Vlaanderen werkt aan actieplan tegen wasberen
Vlaanderen werkt aan een actieplan om wasberen te bestijden. Dat plan zal nog dit najaar klaar zijn. Dat antwoordde Vlaams minister van Landbouw en Omgeving Jo Brouns (cd&v) op een schriftelijke parlementaire vraag van Lydia Peeters (Anders).


De wasbeer is een invasieve exoot die niet thuishoort in Vlaanderen en moet bestreden worden. Toch zijn er steeds meer meldingen van wasberen in Vlaanderen. Om de wasbeer efficiënt te kunnen bestrijden, moet de wetgeving aangepast worden. Hubertus Vereniging Vlaanderen (HVV) vraagt dat er ‘s nachts op de soort kan gejaagd worden en dat er pootomklemmende vallen kunnen ingezet worden. Alvast voor dat laatste kondigt de minister positief nieuws aan.
De wasbeer kwam oorspronkelijk enkel voor in Midden- en Noord-Amerika. De soort kwam naar Europa via de pelsdierindustrie. Door ontsnappingen uit houderijen en dierentuinen kon de soort zich vestigen in Europa. In Duitsland wordt de populatie geschat op 1,6 miljoen dieren. Ook in Nederland wordt de wasbeer steeds vaker waargenomen en in Noord-Frankrijk is er eveneens een aanzienlijke populatie. In België is de wasbeer sterk aanwezig in Wallonië. Daar werd de populatie in 2024 geschat op 92.000 dieren. Ook in Vlaanderen zit het aantal waarnemingen in de stijgende lijn. Inmiddels is voortplanting vastgesteld in alle Vlaamse provincies.
Probleem voor landbouw en natuur
Wasberen (Procyon lotor) zijn omnivoren. Ze eten wat ze ook maar tegenkomen, zowel planten als dieren. Als de maïs rijp is, lusten ze die zeker. Daarnaast gaan ze achter fruit (appels, peren en bessen) en pluimvee (eieren en kuikens) aan. Wasberen staan voorts bekend als predatoren voor akker- en weidevogels, soorten die het zo al niet goed doen in Vlaanderen. Boombroedende vogels staan eveneens op hun menu.
Wasberen zijn bovendien heel vaak dragers van allerlei ziektes en parasieten. De bekendste zijn de wasbeerspoelworm en hondsdolheid (rabies). De wasbeerspoelworm (Baylisascaris procyonis) kan ernstige ziekten veroorzaken bij zoogdieren en vogels (bij konijnen en fazanten), waaronder centrale zenuwstelselstoornissen die fataal kunnen zijn.
Geen officiële cijfers voor Vlaanderen
Er bestaan volgens minister Brouns geen officiële cijfers over het totale aantal wasberen in Vlaanderen. Op basis van de beschikbare gegevens over waarnemingen werd de wasbeer sinds 2020 reeds op 512 locaties in Vlaanderen vastgesteld. De meeste daarvan liggen in Vlaams-Brabant (34%), Antwerpen (33%) en Limburg (24%), en een minderheid in de westelijke provincies West- en Oost-Vlaanderen (10%). Hoewel ze gebaseerd zijn op opportunistische gegevens, illustreren deze data een toename in het aantal waarnemingen en tonen ze volgens de minister het relatieve belang van de provincies in de verspreiding.
Inzake schade aan de landbouw in Vlaanderen lijkt het voorlopig mee te vallen. In de periode 2020-2025 werd geen schade door wasberen gemeld bij het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB). Mogelijk is dat omdat er geen schadevergoedingen uitbetaald worden voor schade door wasberen.
57 gevangen, 42 afgeschoten
In de voorbije 5 jaar (2022-2026) ving het natuurhulpcentrum Oudsbergen 57 gevangen wasberen op (inclusief dieren gevangen buiten Vlaanderen). Ongeveer de helft daarvan (26) werd herplaatst in dierentuinen in binnen- en buitenland. In de voorbije 5 jaar (2022-2026) liet het Natuurhulpcentrum 12 van de 57 opgevangen dieren inslapen. De belangrijkste redenen hiervoor waren hoge ouderdom, een gebrek aan beschikbare quarantainefaciliteiten of de vaststelling van een besmetting met de wasbeerspoelworm.
Elke Vlaamse jager mag binnen zijn jachtterrein de wasbeer vrij bestrijden. Van 2022 tot 2025 werden in Vlaanderen 26 wasberen geschoten door jagers (19 in Limburg, 7 in Antwerpen). Deze cijfers zijn mogelijk een onderschatting van het bestreden totaal, want rapportage van bestreden wasberen is niet wettelijk verplicht. Bovenop deze bestrijding via de jacht werden in 2025 nog 16 dieren (10 in Vlaams-Brabant, 6 in Antwerpen) bestreden via afschot in het kader van het raamcontract bestrijding van ANB. Buiten afschot worden nog valkooien ingezet.
Pootomsluitende vallen
Een belangrijke juridische drempel in het gebruik van pootomsluitende vallen wordt volgens minister Brouns momenteel weggewerkt. Dat zal een belangrijke toevoeging aan de mogelijk te gebruiken vangmethodes vormen. De volgende belangrijke stappen zijn volgens de minister een monitoringsnetwerk, met nadruk op risicogebieden, en verhoogde samenwerking met aangrenzende regio’s. Indien mogelijk zal er ook aandacht zijn voor innovatieve technieken via Europese projecten.
Jacht bij nacht
HVV vraagt een ruimer wettelijk kader om de efficiëntiegraad van de bestrijding van de wasbeer en andere nachtactieve exoten te verhogen. Het toelaten van de nachtelijke bestrijding is hiervoor een must. De huidige beperking, waarbij het gebruik van vuur-, lucht- en gasdrukwapens enkel toegestaan is tussen 1 uur vóór zonsopgang en 1 uur na zonsondergang, belemmert een effectief populatiebeheer. HVV vraagt daarom gelijke middelen in de strijd tegen invasieve exoten. Het ANB-personeel ontvangt wel afwijkingsvergunningen voor nachtelijk afschot, terwijl jagers dergelijke vergunningen niet krijgen.
Communicatiecampagne
Dergelijke beheermaatregelen zijn niet altijd populair bij het brede publiek, beseft minister Brouns. “Door heldere communicatie en een goede voorlichting kan worden aangetoond welke meerwaarde deze ingrepen hebben voor biodiversiteit, natuurkwaliteit en duurzaam beheer op lange termijn. Er loopt een nationale communicatiecampagne, gericht op de burger, die algemeen informeert over de problematiek van invasieve uitheemse soorten. Dit moet het concept beter bekend maken. In het kader van het aankomende beheerplan, dat handelt op Vlaams niveau, zal soortspecifieke informatie over de wasbeer ter beschikking worden gesteld, met name over wat een burger kan en mag doen wanneer geconfronteerd met een wasbeer en langs welke weg dit het best wordt gemeld. Belangrijk hierbij is dat men op diervriendelijke wijze omgaat met de dieren en dat er wordt gewerkt met betrouwbare partners als het op de bestrijding aankomt. Hierdoor blijft het draagvlak behouden”, besluit minister Brouns.





