Nieuw advies om het kalf langer bij de melkkoe te houden
Moet het kalf langer bij de melkkoe blijven? Vlaams minister van Dierenwelzijn Ben Weyts neemt daarover voorlopig geen positie in. Hij laat een economische impactstudie maken over het verlengen van het koe-kalfcontact. Als er een verlenging komt, zal dat met een voldoende lange overgangsperiode zijn.

In de Vlaamse melkveehouderij worden kalveren kort na de geboorte van de moederkoe gescheiden en krijgen ze na de biest ‘kunstmatige’ melk op basis van melkpoeder. In 2023 publiceerde de European Food Safety Authority (EFSA) een wetenschappelijk advies waarin wordt aanbevolen om koeien en kalveren gedurende verschillende weken samen te houden. Vlaams parlementslid Sofie Joosen van N-VA vroeg recent hoe minister Weyts (ook N-VA) staat tegenover dat advies van de EFSA.
Minder kans op overdracht van ziektes
De huidige praktijk waarbij kalveren in de melkveehouderij kort na de geboorte van de koe worden gescheiden, is volgens minister Weyts vooral ingegeven door praktische en aan de bedrijfsvoering gerelateerde redenen. “Een vroege scheiding vermindert de kans op overdracht van ziekteverwekkers van koe op kalf. Omdat pasgeboren kalveren nog een beperkte immuniteit hebben en daardoor extra gevoelig zijn voor ziekten, laat handmatige biestverstrekking bovendien toe om de kwaliteit, hoeveelheid en het tijdstip van de toediening nauwgezet te controleren. Dat komt de opbouw van de passieve immuniteit ten goede. Daarnaast spelen ook factoren zoals huisvesting, management, arbeid en andere randvoorwaarden een belangrijke rol bij de keuze van de opfokmethode”, somt de minister op.
Mogelijke welzijnsvoordelen
Hij haalt aan dat er de voorbije jaren steeds meer wetenschappelijke aandacht is voor de impact van deze praktijk op het welzijn van zowel koe als kalf. “Daarbij wordt gewezen op het belang van de natuurlijke moeder-kalfrelatie en op mogelijke welzijnsvoordelen. Het is belangrijk dat deze wetenschappelijke inzichten opgevolgd worden en meegenomen worden in het beleid, naast elementen zoals de praktische haalbaarheid, bedrijfsvoering en de economische leefbaarheid van de melkveesector”, stelt minister Weyts. “Het rapport van de EFSA gaat uit van een zo laag mogelijke negatieve impact op het dierenwelzijn.” Dat rapport houdt geen rekening met de economische impact. Meer over het wetenschappelijke overzicht inzake het koe-kalfcontact vind je in dit artikel.
Vlaamse Raad voor Dierenwelzijn
Minister Weyts kreeg eind vorig jaar advies over de kalverhouderij van de eerder door hem opgerichte Vlaamse Raad voor Dierenwelzijn. Daarin zetelen vertegenwoordigers van zowel de dierenwelzijnsorganisaties als van de veehouderij en de verwerking en handel. Boerenbond distantieerde zich uitdrukkelijk van dit advies over de kalverhouderij, omdat de normen verder gaan dan de Europese normen. Dat zou zorgen voor een ongelijk speelveld met de kalverhouderij in het buitenland. Inzake het koe-kalfcontact adviseert deze Raad een gefaseerde invoering van nieuwe normen. Wat onmiddellijk zou moeten ingaan voor de Raad, is dat er de eerste 24 uur contact moet zijn tussen koe en kalf. Later zou de norm gelegd worden op 12 weken. Daarvan zou er de eerste 4 dagen minstens 20 uur fysiek contact mogelijk moeten zijn en de volgende dagen van die 12 weken minstens 2 uur per dag. De band tussen koe en kalf wordt volgens de Raad gevormd binnen 4 dagen. De scheiding vlak daarna leidt tot verhoogde stress, die pas na ongeveer 10 weken afneemt.
Afweging tussen dierenwelzijn en haalbaarheid
Op basis van dit advies heeft minister Weyts beslist om een economische impactstudie te vragen. Een beslissing over nieuwe regels voor de Vlaamse kalverhouderij komt er pas als de resultaten van deze economische impactstudie bekend zijn. “Eventuele toekomstige initiatieven zullen een beslissing zijn van de Vlaamse regering. Daarbij zal, zoals steeds, een afweging wordt gemaakt tussen wat wenselijk is op het vlak van dierenwelzijn, wat economisch haalbaar is en met een voldoende lange overgangstermijn”, belooft minister Weyts.
De Vlaamse Raad voor Dierenwelzijn formuleerde daarnaast nog adviezen inzake voeding, huisvesting en verrijking en transportleeftijd van kalveren.





