Startpagina Recht

Mag iedereen nu zomaar mijn weide betreden?

Blijkbaar mag iedereen sinds 1 september 2021 een ander zijn eigendom betreden om een bal of iets dergelijks op te halen. Geldt dat ook voor een weide waar dieren op grazen? Wat als één van mijn dieren zo een persoon aanvalt? Wie is dan aansprakelijk?

Leestijd : 4 min

De afgelopen weken stonden we al meermaals stil bij de wijzigingen die door het nieuwe goederenrecht op 1 september 2021 in werking zijn getreden. De bepaling die mensen toelaat in de tuin bij hun buren een bal of huisdier op te halen, kreeg daarbij nogal wat weerklank in de algemene pers. Uw vraag plaatst deze problematiek in de context van de landbouw. Om uw vraag te beantwoorden moeten we het nieuwe artikel 3.67 van het nieuw burgerlijk wetboek analyseren. In dit artikel wordt enerzijds de nieuwe notie van het feitelijk gedogen ingevoerd en anderzijds wordt er inderdaad een regeling voorzien voor het geval waarin iemands zaak of dier op de eigendom van een ander terechtkomt.

Bal of huisdier terughalen

De eerste paragraaf van art. 3.67 van het nieuw burgerlijk wetboek bepaalt dat een eigenaar van een onroerend goed waarop een zaak of dier op onopzettelijke wijze is terechtgekomen, deze zaak of dit dier moet teruggeven of moet toelaten dat de eigenaar van deze zaak of van dit dier ze weghaalt. In de letterlijke tekst van deze nieuwe bepaling staat ook uitdrukkelijk dat het moet gaan over naburige onroerende goederen.

Concreet toegepast op uw situatie kan niemand zo maar uw weide betreden, zelfs niet als er een bal of huisdier van hem op zou zijn terechtgekomen. De wet voorziet immers uitdrukkelijk dat de eigenaar van de zaak of van het dier eerst aan u toelating moet vragen. De tekst van de wet stelt immers letterlijk dat u de zaak of het dier moet teruggeven of de eigenaar ervan moet toelaten om ze weg te halen. Het verplicht toelaten impliceert dat er eerst een vraag moet worden gesteld door de eigenaar van het dier of de zaak. Mocht de wetgever deze vraag niet nodig hebben gevonden, dan had de wet eenvoudig kunnen bepalen dat de eigenaar van het dier of de zaak het recht had om andermans eigendom te betreden.

Uit de tekst van de wet kunnen nog 2 voorwaarden worden afgeleid. Aan de ene kant moet het gaan om naburige eigendommen en daarnaast moet de zaak of het dier onopzettelijk bij de buren zijn terechtgekomen.

In de parlementaire voorbereiding wordt over deze eerste paragraaf enkel gesteld dat deze is ingegeven door een redelijkheidstoets bij de uitoefening van het eigendomsrecht. Het loutere feit dat een voorwerp of dier op het perceel van de buurman terechtkomt, heeft uiteraard niet tot gevolg dat de buurman eigenaar wordt van dit voorwerp of dier, zodat in een wettelijke regeling moest worden voorzien.

Feitelijk gedogen

De derde paragraaf van art. 3.67 van het nieuw burgerlijk wetboek voorziet in een nieuw concept, namelijk het feitelijk gedogen door een eigenaar. We stonden hier al in één van onze vorige artikels bij stil. Ook op deze nieuwe bepaling kan een eigenaar van een huisdier of bal zich niet steunen om op uw weide te komen. Deze paragraaf voorziet voor iedereen het recht om zich op een onbebouwd en onbewerkt braakliggend perceel te begeven. Aangezien een weide niet onbebouwd of onbewerkt is, kan ook deze bepaling geen grondslag zijn om uw weide te betreden.

De wet voorziet trouwens nog in andere voorwaarden, opdat een onbebouwd en braakliggend perceel zou mogen betreden worden. Vooreerst mag het perceel niet afgesloten zijn. Dit betekent dat een simpele omheining met zich meebrengt dat een braakliggend perceel niet betreden mag worden. Daarnaast is het betreden enkel toegestaan als de eigenaar niet kenbaar heeft gemaakt dit niet te willen. Een bordje met de simpele mededeling “verboden te betreden” lijkt ons inziens te volstaan. Tot slot mag het betreden van een onbebouwd en braakliggend terrein ook geen schade of hinder veroorzaken aan de eigenaar.

En wat met de braakliggende akkers?

Naar aanleiding van de berichten in de algemene pers lieten landbouwers en landbouworganisaties zich kritisch uit omtrent het betreden van akkers op grond van dit feitelijk gedogen. Minister van justitie Van Quickenborne haastte zich om in een persbericht te stellen dat de kwalificatie ‘onbewerkt’ elke vorm van landbouwgrond zou uitsluiten. Volgens de minister kan men zich bijgevolg niet beroepen op deze paragraaf om een weiland of akker te betreden. Deze bewering van de minister is niet correct. De tekst van de wet is immers duidelijk. De basisregel bij interpretatie van wetten is dat klare wetteksten niet mogen worden geïnterpreteerd. De letterlijke tekst van de wet spreekt over een ‘onbebouwd en onbewerkt onroerend goed’, zodat niet in te zien valt waarom een braakliggend perceel landbouwgrond hier niet zou onder vallen. Zodra een teelt is ingezaaid of een bewerking is uitgevoerd, mag een perceel landbouwgrond niet worden betreden, maar een perceel landbouwgrond waarop geen vrucht staat en waar geen enkele bewerking is op uitgevoerd, kan toch niet anders dan als onbebouwd en onbewerkt worden beschouwd. Enkel een wetswijziging zou onbebouwde en braakliggende landbouwgronden expliciet kunnen vrijstellen van dit feitelijk gedogen. De minister heeft wel een punt waar hij in zijn persbericht uitlegt dat de eigenaar van een braakliggend stuk grond de toegang aan derden kan ontzeggen door simpelweg een bord of een omheining te plaatsen.

Aansprakelijkheid voor dieren

Tot slot beantwoorden we ook uw vraag over de aansprakelijkheid bij een schadegeval naar aanleiding van het betreden door derden van uw weide. Aan de regels rond aansprakelijkheid voor dieren is niets veranderd door het goederenrecht. De bewaarder van een dier blijft nog steeds aansprakelijk voor de schade die het dier veroorzaakt, behalve in geval van eigen fout van het slachtoffer of overmacht. Het lijkt ons alvast zonneklaar dat een persoon die zonder toelating een weide met dieren betreedt, zelf in de fout gaat en zich dan ook niet zal kunnen beroepen op de aansprakelijkheid van de houder van het dier.

Jan Opsommer

Lees ook in Recht

Hof van beroep verklaart verkoop van landbouwgrond nietig

Recht De overeenkomst tussen het OCMW Gent en Bijloke bv tot verkoop van 79 percelen landbouwgrond werd door het hof van beroep te Gent nietig verklaard. Wij konden het arrest inlezen en leggen uit wat juist de discussie was en wat het hof van beroep ertoe bracht om de verkoop te vernietigen, terwijl de rechtbank van eerste aanleg dat niet had gedaan.
Meer artikelen bekijken