Geen databank in Vlaanderen met vergunde dieraantallen

Vlaanderen heeft zicht op dieraantallen, maar een gestructureerde databank met een algemeen overzicht is er niet.
Vlaanderen heeft zicht op dieraantallen, maar een gestructureerde databank met een algemeen overzicht is er niet. - Foto: LV

In Nederland werd recent de geregistreerde bezettingsgraad van stallen onderzocht ten aanzien van de vergunde dieraantallen in de respectievelijke stallen. “Hoewel er vaak legitieme verklaringen zijn, bleek daaruit dat vaak opvallend minder dieren worden gehouden dan de vergunning mogelijk maakt”, stelt Ludwig Vandenhove, Vlaams parlementslid voor SP.A, in een schriftelijke vraag aan Vlaams minister Zuhal Demir (N-VA).

Input van correcte data

Hoewel onze Vlaamse innovatieve landbouwsector alsmaar milieu- en klimaatbewuster wordt, heeft de veeteeltsector nog een impact op de omgeving door de uitstoot van stikstof, zowel via de rechtstreekse mestafzet als via depositie in de lucht. Om de impact binnen de perken te houden, zijn er onder andere het Mestactieplan (MAP) en de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS). Volgens Ludwig Vandenhove staat of valt alles met de input van correcte data. “Het is cruciaal dat de Vlaamse overheid nauwkeurig controleert hoeveel dieren er in de stallen aanwezig zijn of mitigerende installaties (zoals luchtwassers) het rendement dat ze op papier garanderen.”

Het is echter niet omdat er geen algemene databank met vergunde dieraantallen bestaat, dat Vlaanderen geen zicht op die dieraantallen. Dat blijkt uit een schriftelijk antwoord van Vlaams minister Zuhal Demir. “Zo bepaalt de mestwetgeving dat landbouwers jaarlijks de gemiddelde veebezetting moeten aangeven via de mestbankaangifte. Deze controles gebeuren bij bedrijven die voor een bedrijfsdoorlichting werden geselecteerd. De selectie van bedrijven gebeurt op basis van een risicoanalyse waar de dierbezetting één van de criteria voor selectie is maar niet de enige”, stelt Vlaams minister Zuhal Demir.

Dierbewegingen via Sanitel

Voor rundveebedrijven ontvangt de Mestbank jaarlijks de dierbewegingen via Sanitel. “Op basis van de dierbewegingen wordt de gemiddelde veebezetting berekend volgens de afspraken tussen de VLM en de landbouworganisaties. De landbouwers moeten het gemiddeld aantal runderen niet meer zelf aan te geven.” Dit systeem garandeert een nauwkeurige tracing van elk rund waardoor de kans op het aangeven van een verkeerde gemiddelde veebezetting bij runderen heel klein is. “Toch wordt bij een bedrijfsdoorlichting van een rundveebedrijf altijd een rondgang gedaan in de stallen. Het aantal dieren wordt niet gecontroleerd.”

Bij de varkens- en pluimveebedrijven die voor een bedrijfsdoorlichting worden geselecteerd, wordt altijd een bedrijfsbezoek gedaan. De selectie van deze bedrijven gebeurt via een risicoanalyse. “De voorbije jaren waren er in de risicoanalyse criteria opgenomen om een onderaangifte van varkens of pluimvee op te sporen. Tijdens het bedrijfsbezoek wordt een rondgang gedaan over het hele bedrijf.”

ILVO onderzoekt digitaal systeem voor bepaling van varkensbezettingen

Bij varkensbedrijven worden de stallen niet betreden omwille van de kwetsbaarheid van de dieren en de grote kans op het binnenbrengen van infecties. Bovendien biedt een stalbezoek bij pluimveebedrijven weinig meerwaarde voor de controle van de bezetting. “Bijkomend worden ter plaatse administratieve gegevens opgevraagd.” Om dit verder te verkennen loopt op dit moment een onderzoek naar de ontwikkeling van het ontwerp van een digitaal systeem voor de bepaling van varkensbezettingen en uitscheidingscijfers. Deze studie van ILVO loopt af in 2021.

Door verschillende instanties gebeuren controles. “In het overgrote deel van de inbreuken werd er een lagere bezetting aangegeven dan er in werkelijkheid was. In enkele gevallen zien we ook dat er een hogere bezetting wordt aangegeven dan in realiteit. Dit kan immers voordelig zijn bij bedrijven die op korte termijn zullen worden overgelaten omdat hiermee geanticipeerd wordt op een reductie van de nutriëntenemissierechten bij overname.”

Fout van gemiddelde veebezetting leidt tot boete

“In alle gevallen leidt het fout aangeven van de gemiddelde veebezetting tot een boete voor een foute aangifte. Meestal worden ook bijkomende maatregelen opgelegd met als doel de dierbezetting in de daaropvolgende jaren nauwkeuriger op te volgen. Als gevolg van een aanpassing van de veebezetting wijzigen ook de productiecijfers. Dit kan in sommige gevallen leiden tot een boete voor het niet correct afzetten van alle nutriënten (de zogeheten balansboete). Als een landbouwer, na wijziging van de gemiddelde veebezetting, op zijn bedrijf meer dieren gehouden heeft dan de toegekende nutriëntenemissierechten, wordt een boete opgelegd voor de dieren waarvoor hij geen nutriëntenemissierechten had”, zegt Vlaams minister Zuhal Demir.

“Naast de milieuvergunning, moet de landbouwer ook beschikken over voldoende nutriëntenemissierechten (NER) voor de dieren die gehouden worden. Vergelijken we de hoeveelheid NER die de Vlaamse landbouwers ter beschikking hebben met het aantal aangegeven dieren, dan blijkt dat 78% van de NER worden gebruikt (311 miljoen NER voor een equivalent van 242,8 miljoen NER dieren).”

Lieven Vancoillie

Meest recent

Meest recent