Startpagina Pluimvee

Hermine Steenhuyse: “Na onze snelle groei is het nu de kunst om een groot bedrijf te managen”

Hermine Steenhuyse is al de vierde generatie op een pluimveebedrijf en dus hebben legkippen geen geheimen meer voor haar. Samen met haar man Stefaan Vanhelle breidde ze het familiebedrijf uit met eiersortering en -handel ’t Munckenei. “Groeien is één ding, dat ook allemaal goed managen is een heel andere uitdaging.”

Leestijd : 7 min

Het gaat goed in de pluimveehouderij. De herinnering aan een lange periode van lage prijzen is echter nog vers, even vers als de miljoenen eieren die elke dag passeren in ’t Munckenei in Wingene. We gaan in gesprek met bedrijfsleidster Hermine Steenhuyse over de kansen en uitdagingen in de sector, over groei, verantwoordelijkheid en loslaten.

Vierde generatie

Jouw familie is sterk verbonden met de pluimveehouderij, toch?

Mijn overgrootvader had ooit een broeierij. Mijn grootouders zetten die boerderij verder als typisch gemengd bedrijf met varkens, melkkoeien, legkippen en een beetje akkerbouw. Toen mijn ouders trouwden, hebben ze de koeien nog even aangehouden, maar in 1998 werd die tak dan toch stopgezet. Ze bouwden een opfokbedrijf voor legkippen, met de bedoeling om de pluimveetak met opfok en legkippen als een gesloten circuit te kunnen runnen.

Was een carrière in het ouderlijke bedrijf voor jou een evidentie?

Eigenlijk wel. Hoewel mijn ouders veel kloegen over slechte prijzen, ging ik er toch van uit dat mijn toekomst in de sector lag. Ik heb geen broers of zussen, dus als ik wou dat het bedrijf werd verdergezet, moest ik het zelf doen. Ik studeerde Acountancy-Fiscaliteit en ging na mijn afstuderen aan de slag op het ouderlijke bedrijf. Daar deed ik vooral de boekhouding. Mijn man Stefaan is ook afkomstig van een landbouwfamilie, maar zag zijn toekomst ook eerder hier op deze locatie. Ook zijn eerste job was dus in mijn familiebedrijf.

Grote vraag zorgde voor opschaling

Het bedrijf is door de jaren heen enorm veranderd. Hoe verliep dat?

Toen Stefaan hier op het bedrijf kwam werken, werd duidelijk dat hij sterk is in handel. We speelden al even met het idee om onze eigen eieren te gaan sorteren, verpakken en verhandelen. Toen er begin jaren 2000 echter een sorteringsbedrijf in de buurt over te nemen was, waagden we de sprong. Zo ontstond naast onze leghennenstal ‘de Kloosterbeekhoeve’ ook de eierhandel ‘‘t Munckenei’. Maar omdat supermarkten geen verrijkte kooi-eieren meer wilden, verbouwden we onze leghennenstal naar een scharrelsysteem met wintertuin. Daardoor konden we geen kippen uit de opfokstal van mijn vader meer gebruiken, want die is nog voorzien met een kooiensysteem.

Oorspronkelijk was het het idee om enkel jullie eigen eieren te verhandelen?

Ja, maar dat draaide anders uit. We namen enkele klanten van de vorige eigenaar van het sorteringsbedrijf over en al snel kwam er meer en meer vraag naar eieren van Lidl, Colruyt, Okay, Aldi, heel wat buitenlandse supermarkten… We moesten dus op zoek naar andere leghennenhouders die hun eieren aan ons wilden leveren. Maar onze infrastructuur was eigenlijk helemaal niet aangepast aan zo’n volume. De opslag was verdeeld over verschillende loodsen en dat werkte niet vlot. Toen stonden we dus voor een belangrijke keuze: opnieuw inkrimpen of een héle grote stap zetten en een nieuwbouw zetten.

Jullie kozen voor het laatste.

Vijf jaar geleden namen we het nieuwe sorteer- en verpakkingsgebouw van ’t Munckenei in gebruik. Het idee was om het het eerste jaar rustig aan te doen, om zo onze processen te kunnen stroomlijnen, maar toen we hier nog maar een maand zaten, vroeg Colruyt om veel grotere volumes te leveren. We zijn dan toch maar op die trein gesprongen. We hebben het toen heel zwaar gehad om alles gebolwerkt te krijgen en om tegelijk het nieuwe gebouw en personeel in te werken.

Welke volumes draaien jullie vandaag?

In de legkippen hebben we 6 stallen van telkens 21.000 dieren, dus dat zijn pakweg 100.000 eieren per dag. In de sortering gaat het over zo’n 4,5 miljoen eieren per week. Dat gaat van bruin tot wit, van biologische tot scharreleieren. Sinds kort werken we met 2 ploegen, zodat de sortering optimaal kan blijven draaien. We hebben 30 personeelsleden, vooral Roemenen. Ook het transport doen we deels zelf met 3 camions.

Zo’n 4,5 miljoen eieren worden per week gesorteerd, van bruin tot wit, van biologische tot scharreleieren.
Zo’n 4,5 miljoen eieren worden per week gesorteerd, van bruin tot wit, van biologische tot scharreleieren. - Foto: NK

Van stal naar bureau

Voel je je nog ‘boerin’, nu je niet meer veel in de stallen komt?

Naarmate het bedrijf is gegroeid, is mijn focus inderdaad verschoven van de stal naar het bureau. Ik zorg nu vooral voor het leggen van de puzzel voor alle sortering en de personeelsplanning. Dat is een hele boterham. Stefaan is meer bezig met de handel zelf, maar we vullen elkaar goed aan. Uiteraard volgen we de stallen nog heel goed op, maar het dagelijkse werk is voor het personeel. Je moet gewoon keuzes maken. Je kan niet beide doen en dezelfde kwaliteit in je werk steken.

En ook jullie kinderen voelen de passie voor pluimvee?

Zeker. Mijn vader runt nog steeds het opfokbedrijf en onze zoon Lennert helpt hem daarbij. Het is de bedoeling dat hij dit later moderniseert en verderzet. Maar ook onze dochter Lotte, die Handelswetenschappen studeert, zou een mooie toekomst in het bedrijf kunnen uitbouwen. Die combinatie van technische kennis en voeling met de markt is immers belangrijk. Maar ze mogen uiteraard doen wat ze willen, we zien wel wat de toekomst brengt.

Jij bent onlangs 50 geworden. Hoe kijk je naar de toekomst?

Nu we eindelijk na jaren van stress in iets rustiger vaarwater zijn terechtgekomen, wil ik nadenken over hoe ik stilaan meer uit handen kan geven. Zo hebben we nu ook iemand aangekomen op het bureau, zodat ik de boekhouding niet meer alleen moet doen. Zij spreekt bovendien perfect Roemeens, wat hier een enorm voordeel is. Stefaan en ik hebben ook een externe coach onder de arm genomen. Hij helpt ons om onze manier van management te verbeteren. We zijn immers op heel korte tijd enorm gegroeid, en dat brengt uitdagingen met zich mee: delegeren, maar ook omgaan met personeel en zoveel meer. Het is niet dat hij pasklare oplossingen geeft, maar zo blijf je wel bijleren en word je een betere manager.

Lukt dat een beetje, dat loslaten?

Stefaan en ik gaan nu voor het eerst een weekje met vakantie. Ik vind dat heel spannend en heb geprobeerd om alles zo goed mogelijk voor te bereiden. Het is een beetje een test, zowel voor het personeel, het bedrijf als voor onszelf.

Dertig man personeel leiden, lijkt me geen evidentie.

Dat is het zeker niet. Ik ben daar door de jaren heen harder in moeten worden. Ik wil van nature dat iedereen zich goed voelt en zie het goede in mensen, maar je zaak mag daar niet onder lijden. Zeker nu we in 2 ploegen werken is een strikte planning onmisbaar. Het zomerverlof moet nu bijvoorbeeld veel strikter gerespecteerd worden, want anders draait alles in het honderd. Wanneer een persoon negatieve energie naar de werkvloer brengt, grijp ik ook veel sneller in dan vroeger. Dat kan gewoon niet anders.

Naarmate het bedrijf is gegroeid, is mijn focus inderdaad verschoven van de stal naar het bureau. Ik zorg nu vooral voor het leggen van de puzzel voor alle sortering en de personeelsplanning , legt Hermine uit.
Naarmate het bedrijf is gegroeid, is mijn focus inderdaad verschoven van de stal naar het bureau. Ik zorg nu vooral voor het leggen van de puzzel voor alle sortering en de personeelsplanning , legt Hermine uit. - Foto: NK

Evolutie in de sector

Hoe kijk je vandaag naar de pluimveesector?

De laatste jaren waren heel goed, maar we mogen niet vergeten dat we daarvoor 20 jaar onderbetaald zijn geweest. En ook nu de prijs goed is, zijn er heel wat uitdagingen. Denk aan vogelgriep, salmonella, onzekerheid rond vergunningen, extreem dure nutriëntenemissierechten (NER)… Daarbij komt dat we als eierhandel ook bij hoge vrije marktprijzen vaak een buffer zijn tussen producent en supermarkt. Sommige supermarkten werken met fluctuerende prijzen, maar anderen gaan met ons een jaarcontract aan. In het begin van het jaar leek die prijs mooi, maar daarna ging de marktprijs sterk omhoog en nam de kost van voeder enorm toe. In zo’n situatie betalen wij als eierhandel meer aan de leghennenhouders dan dat we zelf voor de eieren krijgen. Ook dat zorgt dus voor kopzorgen. Al moet je in de landbouw altijd de bluts met de buil nemen en je rendement op lange termijn bekijken.

De goede prijzen in de pluimveehouderij trekken ook heel wat nieuwkomers en uitbreidingen aan.

Dat kan op zich geen kwaad, aangezien we voor eieren nog steeds niet zelfvoorzienend zijn voor de Belgische vraag. Wij kopen ook nog eieren aan in Nederland. Maar het is niet omdat er veel mensen in willen stappen, dat die stallen er ook gaan komen. De vergunningverlening is immers erg moeilijk en de prijs van de NER is zeer hoog. Al die nieuwe braadkippen en leghennen moeten natuurlijk ook van ergens komen. Ik zie nog geen grote toename in het aantal moederdier- of opfokbedrijven. Al hebben broeierijen gelukkig wel ingezien dat ze hun vergoedingen moeten optrekken, want anders wil niemand dat nog doen als je deze vergelijkt met de leghennen- of braadkippenprijzen.

Man en vrouw zijn gelijkwaardig en we doen elk ons ding

Een vrouw legt andere accenten

Is meer zichtbaarheid voor vrouwelijke bedrijfsleiders zoals jij noodzakelijk?

Ik sta van nature liever niet in de schijnwerpers en ik heb een man die wel graag het woord neemt, dus dat komt goed uit. Maar af en toe maak ik wel een uitzondering, zoals voor dit interview. Een vrouw is vaak ‘zorgender’, waardoor je continu, ook wanneer je niet aan het werk bent, bezig bent met nadenken over hoe alles geregeld moet worden. Dat is soms lastig. Ook dat is onzichtbaar werk. Maar man en vrouw zijn gelijkwaardig en we doen elk ons ding. Dat is absoluut een sterkte op een landbouwbedrijf.

Nele Kempeneers (Pennenvrucht)

Lees ook in Pluimvee

Vogelgriep vastgesteld bij hobbyhouder in Tongeren-Borgloon

Overdraagbare ziekten Bij een hobbyhouder in Overrepen (Tongeren-Borgloon) is op 30 september hoogpathogene vogelgriep vastgesteld. De besmette dieren werden geëuthanaseerd. Daarnaast zijn rond de besmettingshaard een beschermingszone van 3 km en een bewakingszone van 10 km ingesteld. Dat meldt het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV).
Meer artikelen bekijken