat de veestapel zou stijgen door Renure. Dat is natuurlijk bijna onmogelijk in Vlaanderen, door onder meer de PAS (programmatische aanpak stikstof), de veestapel daalt juist.”
Betekent dat nu dat geen enkele veehouder meer mag uitbreiden? “Nee, zelfs als je een Renure-installatie hebt, mag je nog uitbreiden. Maar als de veestapel in pakweg Oost-Vlaanderen uitbreidt, moeten we onderzoeken of dat komt door Renure. Dat is in Vlaanderen echter niet mogelijk, gezien Renure niet zal leiden tot een grotere PAS-referentie.”
Verder moet er bodembedekking – zoals vanggewassen of gewasresten – aanwezig zijn en mogen er bij het uitrijden en bij de opslag van Renure geen emissies vrijkomen. Volgens de spreker mogen die voorwaarden geen probleem vormen in Vlaanderen door onze bestaande ervaring hiermee.
Vervolgens moet Vlaanderen ervoor zorgen dat de Europese regels rond natuur en milieu – zoals de Nitraatrichtlijn, de Habitatrichtlijn en de Kaderrichtlijn Water – niet in het gedrag komen door Renure. “Wat dat concreet wil zeggen, blijft vaag natuurlijk. Gezien kunstmest wordt vervangen, zorgt dit niet voor extra risico’s.”
Ook moeten negatieve effecten op Natura 2000-gebieden en drinkwateronttrekkingsgebieden vermeden worden. Tot slot moeten lidstaten die Renure toepassen, de Europese Commissie daarover informeren.
De Vlaamse invulling
“Dat is het Europese kader waarbinnen wij moeten blijven.” Voor de Vlaamse uitwerking van de Renure-wetgeving werden in een eerste stap via een decreetswijziging in het Mestdecreet bepalingen rond Renure toegevoegd. Het Vlaams parlement keurde dat goed in juni. “Zonder verankering van Renure in het Mestdecreet kan het niet toegepast worden, maar zie dat als louter een kapstok”, zei Van Hecke.
Een decreetswijziging duurt minstens een half jaar. Als je elk detail voor de productie en toepassing van Renure in een decreet giet, zou dat bij elke kleine aanpassing moeten passeren langs het Vlaams parlement. “In het slechtste geval zitten boeren dan een jaar lang in de problemen met het uitrijden van Renure.”
De verdere voorwaarden voor Renure werkt de Vlaamse regering daarom uit via een besluit van de Vlaamse regering (BVR). “Dat kunnen we aanpassen. Het laat ons toe om sneller bij te sturen als er iets mis gaat.” Het BVR is momenteel nog niet rond. Door verplichte adviestermijnen en het feit dat de Vlaamse regeringspartners de voorwaarden nog moeten afkloppen, verwacht het kabinet dat het tegen het einde van dit jaar afgerond kan worden.
Toch zijn een aantal zaken al zeker. “De filosofie van de Vlaamse regering is dat we geen extra administratielast opleggen en dat we alle soorten Renure toelaten.
Renure blijft dierlijke mest
Zowel landbouwers als mestverwerkers zullen Renure mogen produceren. De uitrijregeling volgt die van meststoffen type 3, zoals kunstmest. De aanwending volgt dan weer de regels van de aanwending van dierlijke mest. “Europa blijft Renure zien als dierlijke mest.”
Voor de hoeveelheid verwerkte stikstof in Renure kunnen mestverwerkingscertificaten worden uitgereikt. “Dezelfde logica als altijd: als je mest verwerkt, krijg je daar een certificaat voor.”
Omdat de kwaliteit van Renure opgevolgd moet worden, zijn producenten verplicht om regelmatig stalen ervan te laten analyseren door een erkend labo. De resultaten moeten ingeladen worden via het Staalname Melding Internet Loket (SMIL).
De Renure-producent heeft ook een autocontrolegids nodig om de kwaliteit van zijn product te waarborgen. Die gids wordt momenteel uitgewerkt. Renure moet opgeslagen worden in een aparte opslag met debietmeter om te voldoen aan de registratiedoeleinden die Brussel heeft opgelegd.
Bij het transport van Renure moet er een document aanwezig zijn met de inhoudswaarde van de Renure op basis van een analyse van maximaal 3 maanden oud. Het transport mag ook enkel met een AGR-GPS-systeem gebeuren. “De regels voor AGR-GPS tellen omdat het nog steeds gaat om dierlijke mest. Om dezelfde reden heb je geen kunstmestregister nodig op perceelsniveau. Wel moet je het gebruik en de productie van Renure vermelden in je Mestbank-aangifte.”
Om een Renure-installatie te plaatsen, is in bepaalde gevallen een vergunningsaanvraag nodig. Indien de rubriek rond mestverwerking nog niet aanwezig is in de vergunning, moet je dat dus aanvragen. Of er een vrijstelling komt voor de stedenbouwkundige vergunning zoals bij een pocketvergister het geval is, is op heden onduidelijk.
Dat zijn in grote lijnen de modaliteiten voor Renure in Vlaanderen. Maar in ieder geval is Renure volgend jaar realiteit op het terrein.





