Startpagina Actueel

Er zijn iets meer biologische boeren

Eind 2025 waren er in Vlaanderen 639 biologische landbouwbedrijven. Dat zijn er 5 meer dan in 2024. Hun aandeel in het totale aantal landbouwbedrijven stijgt naar 3%. De consumptie van biologische voeding zit in de lift, maar die groei gaat traag.

Leestijd : 4 min

Eind 2025 waren er in Vlaanderen 639 biologische landbouwbedrijven. In 10 jaar tijd is het aantal bioboeren met bijna de helft toegenomen. Er waren in 2025 48 nieuwe aanmeldingen voor biolandbouw, terwijl 47 landbouwers hun bioproductie beëindigd hebben. Een derde van deze stoppende bioboeren stond minder dan 5 jaar onder controle voor biologische landbouw.

Er zijn verschillende oorzaken voor het verschil tussen het saldo van de stopzettingen en nieuwe aanmeldingen (+1) en de netto-evolutie van het aantal bedrijven onder biocontrole (+5). Dat kan te maken hebben met het verplaatsen van de maatschappelijke zetel naar een andere provincie of gewest. Het kan ook zijn dat een bedrijf in een vorige rapportering werd meegeteld als stopper, terwijl uit recentere analyses blijkt dat het een bedrijfsherstructurering of wijziging van controleorgaan betrof.

Tuinbouw was vorig jaar de vaakst voorkomende bedrijfsspecialisatie, gevolgd door akkerbouw en veeteelt. Een groeiend aantal bioboeren beoefent, naast de landbouwactiviteit, nog een of meer andere biologische ketenactiviteiten, zoals distributie of bereiding van bioproducten.

Provinciale verschillen

Het biologische areaal groeide vorig jaar naar 10.483 ha, goed voor 1,7% van de totale oppervlakte cultuurgrond in Vlaanderen. Zowat 83% van het bioareaal was volledig biologisch. De overige 17% was areaal in omschakeling naar bio. Bijna driekwart van de bio-oppervlakte werd ingenomen door grasland en voedergewassen. Het aandeel van biologische graslanden nam toe van 41 % in 2024 tot 43 % in 2025.

West- en Oost-Vlaanderen hadden de grootste bio-arealen, maar Limburg en Vlaams-Brabant hadden met 2,1% het hoogste bio-aandeel in hun totale landbouwareaal. Op teeltniveau waren er duidelijke provinciale verschillen: fruitteelt is geconcentreerd in Vlaams-Brabant en Limburg, voedergewassen zijn belangrijk in Oost- en West-Vlaanderen.

Een kwart van de biologische landbouwbedrijven houdt dieren op het bedrijf die onder biocontrole staan. Het aantal biologische varkens-, pluimvee- en geitenhouders neemt licht toe, terwijl het aantal rundvee- en schapenhouders stabiliseert. De biologische veestapel groeide in 2025 met 4%, wat in hoofdzaak te danken is aan een stijging bij pluimvee. Ook de varkens onder biocontrole namen in aantal toe, terwijl we bij de runderen, geiten en vooral schapen een terugval zien. Het biologische aandeel van de veestapel in Vlaanderen bleef voor de meeste diersoorten heel beperkt.

Vaker verschillende bio-activiteiten

Naast de 639 biolandbouwers telde Vlaanderen nog 1.388 andere bedrijven die actief waren in de biologische keten. Samen maakt dat 2.027 unieke bedrijven, een daling met 1%. Distributie van bioproducten bleef de vaakst voorkomende activiteit, gevolgd door het maken van bereidingen. Het aantal bedrijven in de bioketen die verschillende gecertificeerde biologische activiteiten combineren, neemt gestaag toe.

Bio groeit sneller dan de totale voedingsmarkt

De Vlaamse bestedingen aan bioproducten stijgen in 2025 met 8% tot 655 miljoen euro. Daarmee groeit bio sneller dan de totale voedingsmarkt en steeg het marktaandeel van bioproducten van 3% in 2023 naar 3,3% in 2025. Het marktaandeel van bio in Vlaanderen steeg zelfs naar 3,4 % als men rekent van de zomer van 2025 tot die van 2026. Wel blijft het marktaandeel van bio in Vlaanderen onder dat van Brussel en Wallonië, waar het voor 2025 op minstens 5% lag.

Verse voeding vertegenwoordigt met 323 miljoen euro de helft van alle biobestedingen. Bij verse voeding halen fruit, groenten en eieren de hoogste bioaandelen. Biologisch vlees zit in de lift. Biologische zuivel stagneert op een laag niveau.

Grotere supermarkten blijven het belangrijkste aankoopkanaal voor bio, maar gespecialiseerde kanalen zoals biowinkels, speciaalzaken, markten en de korte keten winnen terrein. Hard discounters als Aldi en Lidl verkopen relatief weinig biologische voeding.

Beperkte kennis bij consument

Welgestelde gepensioneerden en kleinere huishoudens kopen relatief vaker biologische voeding, terwijl gezinnen met kinderen uit lagere sociale groepen het laagste bio-aandeel hebben. Gezondheid, gekoppeld aan natuurlijkheid, blijft de belangrijkste motivatie om bio te kopen, gevolgd door smaak en milieu-overwegingen. Tegelijk is de hogere prijs de grootste drempel om vaker bio te kopen, gekoppeld aan twijfel over de echtheid en meerwaarde. Bovendien blijkt de kennis over bio voor verbetering vatbaar en vinden veel consumenten maar moeilijk hun weg door het bos van labels en logo’s op de verpakkingen van voeding.

Prijs blijft drempel

De term ‘duurder’ wordt na ‘natuurlijk’ het vaakst geassocieerd met biologische voeding. De prijs is dan ook voor veel consumenten een belangrijke drempel en het prijsverschil is soms aanzienlijk als je het uitdrukt in procenten. Die meerprijs voor biologische voeding moet echter in het juiste perspectief bekeken worden. Dat zegt Kris Michiels, adviseur Marketing van de VLAM. “Als 1 persoon 1 jaar lang de basisvoedingsaankopen - buiten vlees - biologisch doet in plaats van gangbaar, dan kost hem dat in totaal afgerond slechts 60 euro meer”, zegt hij. Dat klinkt heel wat ‘haalbaarder’ en aanvaardbaarder dan prijsverschillen van soms 40 of 50 % per product. De bereidheid om meer te betalen voor biologische voeding verschilt overigens per product en per procentuele ‘schijf’ dat een product duurder wordt.

Niet iedereen overtuigd van meerwaarde

Ook een belangrijk gegeven: zelfs zonder prijsverschil kiezen nog niet alle consumenten voor de biologische variant van een voedingsproduct. Dat komt mogelijk omdat die groep consumenten biologisch associeert met een mindere kwaliteit of smaak of met een kortere houdbaarheid.

“De Vlaamse consumenten zien dat het aanbod van biologische voeding toeneemt en ze verwachten dat dat aanbod nog verder zal toenemen”, vult Kris Michiels nog aan. VLAM heeft de campagne aangepast om consumenten te winnen voor biologische voeding. De organisatie zet de rationele argumenten minder op de voorgrond en legt voortaan meer de nadruk op emotionele argumenten, zoals zorg dragen voor je gezin door bio te kopen.

Overheidssteun blijft gelijk

De overheidssteun specifiek gericht op de biosector bedroeg in 2025 7,20 miljoen euro, een gelijkaardig niveau als in 2023. 44% van die steun wordt aangewend voor onderzoek en kennisopbouw, 43% ervan gaat naar de stimulering van de biologische productie. Biolandbouwers ontvangen gemiddeld minder inkomenssteun, maar hogere steunbedragen voor ecoregelingen en agromilieuklimaatmaatregelen dan bedrijven in de totale landbouw.

Filip Van der Linden

Lees ook in Actueel

Meer artikelen bekijken