Startpagina Liefhebberstuin

Correct snoeien doet beter bloeien

Het is weer zover: het einde van de winter nadert, maar de meeste planten zijn nog in rust. Dan is het moment aangebroken om bomen en struiken in onze tuinen een grondige snoeibeurt te geven. Voor menig tuinier is dit stresserend, want hoe zat het nu ook weer met de snoei van rozen? Daarom is het hoog tijd om onze snoeikennis nog eens op te frissen.

Leestijd : 4 min

Hoewel heel wat planten geen snoei nodig hebben, omdat in de natuur planten niet gesnoeid worden, hebben sommige planten toch baat bij een gerichte snoei. Dan bloeien ze immers mooier en rijker, vaak met grotere bloemen of omdat ze meer vruchten voortbrengen. Dat is ook zo bij rozen. Een gerichte snoei zal zorgen voor een meer uitbundige bloei.

Het snoeien van rozen doet bloeien, maar...

Sommige rozen zullen, als ze op een specifieke manier gesnoeid worden, extra mooie en grote, maar vaak minder, bloemen voortbrengen. De ene roos is echter de andere niet en het gamma aan beschikbare rozensoorten en -rassen is zo uitgebreid dat men al een echte specialist moet zijn om nog te weten wat, wanneer en hoe men welke roos dient te snoeien. Gelukkig zullen bijna alle rozen ook voldoende bloeien als ze niet of volgens de algemene snoeiprincipes gesnoeid worden. Dan hebben we het over de onderhoudssnoei. Daarbij worden zieke en kruisende takken weggesnoeid en ook oudere takken voor verjonging. Grondscheuten of wilde scheuten kan men het best verwijderen. Het is zelfs zo dat men rozen beter niet of te weinig snoeit dan te veel. Er gaan namelijk meer rozen dood door te veel en verkeerde snoei dan aan om het even welke rozenziekte.

Rigoureus snoeien was populair in de jaren 60 en 70 van de vorige eeuw, toen men vooral theehybriden en grootbloemige trosrozen (de zogenaamde floribunda’s) in rozenperken in tuinen en parken aanplantte. Vandaag zijn deze rozenperken grotendeels verdwenen en zijn vooral heester- of struikrozen populair, aangeplant als solitair, in grotere groepen in de border of als haag. De termen ‘heesterrozen’ en ‘struikrozen’ worden vaak door elkaar gebruikt en soms wordt ook de benaming parkroos gebruikt voor hetzelfde type roos. Het is dus hoog tijd om de snoei van deze groep rozen eens van naderbij te bekijken.

Algemene snoei van heesterrozen

Ondanks de grote verschillen tussen de verschillende heesterrozen zijn er een aantal snoeiregels die voor alle struikrozen gelden. Ze worden in de regel veel lichter gesnoeid dan de oudere hybriden. Bij het planten worden alle te lange en grove wortels bijgeknipt. De takken worden op dat moment niet ingesnoeid, wel worden eventueel dood hout en zachte, niet afgerijpte twijgen weggesnoeid. Op een beperkte onderhoudssnoei na, dient men de eerstvolgende 3 jaar niet te snoeien.

Vanaf het vierde jaar worden in de herfst of het voorjaar een aantal oude, versleten stengels weggesnoeid tot tegen de grond. Dat bevordert het ontstaan van nieuwe scheuten. Ook worden de sterkst groeiende scheuten (of bij fors groeiende struiken alle takken) met een derde teruggesnoeid om de productie van jong, bloeihout te stimuleren. Afhankelijk van het type roos kan de snoei op 3 verschillende wijzen aangepast worden. Bij twijfel tot welk type een bepaalde roos behoort, kan ze het best gesnoeid worden zoals rozen uit groep 1.

Groep 1

Deze groep omvat de botanische rozen en hun directe hybride afstammelingen; de meeste rozen in deze groep bloeien slechts 1 keer per jaar en vormen in het najaar vaak rijkelijk rozenbottels. Ze hebben naast de onderhoudssnoei nauwelijks aandacht nodig. Het doel van de snoei bij deze rozen is om ze voldoende ruimte te geven voor de volledige ontwikkeling van hun natuurlijke, overbuigende vorm. Bij volwassen exemplaren wordt de groei bevorderd door oud hout dat nog nauwelijks bloeit te verwijderen. Bij de groep van de rimpelrozen (Rosa rugosa ) mag dit af en toe drastisch gebeuren. Om de bloei bij de muskusrozen (Rosa moschata ) te stimuleren kan men de zijtakken aftoppen en de vaak lange scheuten sterk insnoeien.

Groep 2

Hiertoe behoren de meeste enkelbloemige ‘oude tuinrozen’ (genre Alba’s, Provencerozen, damast- en mosrozen) en de niet-doorbloeiende ‘moderne’ struikrozen. De eerste jaren snoeit men zoals de rozen uit groep 1. Eenmaal goed aan de groei worden in het voorjaar de sterke scheuten uit het vorige seizoen met een derde ingesnoeid en worden de zijscheuten uit het ouder hout ingekort tot ongeveer 15 cm. Door het jonge hout niet te sterk in te snoeien komt de overbuigende groeiwijze van deze struiken beter tot hun recht en wordt de bloei gestimuleerd.

De meeste oude rozen bloeien in de zomerperiode op de zijscheuten aan het hout van ten minste 2 jaar oud. Als we deze zijscheuten niet insnoeien, gaan ze onder het gewicht van de bloemen te veel doorbuigen. Deze struiken vormen van nature veel jonge, sterke grondscheuten, waardoor de struiken zichzelf steeds opnieuw verjongen na het wegsnoeien van oude, nog nauwelijks bloeiende takken.

Groep 3

Tot deze groep rekent men de doorbloeiende (remontante) ‘oude tuinrozen’ zoals Chinese rozen en een groot aantal Bourbonrozen en de doorbloeiende moderne struikrozen. Bij deze ‘doorbloeiers’ ( eigenlijk een hoofd- en een nabloei in de herfst) past men een variatie toe op de snoeiwijze voor groep 2. Ook sterk groeiende ‘moderne’ doorbloeiers zoals theehybriden en trosrozen kan men, als je ze zo snoeit, laten uitgroeien tot grote, informele exemplaren.

Deze rozen hebben baat bij een zomersnoei, waarbij na de eerste felle bloei alle uitgebloeide bloemen worden weggesnoeid (twijgtoppen insnoeien tot een onderliggend blad). Deze krachtig groeiende rozen mogen na de onderhoudssnoei in het voorjaar – waarbij men enkele oude, versleten takken diep terugsnoeit, met een derde tot de helft grofweg, zelfs met de heggenschaar – worden ingekort. Zo bekomt men een ouder verhout deel waarop zich nieuw, jonge scheuten ontwikkelen die zorgen voor een uitbundige bloei.

Geert Brantegem

Lees ook in Liefhebberstuin

Appels vergelijken met peren

Liefhebberstuin De eetbare tuin is in, en terecht. Vers geplukte appels, peren, kersen en pruimen smaken zoveel beter als je ze kan plukken uit de tuin. Niet alleen zijn ze knapperig vers, de keuze aan fruitrassen – en dus ook aan smaak – is veel ruimer dan de keuze binnen het gangbare, inlandse fruitassortiment dat wordt aangeboden in de supermarkt.
Meer artikelen bekijken