Afspraken tussen particulier en schapenhouder zijn een must

De schapen hebben voldoende gras nodig, een goede afsluiting en bomen als beschutting.
De schapen hebben voldoende gras nodig, een goede afsluiting en bomen als beschutting. - Foto: AC

De vraag om schapen te plaatsen komt meestal van een particulier of een gezin. Zij hebben een beperkte oppervlakte gras die te groot is om periodiek te maaien. Deze mensen houden meestal wel van dieren, maar zien het niet zitten om er voor zichzelf aan te schaffen, en zeker niet om ze in de winter te moeten onderhouden. Als het een zeer tot matig productief perceel is, kan men in doorsnee op een dergelijk particulier terrein één (zie verder) of 2 tot 4 schapen plaatsen. Er is immers in de zomer 500 tot 1000 m2 gras nodig om voor een schaap voldoende voedsel te voorzien.

Kudde uitbesteden

Voor een schapenhouder kan het interessant zijn om een gedeelte van zijn kudde uit te besteden en om zo op de vrijgekomen oppervlakte gras te kunnen oogsten voor de wintervoorraad. Als men zo een reeks perceeltjes heeft waar dieren op lopen, vraagt dit echter wel veel bijkomend werk voor vervoer, periodiek nazicht, onderhoud van het perceel enzovoort. Om de overlast te beperken mag de afstand tussen het bedrijf van de schapenhouder en dit particulier terrein hoogstens een beperkt aantal km zijn. De schapenhouder zal niet bereid zijn om voor gebruik van een klein privéterrein huur te betalen. De ‘lusten’ staan slechts beperkt in verhouding tot de bijkomende ‘lasten’ voor de bedrijfsleider. Anderzijds zullen niet veel particulieren bereid zijn om aan de schapenhouder een onderhoudsvergoeding te betalen. Voor onderhoud van grotere terreinen (havengebied, gemeentelijke/provinciale domeinen) waar een hele kudde ingezet wordt, zijn er in de praktijk wel contracten waarbij de schapenhouder in functie van het aantal begrazingsdagen vergoed wordt. Als het over natuurbegrazing gaat, zijn er aan de vergoeding ook te bereiken natuurdoelen gekoppeld en contractueel vastgelegd. Dan wordt de schapenhouder een dienstverlener. Verder in dit artikel beperken we ons tot een kleinschaligere wisselwerking tussen de schapenhouder en een particulier.

De afspraken

Om tot een duurzame samenwerking tussen particulier en schapenhouder te komen is het wenselijk om bij de start klare afspraken te maken. Een goede vertrekbasis is (kan zijn) dat de particulier zorgt voor een degelijke weideafsluiting (minstens 1m hoog) en dat hij/zij het dagelijks toezicht op de dieren op zich neemt en ten allen tijde voor voldoende en zuiver water zorgt.

De schapenhouder zorgt voor het evenwicht tussen veebezetting en hoeveelheid beschikbaar gras, houdt bij periodiek bezoek de algemene gezondheidstoestand van zijn dieren in het oog en doet zo nodig de noodzakelijke interventies. Er wordt afgesproken of de schapenhouder het perceel al dan niet mag bemesten en wie distels of/en netels bestrijdt en op welke manier (al of niet chemisch) dit mag gebeuren.

Aandachtspunten

De meeste particulieren hebben geen ervaring met het houden van schapen. Het kan nuttig zijn om hun een beperkte toelichting te geven omtrent zaken die zich kunnen voordoen. Denk aan wat er moet gebeuren mocht er een schaap verwenteld zijn (=op de rug liggen). Dat komt bij texelachtigen wel eens voor. Als er zich bepaalde abnormaliteiten of symptomen van ziekte voordoen, wordt het best ook afgesproken dat dan de schapenhouder onmiddellijk verwittigd wordt. Wanneer men bijvoorbeeld zogende ooien met lammeren bij derden plaatst, dan is er altijd een risico op uierontsteking. Snel optreden is hier meestal geboden, zeker in geval van blauwuier. Als een ooi achteraan schijnbaar kreupel loopt, kan dit wijzen op een pijnlijke uier. Een schapenhouder weet dat. Een particulier zal zeker niet snel deze connectie maken. Het is daarom ook minder risicovol om droogstaande ooien bij particulieren te laten.

Het is ook belangrijk om de aanwezigheid van giftige planten in het oog te houden. Komt men op een perceel waar Jacobskruiskruid overvloedig aanwezig is, dan wordt dit het best vooraf van het perceel verwijderd. Men mag dit niet uittrekken en laten liggen, want verdroogd is het risico op vergiftiging nog veel groter dan wanneer de planten blijven groeien. Men moet ook opletten voor taxushagen naast de wei of voor allerhande sierstruiken die giftig kunnen zijn.

In een dichtbewoonde buurt voelen sommigen zich geroepen om de schapen bij te voederen met bijvoorbeeld brood. Plots grote hoeveelheden hiervan geven, als de dieren dit niet gewoon zijn , kan door enterotoxaemie tot dodelijke slachtoffers leiden.

Regelgeving

Het is de verantwoordelijkheid van de schapenhouder dat de diverse reglementeringen ook bij kleinschalige externe begrazing nageleefd worden. Alle dieren die het bedrijf verlaten (ooien en lammeren) dienen in beide oren voorzien te worden van een Sanitel-nummer, dat in het register geregistreerd is. De percelen waar dieren lopen die behoren tot het bedrijf moeten op de oppervlakteaangifte van dit bedrijf vermeld worden, zodat controle mogelijk is. De schapenhouder moet er ook voor zorgen dat alle regels van de mestwetgeving nageleefd worden, ook op de percelen die hij gebruikt bij particulieren.

Dierenwelzijn

Meer en meer wordt de focus op dierenwelzijn gelegd. Een schaap is een kuddedier. Vandaar dat het plaatsen van één schaap op een klein perceel niet echt diervriendelijk is. Dit kan opgelost worden door er 2 dieren te plaatsen en door ze, als het gras op is, naar een andere wei te verplaatsen tot er op het kleine perceel terug voeder aanwezig is voor 2 dieren. Dit impliceert uiteraard veel bijkomende moeite voor het verplaatsen van dieren.

We stelden eerder al dat de dieren altijd over proper water moeten kunnen beschikken. Bij particulieren is dit een aandachtspunt. In waterkuipen die er een tijdje staan en mogelijk in de volle zon, beginnen zich massaal wieren te ontwikkelen. De dieren hebben water, maar dit is van een minderwaardige kwaliteit. De waterreservoirs moeten periodiek goed uitgeschrobd worden, maar daar is veelal te weinig aandacht voor.

Een ander punt, dat meer actueel wordt, is de bescherming van de dieren tegen hondenaanvallen of, vooral regiogebonden, tegen aanvallen van de wolven. Particuliere terreinen liggen vaak dicht bij woonzones, waar honden vrij rondlopen. Als de weiden niet voldoende afgesloten zijn, kunnen spelende honden(koppels) hier vaak schapen verwonden of doden. In de provincies Limburg en Antwerpen is er de jongste jaren een nieuwe dreiging die zich aandient, namelijk dat, als de weiden niet wolfproof afgesloten zijn, de kans op dode dieren als gevolg van een wolvenaanval aanzienlijk toeneemt. We zien echter de jongste maanden ook in Vlaanderen dat wolfproof afsluitingen nu zelfs de wolven niet meer afschrikken. Dit brengt natuurlijk het uitzetten van schapen bij particulieren in ‘wolvengebied’ zwaar onder druk gezien de risico’s.

In het kader van dierenwelzijn is het ook belangrijk dat de dieren bij slecht weer, maar ook bij hoge temperaturen, beschutting kunnen zoeken. Een schaduwplek in volle zomer is dus voor kleine particuliere weiden zeker geen overbodige luxe, maar eerder een noodzaak. Anderzijds is een schuilmogelijkheid bij barre weersomstandigheden, vooral regen, ook ten zeerste aan te bevelen.

Besluit

De relatie tussen een schapenhouder en een particulier die gras te veel heeft, biedt mogelijkheden. Het is een aanleiding tot positieve contacten met de buurt en de brede omgeving. Het is echter belangrijk dat vanaf dag één goede afspraken gemaakt worden en dat de ondeskundige particulier goed geïnformeerd wordt omtrent problemen die zich kunnen aandienen. Als de hogergenoemde regels nageleefd worden, zijn alle partijen tevreden en gelukkig.

André Calus

Meest recent

Meest recent