Startpagina Tuin

Nu planten zorgt voor grotere opbrengst

Wie volgend jaar mooie, dikke lookbollen met goed gevulde teentjes wil oogsten uit de eigen moestuin, kan ze het best nog planten vóór de winter. Niet dat de look al meteen spectaculair aan het groeien gaat, maar de winterkou zorgt ervoor dat de bollen uiteindelijk groter worden dan bij de knoflook die je in het voorjaar plant.

Leestijd : 5 min

Mocht je onverhoopt geen plantgoed meer kunnen vinden in de tuincentra of bij de zaadhandel, dan kan je ook starten met lookbollen die je in het warenhuis koopt. Dan ben je wel niet altijd zeker van het ras. Kies indien mogelijk voor stevige bollen met grote tenen. Start je met kleinere bollen als pootmateriaal, dan zal je op het einde van de teelt ook kleinere bollen oogsten.

Botanisch

Knoflook behoort tot het geslacht Allium, waartoe ook ui, sjalot, prei en bieslook behoren. Het geslacht omvat honderden soorten, die van nature vooral voorkomen in de gematigde en subtropische streken van het noordelijke halfrond. De botanische indeling van Allium heeft door de jaren heen verschillende wijzigingen ondergaan. Het geslacht werd vroeger bij de lelieachtigen (Liliaceae) ondergebracht en later in een afzonderlijke lookfamilie (Alliaceae). Volgens de huidige botanische indeling behoort het geslacht Allium tot de familie van de amaryllissen (Amaryllidaceae), waartoe ook planten als narcis en amaryllis behoren.

Naast de vele sieruien, die met hun opvallende bloeiwijzen een plaats in de siertuin hebben veroverd, zijn verschillende Allium-soorten belangrijke groenten en keukenkruiden. Ui, prei, bieslook en natuurlijk knoflook worden al duizenden jaren geteeld en gebruikt.

Knoflook (Allium sativum)

Knoflook wordt al duizenden jaren geteeld, waardoor het niet eenvoudig is om zijn precieze oorsprong te achterhalen. Het natuurlijke verspreidingsgebied van Allium sativum ligt volgens de huidige botanische inzichten in Centraal-Azië en het noordoosten van Iran. Vandaag wordt knoflook wereldwijd geteeld, al wordt een groot deel van de knoflook die in onze winkels terechtkomt geteeld in landen met een warmer klimaat. Uiterlijk lijkt look, met zijn platte bladeren, meer op prei dan op ui. Look heeft een opgaande groeiwijze en kan, afhankelijk van het ras, ongeveer 50 tot 60 cm hoog worden.

Opvallend is dat knoflook onder normale omstandigheden geen bruikbaar zaad vormt. Wanneer een bloeistengel verschijnt, ontwikkelt zich bovenaan een bolvormige bloeiwijze met kleine bloemen. Tussen de bloemen kunnen zich ook kleine broedbolletjes ontwikkelen. De bloemen komen doorgaans niet tot een normale bevruchting en vormen dus geen rijpe zaden. De broedbolletjes kunnen wel worden verzameld en uitgeplant om nieuwe knoflookplanten te kweken, maar het duurt meerdere groeiseizoenen vooraleer daaruit grote, volwaardige bollen ontstaan. In de praktijk wordt look daarom vooral vegetatief vermeerderd door het uitplanten van losse lookteentjes, die in één groeiseizoen opnieuw uitgroeien tot volwaardige lookbollen.

Zelf knoflook telen

Knoflook kan in principe in elke grondsoort worden geteeld, zolang de bodem maar goed waterdoorlatend is. De voorkeur gaat uit naar een vruchtbare, goed doorlatende leem- of zandige leemgrond. Op zware gronden kan de bodem in de winter te nat worden, waardoor planten op een lichte rug of verhoogd bed een oplossing kan zijn. Enkele centimeters verhoging kunnen al helpen om overtollig water beter af te voeren. Omdat knoflook vooral tijdens de laatste groeifase voldoende warmte en zon nodig heeft om mooie bollen te vormen en af te rijpen, krijgt een zonnige standplaats de voorkeur.

De teentjes kunnen zoals eerder aangegeven in het najaar worden geplant, van oktober tot eind november. De winterkou is daarbij geen probleem: ze is juist belangrijk voor de ontwikkeling van de bol en draagt bij aan een goede opbrengst. Wie pas in het voorjaar plant, kan dit vanaf maart tot april doen. Voorjaarsknoflook vormt doorgaans kleinere bollen en geeft een lagere opbrengst dan knoflook die vóór de winter wordt geplant.

Voor het planten worden de bollen voorzichtig in afzonderlijke teentjes verdeeld. Gebruik daarbij vooral de grootste en gezondste tenen, want uit een groot plantteentje ontstaat doorgaans ook een grotere bol. Plant de tenen met de punt naar boven en dek ze af met ongeveer 3 tot 5 cm grond. Op lichtere, drogere gronden mag dat iets dieper zijn, terwijl je op zware gronden beter wat ondieper plant. De plantafstand bedraagt ongeveer 10 cm in de rij en 20 cm tussen de rijen. Eenmaal geplant vraagt knoflook – buiten onkruidbeheersing – weinig verzorging.

Oogsten en bewaren

In de herfst geplante knoflook kan doorgaans vanaf juni worden geoogst, voorjaarsknoflook wat later. Het loof geeft goed aan wanneer de bollen oogst-rijp zijn: zodra de onderste bladeren geel beginnen te kleuren, kunnen de bollen voorzichtig met loof en al uit de grond worden gehaald. Laat ze vervolgens op een droge, luchtige en beschutte plaats drogen. Bij mooi zomers weer kan dat gewoon buiten, tot het buitenste vlies mooi droog en perkamentachtig aanvoelt. Daarna kan het loof worden afgeknipt en kunnen de bollen op een koele, droge en goed verluchte plaats worden bewaard.

Gezondheidsbevorderende eigenschappen

Knoflook staat niet alleen bekend om zijn uitgesproken smaak, maar ook om zijn gezondheidsbe-vorderende eigenschappen. Vooral de zwavelhoudende stof allicine krijgt daarbij veel aandacht. Die ontstaat wanneer een teen wordt fijngesneden, geplet of gekauwd en speelt een belangrijke rol bij de typische geur en smaak van knoflook. Knoflook heeft onder meer een gunstige invloed op de bloeddruk en de cholesterolhuishouding en bezit antioxidatieve en antimicrobiële eigenschappen. Al eeuwenlang wordt knoflook dan ook in de volksgeneeskunde gebruikt. Regelmatig knoflook gebruiken in de keuken is daardoor niet alleen een manier om gerechten meer smaak te geven, maar draagt ook bij aan een gevarieerde en gezonde voeding.

Slangenlook (Allium scorodoprasum) telen

Een oude en wat vergeten teelt is die van slangenlook, een minder bekende verwant van de gewone knoflook. De bollen kunnen als smaakmaker in salades worden gebruikt of als vervanger van knof-look in bereide gerechten. De bol is ongeveer zo groot als die van een gewone knoflook en wordt omgeven door kleine, paarse broedbolletjes, die als plantmateriaal kunnen worden gebruikt.

De teelt verloopt grotendeels zoals die van gewone knoflook, maar de broedbolletjes groeien vrij snel uit tot nieuwe planten en vormen na verloop van tijd opnieuw bollen en broedbolletjes. Oogsten gebeurt in augustus, wanneer het loof grotendeels is afgestorven. Daarna worden de bollen op dezelfde manier gedroogd en bewaard als gewone knoflook. Slangenlook is bovendien een vaste plant. Na enkele jaren kan een dichte bol ontstaan, met elegante bloeiwijzen, die ook in de siertuin niet misstaat.

Geert Brantegem

Lees ook in Tuin

De haagbeuk als geboorteboom

Tuin Aan het begin van de hete zomer van 2026 werd Marie geboren, en zo werd ik voor de tweede keer grootvader. Ook deze keer kreeg ik de vraag om naar aloude traditie te zorgen voor een geboorteboom. Ik dook dus nog een keertje in de zogenaamde Keltische boomhoroscoop en ontdekte dat de haagbeuk de boom is die bij periode van Maries geboorte hoort.
Meer artikelen bekijken