Startpagina Vleesvee

FNCB: strijd tegen IBR bedreigt hele rundveesector

De maatregelen die een einde moeten maken aan de verspreiding van de Infectieuze Boviene Rhinotracheitis (IBR) bedreigen ook de veemarkt van Ciney en zelfs de hele rundveemesterij in België. Dat stelt de Nationale Federatie voor Veehandel (FNCB).

Leestijd : 3 min

Na 2 consultaties tussen het Agrofront en federaal minister van Landbouw David Clarinval (MR) over de strijd tegen IBR (op 20 januari en op 9 juli) zijn er maatregelen voorgesteld zonder overleg met het FNCB. De voorgestelde maatregelen zouden volgens die organisatie het einde kunnen betekenen van de handel in levend rundvee in België en zorgen voor een ongelijk speelveld op Europese vlak.

Nieuw decreet

Het nieuwe decreet voorziet 2 verplichte tests bij afmestbedrijven de aankoop van runderen, met een strikte quarantaine van minstens 21 dagen als het vee niet rechtstreeks van de oorspronkelijke boerderij via beveiligd vervoer komt. Dit zorgt volgens de FNCB voor aanzienlijke extra kosten: de tests, de kosten voor de dierenarts en vooral de logistiek. Deze nieuwe maatregel zal volgens het FNCB 2 rechtstreekse gevolgen hebben: de sluiting van de veemarkten en lege stallen bij handelaren. Volgens de organisatie betekent dit het einde van de handel in runderen in België. Rundveehouders verliezen hun onderhandelingspositie. De markt van Ciney, die toegang biedt tot de export, zal moeten sluiten. De FNCB vreest voor een vertraging van de volledige rundveemesterijketen in België.

“De veehouders en de overheden waren vorig jaar bang vanwege enkele onverklaarbare besmettingen met IBR en we begrijpen de voorzichtigheid, maar we kunnen ook voorzichtig zijn zonder de handel en het afmesten in gedrang te brengen. Vooral omdat meer dan 90% van de veestapel in Vlaanderen en Wallonië nu gesaniteerd is (I3, beslag in transitie/met vaccinatie afhankelijk van de exacte onderverdeling) of vrij is van IBR (I4)”, stelt de secretaris van de FNCB.

Onevenredig en contraproductief

Volgens de FNCB zou het verkrijgen van het statuut ‘vrij van IBR’ voor afmestbedrijven uitsluitend moeten gebeuren via steekproefcontroles in gesloten afmestbedrijven of via onderzoeken op het vlees in het slachthuis. Quarantaines en systematische onderzoeken bij aankoop zijn veel te belastend, omdat alle dieren in gesloten afmestbedrijven rechtstreeks naar het slachthuis moeten worden afgevoerd. Dit is voor de volledige Belgische rundveesector. Volgens de organisatie is er geen nood aan onnodige kosten die ten laste van de sector komen en die uiteindelijk bij de veehouders zullen terechtkomen.

“Opnieuw wil België strengere maatregelen toepassen dan zijn Europese buren, terwijl andere landen al vrij zijn van IBR (Duitsland), of bijna vrij (Frankrijk, Luxemburg) zonder hun handel in rundvee te hebben verlamd. We begrijpen deze maatregelen echt niet, want ze zijn echt in strijd met het belang van de Belgische rundvleessector", stelt het FNCB.

Nulrisicobeleid is heel duur

Europees parlementslid Benoît Cassart (MR) deelt de analyse van de FNCB. "Het is ongelooflijk dat veehouders zichzelf op deze manier in de voet hebben geschoten. Ik denk dat ze het zich zullen betreuren als ze beseffen dat ze gedwongen zullen zijn om al hun dieren af te mesten en te verhandelen tegen de prijs die het slachthuis wil betalen. Het nulrisicobeleid dat Arsia en DGZ vooropstellen, zal heel duur zijn. Het belang van de gezondheidsstatus is om gemakkelijker handel te drijven en degenen te belonen die inspanningen hebben geleverd. Het heeft geen zin om de veehandel weg te vagen om als land een goede IBR-status te bereiken”, zegt Benoît Cassart.

FNCB

Lees ook in Vleesvee

Meer artikelen bekijken