Startpagina Actueel

Everzwijnen richten veel schade aan, maar schadevergoedingen blijven uit

Everzwijnen richten de meeste schade in landbouwgebied aan tussen half augustus en half oktober. Hoe groot de everzwijnenpopulatie in Vlaanderen is, blijft evenwel onduidelijk. Wél duidelijk is dat het niet eenvoudig is om die populatie onder controle te krijgen. Daarnaast is het niet evident om een vergoeding te krijgen bij schade.

Leestijd : 4 min

In de commissie Leefmilieu van het Vlaams parlement op 20 oktober kaartte Lydia Peeters (Anders) de overlast aan die everzwijnen veroorzaken in Vlaamse landbouwregio’s, maar ook in woongebieden. “Al sinds 2009 wordt gewaarschuwd dat het 5 over 12 is. Zeventien jaar later zitten we nog altijd met dezelfde problemen. De overlast door everzwijnen blijft in verschillende Vlaamse regio’s aanzienlijk. Landbouwers zien hun gewassen vernield en burgers krijgen te maken met omgewoelde tuinen en beschadigde eigendommen. Toch blijft het bijzonder moeilijk om een schadevergoeding te krijgen, omwille van de moeilijke bewijslast.” Voor een schadevergoeding door de Vlaamse overheid moet onder meer worden aangetoond dat de everzwijnen hoofdzakelijk afkomstig zijn uit een natuurgebied waar jacht en bestrijding niet werden toegestaan. Voor Lydia Peeters is dit absurd: “Een everzwijn houdt zich niet aan gemeente- of perceelsgrenzen. Hoe moet een landbouwer of burger bewijzen waar het dier vandaan komt?”

Minister Jo Brouns (cd&v), die landbouw en omgeving in zijn portefeuille heeft, deelde de bekommernis van het commissielid. Hij omschreef de everzwijnschade als een heel ernstige kwestie. Het is in tuinen en op graslanden een jaarlijks terugkerend fenomeen.

Schade monitoren

Tussen half augustus en half oktober worden veel gewassen geoogst. Dan verminderen de dekking en het voedselaanbod in landbouwgebied. In die periode is er veel zetmeelhoudend voedsel voorhanden: resten van maïs en graan, eikels, beukennootjes en kastanjes. Dat moeten de everzwijnen compenseren met eiwitrijk voedsel. Ze vinden dat bijvoorbeeld in insectenlarven onder de grasmat. Daarvoor gaan ze wroeten in weiden en in tuinen. “Het is onduidelijk hoe groot de everzwijnenpopulatie exact is”, zei minister Brouns. “Wat we wel kunnen monitoren, is de schade die ze veroorzaken.”

De registratie van die schade verloopt in eerste instantie via de burger zelf en via applicaties zoals Wild In Zicht. Uit de officiële cijfers blijkt vooral dat de everzwijnenpopulatie uitdijt over een groter gebied. Er zijn steeds meer schademeldingen, ook uit de provincie Vlaams-Brabant. Wat de provincies Antwerpen en Limburg betreft, dalen de schademeldingen in 2026 voor de maanden januari tot augustus, in vergelijking met dezelfde periode in 2025. De gemeentelijke trends wisselen van jaar tot jaar, maar bepaalde gemeenten, waaronder Beringen, Genk, Leopoldsburg, Oud-Heverlee, Overijse en Tervuren, blijven allemaal gemeenten met heel veel meldingen. Naast deze concrete meldingen zijn er ook de signalen van de lokale besturen, die wijzen op disproportioneel veel schade in de gemeenten Leopoldsburg en Beringen.

Jagers verlenen medewerking

Volgens de minister wordt er alles aan gedaan om de schade zo goed en zo snel mogelijk onder controle te krijgen. Daarvoor doet men in eerste instantie een beroep op de jachtsector. De jachtsector maakt zich sterk dat lokale jagers de overlast door everzwijnen vrijwillig en gratis kunnen aanpakken. De voorbije jaren is echter gebleken dat bejaging niet overal haalbaar was. Er rijzen soms problemen wegens de complexe eigendomssituatie of omdat everzwijnen zich graag verschuilen in zones waar gewone jacht om veiligheidsredenen niet evident is, zoals in tuinen en in parken. Daaruit is de noodzaak gegroeid om een gespecialiseerd ondersteuningsteam van het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) inzetbaar te maken. De combinatie van de reguliere jacht en de gespecialiseerde back-up door het ANB is de laatste jaren succesvol gebleken.

Everzwijncoördinator bemiddelt

Dat neemt volgens Brouns niet weg dat het onder controle houden van everzwijnenschade in het dichtbebouwde Vlaanderen een aanzienlijke uitdaging blijft. Dat vraagt goede monitoring, goede afstemming en coördinatie tussen de verschillende betrokken overheden, natuurorganisaties en de jacht- en landbouwsector. Voor die coördinatie kijkt men in eerste instantie naar het lokale faunaoverleg met het ANB, lokale wildbeheereenheden en lokale besturen.

Er kan ook een beroep gedaan worden op een everzwijncoördinator. De rol van die coördinator is evenwel beperkt tot het informeren, samenbrengen en sensibiliseren van de lokale stakeholders. In geval van conflict kan de coördinator ook een bemiddelende rol spelen. Dat heeft de coördinator ook gedaan in alle getroffen gebieden. Het is belangrijk om te benadrukken dat de everzwijncoördinator niemand kan dwingen om maatregelen te nemen of beheer uit te voeren.

Boogjacht

Recent vond overleg plaats in Leopoldsburg, waarbij een aantal afspraken zijn gemaakt met het oog op een verbeterde jachtefficiëntie. Aan het ANB en de jachtsector is gevraagd om ook de jachtintensiteit op te voeren, om zo de dieren uit die woonwijken te kunnen weghouden. Heel spoedig zal een nieuwe stand van zaken worden opgenomen met alle betrokkenen op het terrein.

In het kader van de everzwijnenproblematiek gaat ook aandacht uit naar de boogjacht. Minister Brouns vroeg daarover advies aan de jachtexperts bij het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) en verwacht antwoord tegen het einde van het jaar. Als dat advies positief is, wil de minister een proefproject opzetten. Hij denkt ook verder aan het gebruik van geluidsdempers en nachtkijkers als belangrijke elementen om het beheer van everzwijnen efficiënter te maken. Hier is het wachten op de inwerkingtreding van de federale wetswijziging en de bijhorende KB’s.

Onvoldoende resultaat

Peeters waardeert de inspanningen van jagers, wildbeheereenheden en lokale besturen, maar vraagt een beter gecoördineerde Vlaamse aanpak. Ook de registratie van schade moet eenvoudiger en beter op elkaar afgestemd worden. “Minister Brouns moet nu eindelijk zijn beloftes waarmaken. Versoepel die onhaalbare bewijslast, vereenvoudig de aanvraagprocedure en zorg voor een gecoördineerde aanpak van de everzwijnenoverlast. Landbouwers en burgers hebben geen boodschap aan nog meer aankondigingen. Ze willen dat de schade wordt aangepakt en dat wie toch getroffen wordt, een eerlijke kans krijgt op een vergoeding”, benadrukt Lydia Peeters nog in een persbericht over de problematiek.

Fons Jacobs/AV

Lees ook in Actueel

Meer artikelen bekijken