Startpagina Aardappelen

LCA beoordeelt frietkwaliteit uitstekend voor alle rassen

In 2020 werden op 5 locaties in Vlaanderen rassenproeven aangelegd in het kader van het Programma Landbouwcentrum Aardappelen. Op 4 locaties werden proeven aangelegd met 11 nieuwe frietrassen. Hoewel de opbrengsten wisselend waren, was de frietkwaliteit op alle locaties uitstekend.

Leestijd : 13 min

In Bertem, Lennik, Wannegem-Lede en Kortrijk werden 11 frietrassen aangelegd. Fontane en Innovator werden als referenties opgenomen samen met 9 nieuwe variëteiten. In Wannegem-Lede en Kortrijk werden eveneens 5 chipsrassen beproefd.

Fontane en Innovator werden als referenties opgenomen samen met 9 nieuwe variëteiten.
Fontane en Innovator werden als referenties opgenomen samen met 9 nieuwe variëteiten. - Foto: Landbouwcentrum Aardappelen

Vooral in Bertem bleef de opbrengst zeer laag. Het bleef dan ook extreem droog op dit proefveld. Ook de frietsortering bleef daar uiterst fijn. In Kortrijk werd eveens net geen 40 ton/ha gehaald. De hoogste opbrengsten werden gevonden in Lennik en Wannegem-Lede. Op elk van de 4 locaties viel de hoeveelheid uitval wel zeer goed mee.

De onderwatergewichten lagen dit jaar door de droogte hoger dan andere jaren en drijvers werden nauwelijks gevonden. Enkel in Kortrijk bleef het gemiddelde van alle frietrassen net onder 400 g/5kg; in Bertem en Lennik bereikte het gemiddelde een cijfer hoger dan 430 g/5kg. Toch werd vooral een zeer hoge blauwgevoeligheid opgetekend in Lennik, met rassen die extreem veel stootblauw vertoonden na maximale belasting. De frietkwaliteit was op alle locaties uitstekend met geen enkel ras dat een mindere frietkleur liet zien. Gemiddeld scoorde de smaak na koken van de frietrassen redelijk gelijklopend over de proeflocaties heen, met een score tussen voldoende en goed. Op deze locaties gaat het echter steeds om typische friet- en chipsrassen waarbij de smaak na koken van ondergeschikt belang is.

Er werd overal in zeer goede omstandigheden geplant, maar al snel werd de bodem toch (zeer) droog. Toch viel de aantasting van gewone schurft zeer goed mee in Bertem (nochtans zeer droog) en Wannegem-Lede (irrigatie pas vanaf half juli). In Kortrijk en Lennik was er wel meer gewone schurft te zien bij oogst. Ondanks een pootgoedontsmetting in Wannegem-Lede werd daar wel aanzienlijk wat lakschurft op de knollen gevonden bij de oogst. In Bertem was er het minst Rhizoctonia aanwezig.

Op elke locatie haalde Innovator een duidelijk lagere opbrengst dan Fontane en eindigde zelfs steeds bij de laatste 3 rassen qua opbrengst.
Op elke locatie haalde Innovator een duidelijk lagere opbrengst dan Fontane en eindigde zelfs steeds bij de laatste 3 rassen qua opbrengst. - Foto: Jeroen Morel

In de tabellen wordt Fontane als referentie gebruikt voor de late frietrassen. In de tekst wordt verwezen naar Innovator voor rassen die tot hetzelfde segment behoren als Innovator.

3284-FRIETRASSEN

Alverstone Russet

Alverstone Russet lag al voor het derde jaar aan in de rassenproeven. Dit ras behoort tot het segment van Innovator. Het is minder geschikt voor zandgrond omwille van zijn gevoeligheid voor kringerigheid. Alverstone Russet is resistent tegen het aardappelcystenaaltje G. pallida (pathotype 2 en 3) net zoals Innovator. Dit ras is eerder gevoelig voor metribuzin (voor-opkomst).

Alverstone Russet wordt gekenmerkt door een vlotte opkomst, maar begon anderzijds wel wat vroeger af te rijpen. Deze variëteit vormde 12 knollen per struik, wat even veel is als bij Fontane. De geadviseerde plantafstand bedraagt 36 cm voor de grotere potermaat.

Dit nieuwe ras haalde een kleine meeropbrengst van 5% ten opzichte van Innovator (8 en 15% in 2018 en 2019). 83% van de opbrengst behoort tot de grove sortering (+50mm). Net zoals de voorbije jaren is zijn knollengte net ietsje korter in vergelijking met Innovator.

Het onderwatergewicht van Alverstone Russet lag gemiddeld op 427 g/5kg, wat hoger is in vergelijking met Innovator. Zijn blauwindex lag op 154. Beide resultaten zijn gemiddeld te noemen binnen de proeven. Zijn frietkleur was op de 4 locaties steeds zeer goed. Dit witvlezige ras behaalde op de meeste locaties een (zeer) goed smaak na het koken. Deze goede kookkwaliteit zagen we ook de voorbije jaren, alhoewel dit ras toch wel wat meliger is dan de andere rassen in proef. Op 2 locaties werden meerdere knollen met interne roestverkleuring gevonden wat wijst op zijn ongeschiktheid voor zandgronden.

Alverstone Russet bevestigt hiermee zijn uitstekende resultaten op vlak van opbrengst én kwaliteit in vergelijking met Innovator: iets hogere opbrengst, mooi onderwatergewicht, uitstekende frietkleur, goede smaak na koken, gemiddeld knolaantal. Enkel zijn knollengte is net iets korter en Alverstone Russet is niet geschikt voor zandgronden.

Babylon

Babylon werd in 2020 voor de tweede keer opgenomen in de rassenproeven en wordt omschreven als een Agria-type. Het ras is redelijk gevoelig voor metribuzin.

In tegenstelling tot vorig jaar verliep zijn opkomst deze keer wel vlot. De afrijping van dit ras kwam pas later op gang, wat in de lijn ligt van zijn laat rijpheid. Babylon vormde het laagste aantal stengels per struik (2,9) en laagste aantal knollen per struik (9). Daarom wordt een nauwe plantafstand van 30 cm aangeraden voor de grotere potermaat.

Dit nieuwe ras haalde voor het tweede jaar op rij de hoogste opbrengst van alle rassen in proef. Zijn meeropbrengst ten opzichte van Fontane lag dit jaar op 6% (8% in 2019). Er werden vooral grove knollen gevonden met 90% in de +50mm en ook heel wat knollen in de +70mm. Qua knollengte zit Babylon tussen de ovale knollen van Fontane en de wat langere knollen van Innovator.

Zijn onderwatergewicht haalde een mooi gemiddelde van 403 g/5kg. Op 1 locatie bleef zijn onderwatergewicht echter te laag met meerdere drijvers tot gevolg. Samen met Innovator haalde Babylon wel het laagste resultaat van alle rassen in proef. Zijn blauwgevoeligheid lag meestal op een gemiddeld niveau wat eigenlijk wel hoog is in vergelijking met zijn onderwatergewicht. Zijn frietkwaliteit was telkens zeer goed, net als zijn smaak na het koken. Babylon haalt samen met Innovator (en Alverstone Russet) de beste smaak na het koken van de frietrassen in proef. Het ras had wel wat schurftaantasting.

Na 2 jaar kan Babylon omschreven worden als een laatrijp, geelvlezig ras met zeer hoge opbrengsten en zeer grove sortering. Een laag stengel- en knolaantal noodzaakt een nauwe plantafstand. Babylon haalt een zeer goed friet- en kookkwaliteit, maar met een lager onderwatergewicht in combinatie met een gemiddelde blauwgevoeligheid.

Cardyma

Cardyma is één van de vele nieuwkomers in 2020. Dit ras zou zeer goede verwerkingseigenschappen bevatten (cfr. Innovator) voor wat betreft lengte en frietkwaliteit. Daarom wordt gemikt op het QSR-segment (= segment van de fastfoodketen). Dit geelvlezig ras is geschikt voor zandgronden en lange bewaring. Cardyma is zowel resistent tegen het aardappelcystenaaltje G. Rostochiensis (pathotype 1,4) én G. pallida (pathotype 2).

Cardyma kende een zeer vlotte opkomst in combinatie met een vroegere afrijping, wat in de lijn ligt met zijn vroegrijpheid. Dit frietras vormt weinig stengels per struik (3,2; cfr Fontane) alsook weinig knollen per struik (10). Toch mag een afstand in de rij van 36 cm toegepast worden voor de grotere potermaten.

Tijdens zijn eerste jaar in proef noteerden we een minopbrengst van 12% ten opzichte van Fontane of 9% meer ten opzichte van Innovator. 85% van zijn opbrengst zat in de sortering +50mm. Positief voor de frietverwerking zijn de heel lange knollen.

Cardyma haalde een hoog onderwatergewicht van 433 g/5kg. Zijn blauwgevoeligheid lag met een index van 153 lager dan het gemiddelde van de frietrassen. Zijn frietkwaliteit was uitstekend. Cardyma is zeker niet geschikt om te koken (onvoldoende smaak, melig en gevoelig voor zwartverkleuring) en is hiermee een typisch frietras. Op één locatie werden wel heel wat knollen gevonden met interne roestverkleuring en vaatbundelverkleuring.

In 2020 kenmerkt Cardyma zich door zeer lange knollen met een laag aantal per struik, een opbrengst tussen Innovator en Fontane in, een hoog onderwatergewicht en zeer goede frietkwaliteit maar niet geschikt om te koken.

Chenoa

Chenoa was eveneens een nieuw friet-ras in 2020. Dit ras zou goed tegen de droogte en hitte kunnen en geschikt zijn voor lange bewaring. Chenoa is sterk op het vlak van Phytophthora .

Chenoa kende een gemiddelde opkomst en een snellere afrijping. Het is dan ook een vroegrijper ras. Deze variëteit vormde een aanzienlijk aantal stengels per struik (4,5) met 12 knollen per plant.

Chenoa haalde een opbrengst die 9% onder deze van Fontane bleef. Op één locatie kon Chenoa eenzelfde opbrengst halen als Fontane. Zijn sortering bleef eerder fijn met 74% van de opbrengst in de grove sortering +50mm. Zijn knollen waren net iets langer in vergelijking met de referentie.

Op vlak van het onderwatergewicht haalde dit ras een zeer normaal resultaat van 422 g/5kg alsook een gemiddelde blauwgevoeligheid. Zijn frietkwaliteit was uitstekend maar op 2 locaties werden wel wat heterogene frieten gezien. Op één locatie werd een zeer goede smaak na koken gevonden, maar op 3 proefplaatsen bleef de smaakkwaliteit ondermaats. Hier en daar werden enkele knollen met interne bruinverkleuring (roest) gevonden.

Chenoa laat zich op veel vlakken optekenen als een ‘gemiddeld’ ras.

Edison

Edison is het volgende nieuwe ras voor 2020 en hoort thuis in het Fontane-segment. Edison zou geschikt zijn voor bewaring bij lagere temperaturen zonder problemen te krijgen met de frietkleur. Dit ras kende in 2020 een zeer snelle opkomst, maar begon ook snel aan de afrijping. Met een stengelaantal van 4,1 en knolaantal van 11 per struik scoorde Edison zeer gemiddeld.

Edison haalde op 2 locaties eenzelfde opbrengst als Fontane en op 2 locaties een lagere opbrengst. Gemiddeld komt dit neer op een minopbrengst van 7%. Dit ras haalde een mooie grofte met 87% in de sortering +50mm. Zijn knollengte was vergelijkbaar met de referentie.

Zijn onderwatergewicht kwam uit op een mooie 412 g/5kg met enkele drijvers op één proefplaats. Zijn blauwgevoeligheid bleef lager in vergelijking met de meeste andere rassen in proef. Zijn frietkleur was de beste van alle variëteiten. Edison is helemaal niet geschikt om te koken (onvoldoende voor smaak en veel zwartverkleuring). Er was weinig schurft te vinden en geen interne gebreken.

Edison wordt gekenmerkt door een gemiddelde opbrengst en uitstekende kwaliteit (niet om te koken).

Fontane

Fontane blijft met ruime voorsprong het belangrijkste ras in Vlaanderen en vormt dan ook hét referentieras bij de frietrassen. Zoals gewoonlijk verloopt zijn opkomst heel vlot en begon zijn afrijping iets later dan bij vele andere rassen in proef. Fontane haalde in 2020 een knolaantal vergelijkbaar met het gemiddelde van de andere rassen in proef namelijk 12 per struik. Zijn aantal stengels per struik lag dit jaar wel lager (3,1). Er wordt geadviseerd om Fontane op 34 cm in de rij te planten (groot pootgoed). Fontane haalde een opbrengst van 52,9 ton/ha (sortering +35 mm zonder afval). Trekken we daar nog 20% van af (voor spuitsporen, kopakkers, …), dan komen we op een opbrengst van 42,3 ton/ha. Het gebeurde de voorbije jaren nog niet vaak, maar op elk van de 4 locaties haalden er telkens 1 tot 3 andere nieuwe rassen een hogere opbrengst dan Fontane. 89% van de opbrengst zat in de grove sortering +50mm. Fontane vormt korte (=rondere) knollen in vergelijking met de andere frietrassen.

Zijn onderwatergewicht kwam gemiddeld op een mooie 425 g/5kg, wat een gemiddelde score is binnen de rassenproef. Zijn blauwgevoeligheid ligt volledig hiermee in de lijn met een index van 178. Zijn smaak na het koken was eerder ‘voldoende’ te noemen en nogal melig. Hier en daar werd wel wat vaatbundelverkleuring gevonden in de knollen.

Innovator

Enkele van de nieuwe rassen zijn een kruising met Innovator of behoren tot hetzelfde marktsegment. Omwille van deze redenen is ook Innovator één van de referenties. Belangrijk is zijn resistentie tegen Globodera pallida (pathotype 2 en 3). Omwille van zijn lage knolaantal (10 per struik in 2020) wordt steeds een nauwe plantafstand geadviseerd (34 cm voor pootgoed 35/50mm). Pas op: Innovator is enorm gevoelig aan metribuzin.

Op elke locatie haalde Innovator een duidelijk lagere opbrengst dan Fontane en eindigde zelfs steeds bij de laatste 3 rassen qua opbrengst. In de sortering +35mm zonder afval haalde Innovator 34,0 ton/ha (na aftrek van 20%). Dit betekent een minopbrengst van 20% ten opzichte van Fontane. Met 84% van zijn opbrengst behorend tot de +50mm haalde Innovator een mooie grofte. Dit ras vormt wel duidelijk langere knollen ten opzichte van Fontane.

In veel jaren zien we bij Innovator een laag onderwatergewicht. Onder andere omwille van de droogte haalde dit ras in 2020 toch een gemiddelde van 401 g/5kg met nauwelijks drijvers. Toch is dit het laagste onderwatergewicht van alle frietrassen. Het gemiddelde over alle rassen en 4 locaties heen lag op 422 g/5kg. Ondanks zijn lage onderwatergewicht lag zijn blauwgevoeligheid niet veel onder het gemiddelde van de frietrassen. Ook dit zien we wel vaker bij Innovator. Zijn frietkwaliteit was overal zeer goed. Zoals we van Innovator gewoon zijn, was ook zijn smaak na het koken (zeer) goed en dat voor elk van de 4 locaties. Hij haalde zelfs de de beste smaak van alle beproefde frietrassen.

Innovator is wel gevoeliger voor schurft op de knollen. Ook roest (interne bruinverkleuring) komt wel eens voor bij Innovator, zeker op de lichtere en/of drogere gronden.

Kelly

Kelly is een nieuw witvlezig ras en behoort tot het Innovator-segment. Deze variëteit zou geschikt moeten zijn voor lange bewaring. Kelly is resistent voor het aardappelcystenaaltje G. rostochiensis (pathotype 1,4), maar niet tegen G. pallida zoals Innovator.

Dit nieuwe ras kende een eerder trage opkomst, maar stierf heel traag af. Kelly is dan ook een zeer laatrijp ras. Hij vormde het hoogste aantal knollen per plant (14) met een aanzienlijk stengelaantal (4,8). De geadviseerde plantafstand in de rij bedroeg dan ook 36 cm voor de grotere potermaat.

Op vlak van opbrengst scoorde Kelly steeds net iets minder in vergelijking met Fontane (-5%), maar binnen de groep rassen uit het Innovator-segment scoorde Kelly wel het hoogst met een meeropbrengst van 19% ten opzichte van Innovator. Zijn sortering bleef wel wat fijner, met 76% van de opbrengst in de +50mm. De knollen van deze variëteit bleven wel iets korter in vergelijking met Innovator.

Qua onderwatergewicht scoorde Kelly dan wel veel beter met een gemiddelde van 443 g/5kg. Dit is de hoogste score van alle frietrassen. Zijn blauwgevoeligheid lag echter ook zeer hoog met een index van 255. Dit is de op één na hoogste score van alle rassen. Zijn frietkwaliteit was uitstekend. Kelly is niet geschikt om te koken. Hij lijkt ook eerder gevoelig aan aantasting door schurft. Op één locatie werden holle knollen gevonden ondanks zijn fijnere sortering.

Als Innovatortype haalde Kelly een hoge opbrengst met uitstekende frietkwaliteit en hoog onderwatergewicht. Anderzijds is dit ras zeer blauwgevoelig en gevoelig voor lakschurft.

De frietkwaliteit was op alle locaties uitstekend met geen enkel ras dat een mindere frietkleur liet zien.
De frietkwaliteit was op alle locaties uitstekend met geen enkel ras dat een mindere frietkleur liet zien. - Foto: Jeroen Morel

Palace

Palace is eveneens een nieuwe variëteit die in het Fontanesegment past. Zijn aaltjesresistentie is nog niet gekend. Hij zou minder last hebben van hitte- en droogtestress.

De opkomst van Palace begon zeer traag in 2020, maar de afrijping startte eveneens zeer laat, wat te verwachten is voor zo’n laatrijp ras. Er werden 4,3 stengels en 12 knollen per struik gevormd.

Palace was één van de weinig rassen die een hogere opbrengst behaalde dan Fontane met name 5%. Hiermee scoorde Palace het op één na hoogst van alle rassen in proef. 90% van de opbrengst behoorde tot de grove sortering +50mm met ook een aanzienlijk deel in de sortering +70mm. Palace vormt wel, net zoals Fontane, nogal rond knollen met beperkte knollengte.

Er werd een onderwatergewicht gehaald van gemiddeld 421 g/5kg. Enkel op één locatie bleef het onderwatergewicht lager met 5% drijvers. Zijn blauwgevoeligheid moet wel in de gaten gehouden worden, want op dat vlak scoorde Palace het slechtst (hoogst) van alle rassen in proef. Zijn frietkwaliteit vormde nergens een probleem met hier en daar wel een enkele heterogene friet. Op vlak van smaak na het koken wisselden de resultaten tussen de proefvelden van onvoldoende tot (net) goed. Er werd iets meer lakschurft na oogst teruggevonden op dit ras in vergelijking met de andere variëteiten.

Na één jaar in proef te hebben gelegen zien we een zeer mooie opbrengst voor Palace met een goed onderwatergewicht en goede frietkwaliteit. Zijn blauwgevoeligheid vormt een belangrijk aandachtspunt.

Tiger

Tiger kwam in 2020 ondertussen voor de derde keer aan bod. Het is een ras met een donkerdere schil en is een kruising van Innovator en het chipsras Crisps4All. Na kook zien we een lichtgeel-witte vleeskleur, cfr. Innovator. Onder andere zijn zeer goede drogestofverdeling binnenin de knollen vormt een groot voordeel. Daarnaast heeft dit ras de dubbele resistentie tegen zowel G. rostochiensis 1,4 en G. pallida 2,3. Tiger is wel wat gevoelig voor metribuzin en niet geschikt voor zandgrond.

Zijn opkomst verliep dit jaar iets trager in vergelijking met andere rassen. Zijn afrijping ging dan weer snel cfr Innovator (met dezelfde vroegrijpheid). Tiger vormt zoals gekend heel veel stengels per struik (7,3) en een gemiddeld knolaantal van 12 per struik. Net zoals bij Innovator wordt een plantafstand van 34 cm in de rij geadviseerd.

Net zoals in 2018 werd een mooie meeropbrengst van 12% gevonden ten opzichte van Innovator. In 2019 was die eerder vergelijkbaar, maar met grote verschillen tussen de proeflocaties. Dit jaar zat slechts 74% in de grove sortering +50mm. Tiger vormt net zo’n lange knollen als Innovator.

Zijn onderwatergewicht bedroeg gemiddeld 418 g/5kg, wat hoog is voor een Innovator-kruising (in tegenstelling tot 2018 en 2019). De blauwgevoeligheid van Tiger lag wel op een lage index voor dit jaar. Zijn frietkleur was overal uitstekend. Dit is een typisch frietras en meestal niet geschikt om te koken. Tiger lijkt ook wel gevoeliger te zijn voor gewone schurft en lakschurft. Soms wordt wel eens een knol met interne bruinverkleuring (roest) gevonden, wat dit ras minder geschikt maakt voor zand- gronden.

Na 3 jaar in proef kunnen we besluiten dat de opkomst van Tiger ietsje trager verloopt en zijn afrijping sneller (vroegrijp ras, cfr Innovator). Typisch zijn het zeer grote stengelaantal met een gemiddeld knolaantal. Meestal haalt Tiger een meeropbrengst van om en bij de 10% ten opzichte van Innovator met zeer lange, maar fijnere knollen. Met uitzondering van proefjaar 2020 blijft zijn onderwatergewicht vaak laag met een lage blauwgevoeligheid. Tiger wordt gekenmerkt door een uitstekende frietkleur, niet geschikt om te koken en gevoeliger aan schurft en interne bruinverkleuring.

Virginia

Ook Virginia is een nieuw laat frietras in onze rassenproeven en hoort eerder thuis in het Fontane-segment. Deze variëteit zou geschikt zijn voor lange bewaring aan lagere temperatuur met behoud van een goede frietkleur en rustig op vlak van de kieming. Let op want Virginia is gevoelig voor metribuzin.

Zijn opkomst verliep eerder traag, maar kende toch voldoende groeidagen, aangezien de afrijping ook later begon. Er werden een gemiddelde aantal stengels (3,8) en knollen (11) per struik gevormd. Het advies is om de grotere potermaat op 34 cm in de rij te planten.

Virginia haalde op elk van de 4 proefvelden een vergelijkbare of hogere opbrengst in vergelijking met Fontane of gemiddeld een meeropbrengst van 2%. Virginia haalde een mooie grofte met 87% van zijn opbrengst in de sortering +50mm. Dit ras vormt ook aanzienlijk lange knollen (langer dan Innovator).

Zijn onderwatergewicht was de op één na hoogste van alle frietrassen met een gemiddelde van 435 g/5kg. Opvallend is dat zijn blauwgevoeligheid dan weer de laagste was van alle frietrassen. Zijn frietkwaliteit was overal uitstekend. Virginia haalde slechts op één locatie een goede smaak na het koken. Er werd weinig schurft waargenomen na oogst alsook geen interne gebreken.

Na één jaar in proef zien we een zeer mooie opbrengst en sortering, hoog onderwatergewicht in combinatie met lage blauwgevoeligheid en een uitstekende frietkwaliteit.

Veerle De Blauwer (Inagro)

Ilse Eeckhout (PCA)

Lees ook in Aardappelen

Gaston Backbier: “Geen onkruid meer mogen bestrijden, zou een ramp zijn”

Interpom 2022 Akkerbouwer Gaston Backbier heeft dit jaar 20% minder opbrengst door de droogte. In Zuid-Limburg mag hij niet beregenen als het lang droog is. Gaston moét wel Fontane telen, omdat de lössgronden waarop hij teelt, schurftgevoelig zijn. “Als ik door de Green Deal straks geen onkruid meer kapot mag spuiten, dan heb ik er een probleem bij. In dit heuvelachtige landschap kun je moeilijk onkruid mechanisch bestrijden, door het gevaar op erosie.”
Meer artikelen bekijken