Recht: wat te doen als een huwelijk niet gered kan worden?

Recht: wat te doen als een huwelijk niet gered kan worden?
Foto: Henk Monster

Scheiden door onderlinge toestemming is enkel mogelijk wanneer de echtgenoten het zowel over de beëindiging op zich als omtrent alle gevolgen van die beëindiging eens zijn. Er dient dan ook een algeheel echtscheidingsakkoord te worden gesloten.

Artikel 1287 Gerechtelijk wetboek bepaalt dat bij deze vorm van echtscheiding de echtgenoten verplicht zijn om vooraf hun wederzijdse rechten te regelen. De wetgever doelt daarmee op een akkoord over de verdeling van de goederen en de schulden. Bij het maken van deze afspraken zijn partijen niet gebonden door de wettelijke bepalingen of de bepalingen van het hu welijkscontract. Men kan hier in onderling akkoord van afwijken. Bovendien dient er een regeling getroffen te worden over het erfrecht van de langstlevende echtgenoot, indien één van de echtgenoten zou overlijden voor het einde van de echtscheidingsprocedure.

Artikel 1288 Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat echtgenoten tevens verplicht zijn om vooraf de familierechtelijke gevolgen van de echtscheiding vast te leggen. Deze gevolgen betreffen onder meer de verblijfplaats van partijen tijdens de echtscheidingsprocedure, de verblijfplaats van de gemeenschappelijke kinderen zowel tijdens als na de procedure, wie het ouderlijk gezag heeft over de minderjarige kinderen, de bijdrageregeling in de kosten van onderhoud voor de kinderen, de eventuele uitkering van de ene partij aan de andere. De rechter zal de overeenkomst met betrekking tot de minderjarige kinderen toetsen aan de belangen van de kinderen. De rechtbank oefent geen toezicht uit op de rest van de overeenkomst.

Wanneer partijen er niet in slagen om tot een algeheel echtscheidingsakkoord te komen, kunnen zij enkel een procedure starten wegens onherstelbare ontwrichting van het huwelijk.

Onherstelbare ontwrichting

Een huwelijk is volgens de letter van de wet onherstelbaar ontwricht wanneer de voortzetting van het samenleven tussen de echtgenoten en de hervatting ervan redelijkerwijs onmogelijk is geworden ingevolge die ontwrichting” (art. 229 § 1 Burgerlijk Wetboek). Dit impliceert dat wanneer echtgenoten uit elkaar wensen te gaan en er geen verzoening mogelijk is, zij zich tot de rechtbank moeten richten.

De onherstelbare ontwrichting van het huwelijk is een grond tot echtscheiding die drie verschillende verschijningsvormen kan aannemen. De wet maakt een onderscheid tussen de hypothese waarin één van de echtgenoten de echtscheiding vraagt en de hypothese waarin de beide echtgenoten gezamenlijk de echtscheiding vorderen.

De ‘de plano-echtscheiding’

De onherstelbare ontwrichting kan bestaan in een tekortkoming aan de huwelijksplicht of in een gedraging die de voortzetting van de huwelijk definitief onmogelijk maakt. Dit betreft onder andere gewelddaden tussen echtgenoten, grove beledigingen, mishandeling, overspel, verlaten van de echtelijke woning, enzovoort. Het bewijs van deze ontwrichting kan met alle middelen worden geleverd. Enkel indien hier voldoende bewijs van voorligt, zal de rechtbank de echtscheiding uitspreken op basis van artikel 229 §1 Burgerlijk wetboek.

Gezamenlijk verzoek

Wanneer het verzoek tot echtscheiding gezamenlijk wordt gedaan door de twee echtgenoten, moet de rechter de echtscheiding uitspreken wanneer de echtgenoten op het ogenblik van verschijning voor de rechtbank minstens zes maanden feitelijk gescheiden zijn. Belangrijk hierbij is dat beide partijen de wil moeten hebben om te scheiden.

De feitelijke scheiding kan bewezen worden door alle middelen van recht. Eén van de manieren is dit aantonen aan de hand van een uittreksel uit het register van de burgerlijke stand, waaruit blijkt dat de echtgenoten meer dan 6 maanden op een ander adres staan ingeschreven. Indien men op het moment van verschijning voor de rechtbank nog geen zes maanden feitelijk gescheiden is, kunnen de partijen tot tweemaal toe met een tussenperiode van minstens drie maanden hun wil tot scheiden uitdrukken.

Deze procedure is dus voor echtgenoten die beiden akkoord zijn om uit de echt te scheiden, minstens 6 maanden feitelijk gescheiden leven, maar geen algeheel echtscheidingsakkoord hebben, waardoor echtscheiding door onderlinge toestemming onmogelijk is.

Op verzoek van 1 van de 2

Indien één van de echtgenoten de echtscheiding vordert en de andere echtgenoot gaat hiermee niet akkoord, kan de rechtbank de echtscheiding enkel uitspreken wanneer beide partijen minstens één jaar feitelijk gescheiden leven. Ook hier kan de feitelijke scheiding worden aangetoond met alle middelen van recht. Indien niet kan worden aangetoond dat de echtgenoten minstens één jaar feitelijk gescheiden leven, stelt de rechtbank overeenkomstig artikel 1255, §2, 2de lid Gerechtelijk Wetboek een tweede zitting vast, hetzij onmiddellijk volgend op de termijn van één jaar feitelijk scheiding, hetzij op een termijn van één jaar na de eerste zitting.

Tot slot

Indien partijen uit de echt willen scheiden door onderlinge toestemming, dan kunnen zij hiervoor terecht bij een notaris en/of een advocaat. Ingeval een algeheel akkoord onmogelijk blijkt en partijen belanden in een procedure wegens onherstelbare ontwrichting van het huwelijk, is het aangewezen dat zij hiervoor ieder een advocaat consulteren om hen in deze procedure voor de rechtbank bij te staan. In die laatste hypothese zal een notaris door de rechtbank worden aangesteld om de vereffening-verdeling van het huwelijksvermogensstelsel te regelen.

Jan Opsommer

Meest recent

Meest recent