Einde van de wekelijkse drogestofmetingen van kuilmaïs

Opvallend is dat de maïsafrijping in 2021 zeer geleidelijk ging, maar ver achterliep op voorgaande jaren.
Opvallend is dat de maïsafrijping in 2021 zeer geleidelijk ging, maar ver achterliep op voorgaande jaren. - Foto: TD

Graag sluiten we dit late maïsseizoen af met een meerjarig overzicht van de afrijping van de mais. Deze maal zetten we de evolutie van de drogestofcijfers niet af tegen de tijd, maar tegen het aantal dagen na zaai. Het gaat om het gemiddelde van alle rassen.

Figuur 1: Evolutie gemiddelde drogestofgehaltes van alle rassen (verschillende vroegheidstypes) volgens weken na zaai
Figuur 1: Evolutie gemiddelde drogestofgehaltes van alle rassen (verschillende vroegheidstypes) volgens weken na zaai

Opvallend is dat de afrijping in 2021 zeer geleidelijk ging, maar ver achterliep op voorgaande jaren. Weetje : tussen het vroegste (Benedictio) en laatste ras (P8888) in het netwerk zagen we in 2021 verschillen van 4,2 à 5% DS rond 21-23 weken na zaai.

Dank aan partners

In dit laatste bericht van dit seizoen willen we alle partners over Vlaanderen die meewerkten aan het netwerk bedanken. De volgende landbouwscholen en onderzoeksinstellingen zorgden wekelijks tijdig voor het kappen, wegen en drogen van de maïsmonsters:

· CIPF vzw, met locaties in Boutersem, Ternat, Tongerlo en Zichem,

· Hooibeekhoeve, met locaties in Retie en Westerlo,

· Departement Landbouw & Visserij in samenwerking met Hooibeekhoeve, met locatie in Kortenaken,

· Het ILVO, met locatie Waarschoot,

· Inagro, met locatie Moorslede,

· LTCW Sint-Niklaas, met locatie Sint-Niklaas,

· Proefhoeve Bottelare, met locatie Merelbeke,

· PIBO Tongeren, met locatie Tongeren,

· PVL Bocholt, met locaties Bocholt en Meeuwen,

· VITO Hoogstraten, met locatie Hoogstraten,

en ten slotte

· VTI Poperinge, met locatie in Poperinge.

Voor LCV : Jurgen Depoorter (CIPF), Gert Van de Ven en An Schellekens (Hooibeekhoeve)

Meest recent

Meest recent