AMCRA somt maatregelen op voor een verantwoord antibioticumgebruik bij groepsbehandeling van varkens

Groepsbehandelingen met antibacteriële middelen worden frequent toegepast bij varkens.
Groepsbehandelingen met antibacteriële middelen worden frequent toegepast bij varkens. - Foto: LBL

Groepsbehandelingen met antibacteriële middelen worden frequent toegepast bij varkens. De varkenssector heeft zich echter, met het vastleggen van de sectorspecifieke reductiedoelstellingen, geëngageerd om het gebruik verder te doen afnemen.

Groepsbehandeling het frequentst bij speenbiggen en vleesvarkens

De te verwezenlijken reducties situeren zich voornamelijk bij de speenbiggen en de vleesvarkens. Dit zijn de 2 categorieën waar groepsbehandelingen het frequentst voorkomen en verantwoordelijk zijn voor een aanzienlijk deel van de gebruikte hoeveelheden antibacteriële middelen.

Samengevat zijn de te volgen aanbevelingen ter vermindering van het gebruik van antibacteriële middelen in groep als volgt:

1. Groepsbehandelingen worden vermeden. Het uitgangspunt is een individuele behandeling (lokaal of parenteraal).

2. Vóór de inzet van antibacteriële behandelingen in groep moet altijd een klinisch onderzoek uitgevoerd worden. Aanvullend moet:

a. voor bedrijven als ‘alarmgebruiker’ gedefinieerd binnen één of meerdere diercategorieën, naast het klinisch onderzoek ook monstername gebeuren voor aanvullende laboratoriumonderzoeken (bacteriologie (isolatie of PCR), serologie).

b. voor alle andere bedrijven moeten monsters voor aanvullend laboratoriumonderzoek genomen worden bij de inzet van een herhaalde (> 1) antibioticumbehandeling voor eenzelfde klinische diagnose en van eenzelfde groep dieren of bij opeenvolgende rondes op hetzelfde bedrijf.

3. Omdat diagnostiek het uitgangspunt is voor verantwoord antibioticumgebruik, zouden meer controles moeten gebeuren door certificerende eenheden, aangesteld door lastenboekbeheerders, of overheidsinstanties over deze door de dierenarts uitgevoerde diagnostiek.

4. Inzetten op preventieve maatregelen wanneer bepaalde aandoeningen een wederkerend karakter hebben en leiden tot systematisch antibacterieel middelen gebruik.

5. Geen systematische antibacteriële gevoeligheidstest voor de inzet van een antibacteriële groepsbehandeling, behalve wanneer een bacteriestam na aanvullende laboratoriumonderzoeken door reincultuur beschikbaar is. Dierenartsen moeten hun keuze van antibacterieel middel baseren op de resultaten van een antibacteriële gevoeligheidstest:

a. voor bedrijven die als ‘alarmgebruiker’ gedefinieerd werden binnen één of meerdere diercategorieën vóór elke inzet van een groepsbehandeling;

b. voor alle andere bedrijven is dit bij een herhaalde (> 1) antibioticumbehandeling voor eenzelfde klinische diagnose en van eenzelfde groep dieren of bij opeenvolgende rondes op hetzelfde bedrijf. De resultaten van de gevoeligheidstest van de geteste bacteriesoort is geldig binnen de diercategorie waarvan een stam werd getest en blijft 6 maanden geldig.

6. In de afwezigheid van resultaten van een antibacteriële gevoeligheidstest baseert de dierenarts zich voor een verantwoorde keuze van het antibacterieel middel op het AMCRA formularium in combinatie met de resultaten van de antibacteriële gevoeligheidstesten bij pathogene kiemen van varkens, bijvoorbeeld jaarlijks gepubliceerd door Diergezondheidszorg Vlaanderen (DGZ).

7. Laboratoria worden opgeroepen om de toegankelijkheid van de resultaten van de gevoeligheidstesten van pathogenen geïsoleerd bij varkens te verhogen, om dierenartsen er optimaal gebruik van te kunnen laten maken.

8. Laboratoria voeren voor het nagaan van de gevoeligheid van bacteriestammen aan colistine idealiter geen disk diffusietesten meer uit, omwille van de onbetrouwbare resultaten die hieruit volgen. Alternatieven zijn beschikbaar (dilutietest, E-test, pre-diskdiffusietest).

9. Veehouders en dierenartsen moeten goede praktijken toepassen met betrekking tot het voorbereiden, het bewaren en het toepassen van antibacteriële middelen in het drinkwater of het voeder op het bedrijf. Dit moet een goede homogeniteit en stabiliteit van de antibacteriële substanties in drinkwater en voeder garanderen en het risico op residuen van antibacteriële middelen in het drinkwater- of voedersysteem verminderen.

10. De lastenboekbeheerders worden geadviseerd om bovenstaande of aanvullende maatregelen op te nemen.

LV-Amcra

Meest recent

Meest recent