Opinie: Waalse akkerbouwers en Vlaamse veehouders wachten al 25 jaar op een oplossing
Stefaan Sintobin, Vlaams parlementslid voor Vlaams Belang, breekt in dit opiniestuk een lans voor een regeling van mesttransport en -gebruik tussen beide gewesten.

Waalse akkerbouwers en Vlaamse veehouders zullen veel sneller tot een afspraak komen dan de regeringen die hen vertegenwoordigen. De veehouder zoekt betaalbare afzet voor zijn mest. De akkerbouwer kan de nutriënten en organische stof gebruiken en op zijn kunstmestfactuur besparen. Uiteraard moet dat landbouwkundig verantwoord zijn. Maar waarom blijft het zo moeilijk om daar afspraken over te maken?
Ik heb die vraag gesteld aan Vlaams minister van Landbouw en Omgeving Jo Brouns (cd&v). Zijn antwoord bevestigt dat een werkbare regeling voordelen kan bieden voor beide partijen. Hij erkent ook dat de afzet van onbewerkte Vlaamse mest in Wallonië buiten de beperkte grensboerregeling praktisch bijna onmogelijk is. Er staat overleg gepland, schrijft hij. Vlaanderen vraagt volgens hem al enkele decennia om samenwerking. Maar landbouwers moeten ieder seizoen hun beslissingen nemen en hun rekeningen betalen. Zij kunnen zich geen decennia uitstel veroorloven.
Ook in Wallonië bestaat belangstelling
Wie deze kwestie uitsluitend als een Vlaams probleem beschouwt, moet de Waalse parlementaire stukken eens lezen. Op 16 mei 2022 stelde Anne Laffut (MR) schriftelijke vraag nummer 565 over de invoer van Vlaamse dierlijke mest. Door de hoge kunstmestprijzen gingen volgens haar steeds meer stemmen in de Waalse landbouw op om die invoer toe te laten. Met de nodige milieuvoorwaarden kon dat belangrijke besparingen opleveren. Het verzoek om een opening kwam dus ook van Waalse kant. Dat lijkt mij een goed vertrekpunt. Een Waalse akkerbouwer moet kunnen afwegen welke bemesting voor zijn bedrijf geschikt en betaalbaar is. Waar dierlijke mest een deel van de kunstmest kan vervangen binnen de geldende normen, verdient die mogelijkheid een ernstig onderzoek.
Waarom zou een Waalse akkerbouwer een mogelijke besparing moeten laten liggen omdat de mest uit Vlaanderen komt?
Het antwoord van de toenmalige Waalse minister Céline Tellier (Ecolo), liet weinig twijfel bestaan over de oorsprong van de beperking. Bij de omzetting van de Europese afvalstoffenrichtlijn had de Waalse wetgever bewust voor een strengere aanpak gekozen. De uitzonderingen voor dierlijke mest waren niet overgenomen.
Een keuze die teruggaat tot 2000
Tellier verwees ook naar het beleid dat de Waalse regering sinds 2000 voert: externe mest weren om afzetruimte voor Waalse mest te behouden en bodem en water te beschermen. Dat is geen recente uitleg. Minister Michel Foret (MR) verwees op 11 januari 2002, in zijn antwoord op een vraag van wijlen Véronique Cornet (MR), al naar de regeringsbeslissing van 20 juli 2000. Het gaat dus om een politieke keuze die al ruim een kwarteeuw standhoudt. Dat Wallonië rekening houdt met zijn eigen veehouders, kan ik begrijpen, maar zijn akkerbouwers hebben eveneens belangen. Hun vraag naar betaalbare bemesting mag niet telkens verdwijnen achter de algemene wens om externe mest buiten te houden. Ook de bescherming van bodem en water is een terecht aandachtspunt. Daarover hoeft geen discussie te bestaan. Wel over de vraag waarom een algemene blokkering nodig blijft, zelfs waar mestkwaliteit, bemestingsruimte en gebruik gecontroleerd kunnen worden.
Europa verbiedt die samenwerking niet
Een algemeen Europees verbod op mesttransport tussen Vlaanderen en Wallonië bestaat niet. De Europese verordening inzake dierlijke bijproducten voorziet in het gebruik van onbewerkte mest op landbouwgrond, onder voorwaarden inzake diergezondheid. Ze laat ook bepaalde administratieve vereenvoudigingen toe voor mesttransporten binnen dezelfde lidstaat.
Dat betekent vanzelfsprekend niet dat alles zomaar mag. Voorschriften over diergezondheid, traceerbaarheid, bemesting en waterkwaliteit blijven gelden. Maar Europa kan moeilijk als verklaring dienen voor de vaststelling dat er na zoveel jaren nog altijd geen werkbare regeling is.
Bovendien zijn er uitzonderingen. Op 24 maart 2025 bevestigde Waals minister Yves Coppieters (Les Engagés), in antwoord op schriftelijke vraag nummer 251 van Eddy Fontaine (PS), dat één landbouwer sinds 2012 jaarlijks een afwijking krijgt voor 20.000 ton ruwe stalmest en pluimveemest. Daarnaast bestaat de grensboerregeling voor mest van eigen dieren op eigen Waalse percelen. Als uitzonderingen mogelijk zijn, mag men toch vragen waarom een duidelijke regeling voor andere geïnteresseerde landbouwers uitblijft.
Brouns moet meer vragen dan overleg
Voor mij wijst het voortzetten van deze blokkering op politieke onwil. De Waalse overheid beperkt daarmee ook de mogelijkheden van haar eigen akkerbouwers. En de Vlaamse regering legt zich er al te gemakkelijk bij neer dat samenwerking alleen mogelijk is als Wallonië ervoor openstaat.
Ik verwacht van minister Brouns dat hij met een concreet voorstel en een duidelijke termijn naar zijn Waalse collega's stapt. Welke voorwaarden zijn nodig? Waar is er ruimte voor afzet? Kan een afgebakend proefproject eindelijk ervaring opleveren? Als een akkoord uitblijft, moet hij ook zeggen waar het vastloopt en wie de verantwoordelijkheid draagt.
Waalse akkerbouwers en Vlaamse veehouders hoeven op dit punt geen tegenstanders te zijn. Zij zouden afspraken moeten kunnen maken waar beide bedrijven beter van worden. Na 25 jaar mogen zij van hun regeringen verwachten dat die daar eindelijk werk van maken.





