Landbouwers krijgen VLIF-steun voor wolfwerende maatregelen

Wolven lusten niet alleen reeën en everzwijnen, maar ook kleinvee.
Wolven lusten niet alleen reeën en everzwijnen, maar ook kleinvee. - Foto: Pixabay

Uit onderzoek van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) blijkt dat het dieet van onze Vlaamse wolven gewijzigd is, zegt Steven Coenegrachts, Vlaams parlementslid voor Open VLD. Tussen april en juli voedden de wolven zich nagenoeg uitsluitend met wild, vooral ree en everzwijn, maar vanaf september steeg het aandeel vee in het dieet fors. Het is ontstellend te moeten vaststellen dat er momenteel wolven opgroeien die steeds meer vertrouwd dreigen te raken met vee als gemakkelijke voedselbron, aldus het INBO.

Vlaamse Schapenhouderij Voor het afschermen van veeweides komt de Vlaamse overheid vandaag tussen voor 80% van de kosten. Volgens de voorzitter van vzw Vlaamse Schapenhouderij is dit cijfer niet representatief: ‘De huidige terugbetaling van 80% van de investeringssteun betekent in de praktijk amper een terugbetaling van 44% van alle gemaakte kosten die de schapenhouder moet doen om zijn dieren te beschermen. Als je het op 5 jaar bekijkt, gaat het zelfs maar om 25 procent van de kosten’. De voorzitter gaf tevens aan dat buitenlandse ervaringen leren dat deze wolfwerende omheiningen door het aanpassingsvermogen en de leergierigheid van de wolf snel zullen omzeild worden, duidt Coenegrachts. In een recente studie onderzocht het INBO inderdaad de voedselkeuze van de wolven op basis van uitwerpselen ingezameld over de periode van mei 2018 tot december 2020, antwoordt Vlaams minister Zuhal Demir (N-VA). De vastgestelde verandering in de voedselkeuze waarnaar verwezen wordt betreft de lente en zomer van 2020 tegenover de herfst van datzelfde jaar. In die eerste periode bleken vooral wilde hoefdieren en in het bijzonder jonge everzwijnen als prooi gekozen te worden, terwijl dit in het najaar verschoof naar kleinvee. Deze verandering houdt naar alle waarschijnlijkheid rechtstreeks verband met het feit dat er in 2020 voor het eerst een nest opgroeiende welpen was. Als roofdier hoeft een volwassen wolf niet per se elke dag te eten, en eens een standaardprooi (zoals een ree) gevangen wordt, kan een volwassen wolf of wolvenpaar gemakkelijk enkele dagen verder zonder weer te moeten gaan jagen. Er is bij de jacht ook geen dwingende noodzaak tot snel succes. De situatie verandert echter sterk wanneer ook een nest jongen dient voorzien te worden van voedsel, aldus minister Demir. Monden voeden Er zijn dan niet alleen ‘meer monden te voeden’, maar bovendien hebben jonge opgroeiende dieren wél een dagelijkse en steeds groter wordende voedselbehoefte, en dat terwijl ze nog niet zelf mee kunnen jagen. Het kan dan ook als een logische verwachting gezien worden dat de ouderdieren in dergelijke omstandigheden, in de herfst, zich sneller tot makkelijke prooien zullen richten zoals onbeschermd kleinvee, terwijl dit over het jaar heen duidelijk niét de voorkeursprooi is. Dit laatste is dan tegelijk ook een positieve vaststelling, gaat minister Zuhal Demir verder. Inderdaad geldt in het algemeen dat wolven in Europa een sterke voorkeur hebben voor wilde hoefdieren – wat ook duidelijk blijkt uit de INBO-studie – gezien deze voedselcategorie globaal in bijna 90% van de stalen werd teruggevonden. Gepaste beveiligingsmaatregelen voor het kleinvee zullen de wolven daarom ook des te meer naar hun voorkeursprooien, reeën en everzwijnen, doen richten. Maatregelen opgenomen als VLIF-steun Momenteel wordt de huidige subsidieregeling geoptimaliseerd via een Besluit van de Vlaamse Regering. Ik kan nog niet ingaan op de concrete inhoud, maar wil wel meegeven dat ik daarbij maximaal rekening heb trachten te houden met de input en praktijkervaring van de betrokken stakeholders. Eind 2019 is er op het wolvenplatform al een eerste bevraging gedaan naar de knelpunten van de huidige subsidieregeling en in 2020 is er tijdens bilaterale overlegmomenten met Vlaamse en lokale stakeholders nog heel wat input ontvangen. Intussen is evenwel ook beslist dat wolfwerende maatregelen opgenomen worden als niet-productieve investeringen binnen het VLIF. Dit wil zeggen dat professionele landbouwers via deze weg een vergoeding kunnen verkrijgen. In overleg met het departement Landbouw en Visserij legt mijn administratie momenteel de laatste hand aan een aangepast voorstel van besluit. Volgens Vlaams minister Zuhal Demir is een degelijk geplaatste en functionerende elektrische afsluiting (minstens 4.500 volt) is in de praktijk zo goed als niet te omzeilen: geen enkel dier zal of kan de zware stroomstoten verdragen in een poging onder, boven of tussendoor een dergelijke afsluiting te geraken. Wolven hebben steevast de neiging onder een afsluiting door te graven, wat hen dus kan verhinderd worden door een voldoende laag geplaatste stroomdraad aan te brengen aan de zijde vanwaar gegraven zou worden. Wolfwerende rasters Daarnaast bestaat de mogelijkheid dat wolven over een draad heen zouden springen. Dit is eveneens een zeldzaamheid, en is heel individu gebonden: er zijn nauwelijks of geen aanwijzingen dat individuen binnen een roedel dit gedrag van elkaar zouden overnemen. Bovendien treedt dit doorgaans slechts op wanneer het raster niet hoger dan 90 cm is, waar de wolf er overheen kan kijken. De rasters die wij aanbevelen zijn minstens 120 cm hoog. Vandaar dat het heel belangrijk is dat wolfwerende rasters meteen volgens de beproefde aanbevelingen worden geplaatst, dit is minstens 120 cm hoog en met goed aangebrachte stroomdraden. Contact met zo’n stroomdraad werkt voor een wolf heel negatief conditionerend om kleinvee proberen te doden, besluit minister Demir. Lieven Vancoillie

Meest recent

Meest recent