Europese Holstein Confrontatie:techniek en genetica koppelen voor maximale productie

Stéphane en Ludovic vullen elkaar zeer goed aan op het bedrijf. Vader Stéphane zorgt voor de voeding van de dieren, terwijl zoon Ludovic alles wat met genetica te maken heeft voor zijn rekening neemt. P-Y L.
Stéphane en Ludovic vullen elkaar zeer goed aan op het bedrijf. Vader Stéphane zorgt voor de voeding van de dieren, terwijl zoon Ludovic alles wat met genetica te maken heeft voor zijn rekening neemt. P-Y L. - P-Y L.

Stéphane Feys is afkomstig uit een grote familie en was niet voorbestemd om de familiale boerderij over te nemen. In de jaren tachtig investeerden hij en zijn echtgenote in een klein gemengd bedrijf met verouderde gebouwen. “Wij moesten investeren om de kosten van het bedrijf te kunnen dragen. Daarom kozen we voor de melkproductie met een vast maandelijks inkomen.”

Voorzichtige start

We waren in 1986 en het begin van de melkquotaregeling. “We gingen met voorzichtige stappen verder door kleine hoeveelheden te produceren in alle speculaties.” Het was door te lezen in gespecialiseerde tijdschriften en door bedrijven te bezoeken, onder meer in Frankrijk, dat het koppel zich specialiseerde in de melkproductie. “De nabijheid, de taal en de omvang van hun bedrijf boden ons een goed inzicht inde selectie”, zo legt Stéphane uit.

In 1990 werd een nieuwe belangrijke stap gezet. De familie Feys investeerde immers in een geselecteerde veestapel. “Vanaf 1996 werd het bedrijf volledig naar de melkveehouderij gericht. De geproduceerde volumes kwamen dan overeen met wat toen op nationaal vlak gangbaar was voor melkveebedrijven. We waren toen halfweg tussen het begin van onze loopbaan en de komst van Ludovic in het bedrijf in 2012, nadat hij in Frankrijk zijn landbouwopleiding had beëindigd”, zo vult moeder Annie aan.

Met de komst van Ludovic in het bedrijf werd ook flink geïnvesteerd. De laatste investering betrof de ventilatie.
Met de komst van Ludovic in het bedrijf werd ook flink geïnvesteerd. De laatste investering betrof de ventilatie. - P-Y L.

Veel enthousiasme voor prijskampen

In 2000 behaalt Stéphane Feys zijn eerste groot resultaat op een veeprijskamp, namelijk het Belgisch kampioenschap. Voor Ludovic was dat een gebeurtenis die zijn leven verder bepaald heeft. “Ik was 10 jaar op dat ogenblik en ik was voor de eerste maal uit de lessen weg gebleven. Ik herinner mij zelfs de persoon die mij geholpen heeft om over de balustrade te kruipen om in de ring te geraken”, zo lacht hij.

Het was voor de hele familie Feys een gedenkwaardige gebeurtenis die hen stimuleerde om op de ingeslagen weg verder te gaan.

Het was ook in dat jaar dat de familie voor de eerste keer de deuren van haar bedrijf openzette in het kader van de Europese Holstein Confrontatie die toen nog op Agribex werd georganiseerd in Brussel. Van al die ontmoetingen heeft de familie zeer goede contacten overgehouden overal in Europa. Sommige ervan lieten aan Ludovic toe om zijn stages te volbrengen in het kader van zijn landbouwopleiding 9 jaar later.

Van 2000 tot 2012 bleef de veestapel regelmatig groeien van 50 naar uiteindelijk 100 koeien. En Ludovic, die gebeten is door de genetica, regelde reeds de dekkingen van de koeien via zijn GSM van uit het noorden van Frankrijk waar hij zijn studies volgde.

Voeding en genetica, de twee polen van het bedrijf

Op het bedrijf zijn de taken nu zeer goed verdeeld. Vader Stéphane houdt zich bezig met de voeding van de dieren, terwijl Ludovic alles wat met de genetica te maken heeft onder zijn hoede neemt. “Deze complementariteit levert haar vruchten af!”, zo stelt Stéphane. Hij hecht veel belang aan de melkproductie en de gezondheid van de koeien. “Wij leven vóór alles van de betaling van de melk en niet van de prijskampen… Het bedrijf is voornamelijk gebaseerd op de melkproductie. Vandaar ons streven om te werken op de techniek en op de genetica. Wij zoeken rendabele dieren met een zeer goed gevormde uier en een functioneel beendergestel. Wanneer ze daarna goed blijken om deel te nemen aan prijskampen, gaan ze er naar toe.”

“Op het ogenblik dat Ludovic besloten had het bedrijf over te nemen, werd meteen een project opgezet voor het bouwen van een nieuwe stal. Wanneer de opvolging verzekerd is dan worden investeringen gedaan. Van dan af werden de lacterende vaarzen niet meer verkocht maar aangehouden om de veestapel verder te laten groeien.”

Voor het eigen comfort

en dat van de dieren

Maar hoe groot moest de investering zijn? Voor Stéphane was het duidelijk dat de omvang van het bedrijf moest toelaten om twee inkomens op te leveren. “In de toekomst zal het bedrijf met twee mensen uitgebaat worden. Vandaag is dat nog vader en zoon; in de toekomst zal dat Ludovic zijn, samen met een arbeider.”

Het gebouw is ontworpen voor 180 koeien. De melkstal en de manier van huisvesten, … alles werd opnieuw bekeken. “Wanneer men investeert speelt men dubbel. Het doel is om minder uren te moeten besteden voor de productie van 1.000 liter melk, maar anderzijds ook om meer comfort en welzijn te garanderen, zowel voor de dieren als voor onszelf.”

n de stal kozen ze voor ruimte ligboxen en voor de melkstal ging de keuze naar een dubbele 16 Swing-over met melken van achter. Waarom die stal en geen melkrobot? Uit voorzichtigheid en ook wel om economische redenen … Temeer omdat de gegevens die tijdens het melken verzameld worden dicht aansluiten bij deze van een robot. En buiten de tweemaal twee uur per dag die aan het melken moet besteed worden, is de familie Feys, tussen deze twee melkbeurten in, gerust.

Ze zijn nochtans niet gestopt met investeren. Ondanks de aanwezigheid van gordijnen aan de zijkanten van de stal, stelden ze elke zomer toch een daling van de vruchtbaarheid vast bij de koeien tijdens zeer warme periodes. In maart 2018 investeerden ze daarom in ‘positieve ventilatie’ of ‘overdrukventilatie’ die ze boven de ligboxen hebben geplaatst. Ludovic verklaart: “We blazen lucht boven de koeien daar waar ze liggen te rusten. Een koe die goed uitgerust is zal vervolgens beter eten.” De investering was redelijk zwaar, maar de resultaten waren onmiddellijk voelbaar: tijdens de daaropvolgende zomer werd geen daling van de melkproductie vastgesteld en was er ook geen afname van de vruchtbaarheid.

Ecologisch intensieve veehouderij

Bij hun werk besteden onze gastheren veel aandacht aan het totaalevenwicht op het bedrijf. De helft van de oppervlakte ligt in tijdelijk grasland, terwijl een deel van de maïs van elders aangekocht wordt en ze ook de perspulp weten te waarderen. Voor vader Stéphane moet alles goed in elkaar passen: “Ons streven is om een goede voederomzetting te hebben. Ons bedrijf is te klein om volledig autonoom te zijn inzake voeder. We moeten dus ruwvoeders van buiten het bedrijf aankopen.” En zoon Ludovic vult aan: “Die moeten dan ook goed aangewend worden. Het doel is om een maximum aan melk te produceren met een bepaalde hoeveelheid voeder.”

De genetische vooruitgang is daarbij opmerkelijk. Reden waarom niet iedereen goede resultaten haalt met de Holsteins. “De capaciteit om melk te produceren is sneller toegenomen dan de mogelijkheden om de dieren goed te voederen. Er is dus een zeer goede technische kennis noodzakelijk om deze koeien op te volgen en hun vleestoestand op peil te houden. Een dier waarvan het gewicht met meer dan 10 % schommelt zal problemen krijgen. De hoge melkproductie hangt van vele details af”, zo legt Stéphane uit.

Onproductieve dagen

Nu de stal opgevuld is, zullen een deel van de lacterende vaarzen in overtal kunnen verkocht worden in de loop van het jaar. “Bij ons kalven de vaarzen op jonge ouderdom, wat het probleem van te veel vaarzen nog accentueert. Bij de melkcontrole gedurende drie jaar kalfden de vaarzen gemiddeld op een ouderdom van 24 maanden. Dit jaar zal dat voor de eerste maal op 23 maanden zijn en er zijn heel wat vaarzen die reeds op 21 maanden kalven.”

Ludovic: “Deze vaarzen zijn dynamischer en passen zich zeer goed aan… Op het ogenblik van de inseminatie hebben ze reeds een zeker gewicht. En dat vraagt een ander management van de kalveren. Van bij hun geboorte moeten ze van dichtbij opgevolgd worden. En ze krijgen ook meer melk dan vroeger. In het verleden gebeurde dat tweemaal per dag, telkens twee liter. Nu geven we ze tweemaal per dag vier liter.”

En Stéphane vult aan: “We hebben de melkvoeding van de kalveren veranderd in april 2017. Door het gewicht op het ogenblik van het spenen te verdubbelen bereiken de kalveren vroeger hun volwassenheid. Het is niet zeldzaam dat vaarzen van 12 maanden hetzelfde gewicht hebben als deze van 15 maanden. Enkel optimale voeding laat toe het genetisch potentieel maximaal tot uiting te brengen, wat het aantal onproductieve dagen vermindert en daardoor de rendabiliteit van de dieren verhoogt.”

Naar P-Y L.

Meest recent

Meest recent