Opbrengstresultaten wintergerst 2019

Opbrengstresultaten wintergerst 2019

Het rassenonderzoek werd gerealiseerd door:

- de Vlaamse overheid, Departement Landbouw en Visserij, Afdeling Beleidscoördinatie en Omgeving, Team Voorlichting in samenwerking met Inagro vzw, afdeling Akkerbouw, Rumbeke-Beitem

(proefplaatsen Huldenberg, provincie Vlaams-Brabant en Geraardsbergen-Nieuwenhove, provincie Oost-Vlaanderen)

- Inagro vzw, afdeling Akkerbouw, Rumbeke-Beitem

(proefplaats Zuienkerke in de kustpolder, provincie West-Vlaanderen)

- vzw PIBO Campus en het Provinciaal Instituut voor Biotechnisch Onderwijs (PIBO), Tongeren

(proefplaats Tongeren-Koninksem, provincie Limburg)

- het Vrij Technisch Instituut, Land- en Tuinbouw, Poperinge

(proefplaats Poperinge, provincie West-Vlaanderen)

Het rassenonderzoek omvatte uitsluitend zesrijige rassen. Een overzicht van de rassen in proef is weergegeven in Tabel 1.

Korrelopbrengst

Bij de rassenkeuze zijn, voor wat de korrelopbrengst betreft, volgende criteria belangrijk:

- de regelmatigheid van het ras over de diverse proefplaatsen binnen hetzelfde jaar

- en de regelmatigheid van het ras over de jaren.

Bij de rassenkeuze is het immers niet aangewezen zich enkel te laten leiden door de opbrengstcijfers van één jaar. Om het opbrengstvermogen van een ras optimaal te evalueren is het noodzakelijk resultaten over meerdere proefjaren (bij voorkeur minstens drie proefjaren) te beschouwen. De opbrengstcijfers van één jaar zijn immers eigen aan de groei- en klimaats-omstandigheden van het betreffende jaar.

Gesteld kan worden dat het meerjarig gemiddelde van een ras des te betrouwbaarder is, naarmate de korrelopbrengst van het ras over de jaren stabieler is. Bij de rassen waar slechts één jaar resultaten beschikbaar zijn is de nodige omzichtigheid geboden bij de beoordeling.

Daarnaast dient er bij de rassenkeuze ook rekening gehouden te worden met onder andere legergevoeligheid, ziektegevoeligheid of andere eigenschappen.

Tevens is het belangrijk om, in functie van het uit te zaaien areaal wintergerst, meerdere rassen te kiezen om aldus aan risicospreiding te doen . Resultaten uit het verleden leren trouwens dat het opbrengstpotentieel van rassen wisselend kan zijn in functie van het perceel en het jaar; soms zijn zowel de perceelsverschillen als de jaarverschillen zelfs zeer groot.

In de tabellen is de korrelopbrengst per ras weergegeven in relatieve cijfers (procenten) ten aanzien van het gemiddeld resultaat van de getuigerassen. De gemiddelde opbrengst van een ras over de proefplaatsen is uiteraard betrouwbaarder naarmate het op een groter aantal proefplaatsen slaat en de korrelopbrengst over de proefplaatsen regelmatiger is.

Resultaten

Vlaams Gewest 2019

In Tabel 2 is de korrelopbrengst per ras weergegeven in relatieve cijfers (procenten) ten aanzien van het gemiddeld resultaat van de rassen Coccinel, Faro, Hedwig, KWS Keeper, KWS Orbit, KWS Tonic, Margaux, Monique, Novira, Rafaela, SU Jule en Zebra. De gemiddelde opbrengst van een ras over de proef-plaatsen is uiteraard betrouwbaarder naarmate de korrelopbrengst over de proefplaatsen regelmatiger is.

Opbrengsten meer dan 5 % boven het gemiddelde

SY Galileoo (hybride): gemiddeld 106,6 % (variërend van 105,0 % tot 109,4%). Hoewel het maar één jaar in proef lag, in 2019, was het resultaat zeer goed te noemen.

Tektoo (hybride): gemiddeld 106,2 % (variërend van 101,7 % tot 107,5%). Over de laatste twee jaar behaalde dit ras een goed resultaat.

Wootan (hybride): gemiddeld 105,4 % (variërend van 102,3 % tot 110,4%). Over de laatse vier jaar behaalde dit ras een goed resultaat.

Quadriga: gemiddeld 105,3 % (variërend van 103,2 % tot 111,0%). Dit ras scoorde goed over de laatste vijf jaar.

Opbrengsten tot 5 % boven het gemiddelde

Bazooka (hybride): gemiddeld 103,9 % (variërend van 98,5 % tot 111,1%). Deze hybride behaalde een goed resultaat over de laatste drie jaar.

KWS Orbit: gemiddeld 103,7 % (variërend van 100,8 % tot 106,7%). Het resultaat in 2019 was goed. Het lag voor het eerste jaar in proef.

Smooth (hybride): gemiddeld 103,1 % (variërend van 97,3 % tot 108,3 %). Dit ras deed het goed tot zeer goed over de laatse vijf jaar, maar het resultaat varieert sterk in functie van het jaar.

Zebra (tolerant dwergvergelingsvirus): gemiddeld 102,8 % (variërend van 97,4 % tot 107,0%). Het lag in 2019 voor het eerste jaar in proef, met een goed resultaat als gevolg.

SU Jule: gemiddeld 101,6 % (variërend van 96,4 % tot 106,8%). Dit ras behaalde over de laatste twee jaar een goed resultaat, maar varieerde nogal in functie van het jaar.

Verity: gemiddeld 101,5 % (variërend van 94,9 % tot 105,4%). Over de laatste drie jaar behaalde Verity een goed resultaat.

KWS Keeper: gemiddeld 100,5 % (variërend van 97,6 % tot 104,6%). Over de laatste twee jaar behaalde KWS Keeper een gemiddeld resultaat.

Rafaela (tolerant dwergvergelingsvirus): gemiddeld 100,1 % (variërend van 98,3 % tot 102,5%). Deze variëteit behaalde een gemiddeld resultaat over de laatste vijf jaar.

Hedwig: gemiddeld 100,0 % (variërend van 94,6 % tot 102,4%). Dit ras behaalde een gemiddeld tot goed resultaat over de laatste drie jaar.

Opbrengsten tot 5 % onder het gemiddelde

Faro: gemiddeld 99,7 % (variërend van 91,6 % tot 106,2%). Faro lag enkel in 2019 in proef. Het resultaat was gemiddeld.

KWS Tonic: gemiddeld 99,7 %(variërend van 93,5 % tot 104,0 % ). Dit ras behaalde een goed resultaat over de laatste vijf jaar, en gemiddeld in 2019.

Coccinel (tolerant dwergvergelingsvirus): gemiddeld 99,3 % % (variërend van 89,9 % tot 102,2%). Dit ras behaalde een gemiddeld resultaat in 2019, toen het voor de eerste keer in proef lag.

Novira (tolerant dwergvergelingsvirus): gemiddeld 98,3 % (variërend van 94,3 % tot 102,9%). In 2019, scoorde het 1,7 % onder het gemiddelde. Ook dit ras lag voor het eerst toen in proef.

Monique: gemiddeld 98,2 % % (variërend van 93,4 % tot 101,5%). In 2016 behaalde dit ras een goed resultaat, in 2017 was dta gemiddeld. Het scoorde echter onder het gemiddelde in 2018 (1,5 %) en 2019 (1,8 %).

Margaux (tolerant dwergvergelingsvirus): gemiddeld 95,7 % (variërend van 88,5 % tot 102,6%). Dit ras lag voor het eerst in proef in 2019, en scoorde 4,3 % onder het gemiddelde.

En verder

In tabel 4 staat de informatie over het hectolitergewicht, duizendzadengewicht, vochtgehalte, strolengte, legering en bladziekten. Het hectolitergewicht van de wintergerst bedroeg gemiddeld over alle rassen en proefplaatsen 70,6 kg in 2019, tegenover 67,9 kg in 2018 en 66,6 kg in 2017. Over de laatste drie jaren, maar ook in 2019 alleen, behaalden Smooth (hybride) en Bazooka (hybride) het hoogste hectolitergewicht. Ook Margaux, die enkel proefresultaten heeft in 2019, haalde een tamelijk hoog tot hoog hectolitergewicht. Na in 2019 het eerste jaar in proef gelegen hebben, bleken Novira en Coccinel onderaan te hangen, samen met Rafaela.

Het duizendzadengewicht van de wintergerst bedroeg gemiddeld over alle rassen en proefplaatsen 48,4 g in 2019, tegenover 49,8 g in 2018 en 46,5 g in 2017. SU Jule haalde in 2019 het hoogste duizendzadengewicht, met Verity op de tweede plaats. Ook Quadriga, SY Galileoo (hybride), SY Baracooda (hybride) en Jettoo (hybride) haalden duizendzadengewichten boven 50 g. Margaux en Faro haalden de laagste duizendzadengewichten, onder 45 g.

Het vochtgehalte van de wintergerst bij de oogst bedroeg gemiddeld over alle rassen en proefplaatsen 14,1% in 2019, tegenover 11,6% in 2018 en 14,7% in 2017. Bij SU Jule en KWS Keeper was het vochtgehalte tamelijk hoog. Bij Novira en Coccinel was die het laagst.

De strolengte na het toepassen van groeiregulatoren is een volgend aspect. Tamelijk lang tot lang waren de rassen KWS Keeper, SY Galileoo (hybride), Verity, Hedwig, Bazooka (hybride), Quadriga, SU Jule en Monique. Coccinel en Zebra bleken kort tot tamelijk kort.

De legergevoeligheid van de rassen was soms verschillend naargelang de proefplaats. Gemiddeld genomen deden KWS Orbit, KWS Tonic, Verity en Coccinel het het best, met scores boven 8,5. Rafaela, Monique, Margaux, Hedwig, Smooth (hybride) en Faro bleken gevoeliger voor legering. Kort vóór de oogst van de wintergerst trad op twee van de vijf proefplaatsen halmbreuk op, zij het globaal beperkt.

Op één proefplaats kwam wel veel halmbreuk voor bij het ras Margaux. Dit ras bleek duidelijk het meest gevoelig te zijn voor halmbreuk. In beperktere mate kwam er ook halmbreuk voor bij de rassen Monique en Zappa.

Ten slotte wordt in de tabel de gevoeligheid voor bladziekten weergegeven, waarbij netvlekkenziekte, bladvlekkenziekte, dwergroest en meeldauw gezamenlijk werden geëvalueerd. Minst gevoelig voor bladziekten waren Tektoo (hybride), Wootan (hybride), SU Jule en KWS Keeper, maar ook Jettoo (hybride) in 2018 en Veronika in 2018 en 2017. Meest gevoelig voor bladziekten waren KWS Tonic en ook Amistar in 2017.

Bekijk de details van de rassenproefresultaten in tabelvorm in de papieren versie van Landbouwleven.

D. Wittouck, K. Boone

en J. Claeys (Inagro),

F. Flusu, J.L. Lamont en

A. Demeyere (Departement

Landbouw en Visserij)

M. Peumans, J. Bode, N. Luyx,

M. Carlens en S. Smets (PIBO)

P. Vermeulen en

S. Vandeputte (VTI Poperinge)

Meest recent

Meest recent