Startpagina Recht

Toch nog tussenkomst van het Vlaams Rampenfonds voor droogteschade?

Dat de Vlaamse land- en tuinbouwers massaal schade lijden door de aanhoudende droogte deze zomer, is een open deur intrappen. In dit artikel staan we stil bij de vraag of en hoe de getroffen landbouwers een beroep kunnen doen op het Vlaams Rampenfonds.

Leestijd : 3 min

Sinds 1 januari 2020 kent Vlaanderen enkel nog het Vlaams Rampenfonds, waar het vroegere Rampenfonds voor algemene rampen en het landbouwrampenfonds voor landbouwrampen zijn in opgegaan. De werking van het Vlaams Rampenfonds en de regels over hoe en wie wordt vergoed, werden vastgelegd in het Decreet van 5 april 2019 houdende de tegemoetkoming in de schade die aangericht is door rampen in het Vlaamse Gewest. Op basis van dit decreet geeft materiële schade en zekere schade aan lichamelijke roerende of onroerende goederen op het grondgebied van het Vlaamse Gewest, die het rechtstreekse gevolg is van een ramp, recht op een tegemoetkoming.

Brede weersverzekering

In principe vergoedt het Vlaams Rampenfonds de schade aan niet-binnengehaalde oogsten en teelten niet meer. De vergoeding van die schade gebeurt sinds 1 januari 2020 via de zogenaamde ‘brede weersverzekering’. Dit is een verzekering afgesloten bij een privéverzekeringsmaatschappij, die teelt- en oogstschade dekt die veroorzaakt is door ongunstige weersomstandigheden die met een natuurramp kunnen gelijkgesteld worden. Het gaat om vorst, storm en rukwinden, sneeuw- of ijsdruk, hevige of aanhoudende regen en ernstige droogte. Landbouwers moeten de schade die zij door de droogte aan hun niet-binnengehaalde teelten en oogsten hebben geleden dus via hun brede weersverzekering trachten te laten vergoeden.

Overgangsfase

Hoewel de schade door de droogte van de afgelopen maanden in principe dus niet meer door het Vlaams Rampenfonds zou worden vergoed, is er toch nog kans dat landbouwers er voor de droogteschade van dit jaar toch een beroep op kunnen doen. Er is immers voorzien in een overgangsperiode die loopt van 1 januari 2020 tot eind december 2024. In deze periode kan het Vlaams Rampenfonds toch nog beperkt tussenkomen bij verzekerbare schade aan niet-binnengehaalde oogsten en teelten.

Opdat een landbouwer in aanmerking zou komen voor een tegemoetkoming uit het Vlaams Rampenfonds, moet hij minstens 25% van zijn totale teeltareaal op bedrijfsniveau verzekerd hebben via de brede weersverzekering. De tussenkomst van het rampenfonds is bovendien wel beperkt: het vergoedingspercentage voor de niet-verzekerde schade hangt af van het areaal dat verzekerd is.

Als de landbouwer minstens 25%, maar minder dan 50% van zijn totale teeltareaal verzekerd heeft, bedraagt het vergoedingspercentage voor de schade aan niet-verzekerde teelten in 2022 maximum 24%. Als de landbouwer minstens 50% van zijn totale teelt areaal verzekerd heeft, bedraagt het vergoedingspercentage voor de schade aan niet-verzekerde teelten in 2022 maximum 48%. De komende jaren zullen deze percentages van tegemoetkoming uit het Vlaams Rampenfonds verminderen tot 0% vanaf 2025.

Verplichte melding

Om aanspraak te kunnen maken op een tegemoetkoming uit het Vlaams Rampenfonds moet een schadelijder starten met een melding van schade, en dit verplicht binnen de 60 dagen na het schadelijke weersverschijnsel. Deze melding wordt ingediend via het e-loket van het Vlaams Rampenfonds of via een formulier dat per e-mail wordt verzonden aan

rampenfonds@vlaanderen.be.

Deze melding is nog geen aanvraag tot het bekomen van een schadevergoeding. Dit kan pas nadat het weerfenomeen in kwestie, bijvoorbeeld de droogte van deze zomer, ook effectief erkend is als ramp.

Vaststellingen

Volgens het uitvoeringsbesluit moeten de schadelijders alle informatie over het bestaan en de omvang van de schade bij hun aanvraag voegen. Naast de melding van schade, moeten de getroffen landbouwers daarom nu ook stappen ondernemen om hun schade te laten vaststellen. Hiermee kunnen zij niet wachten tot een beslissing is genomen over de al dan niet erkenning van de droogte als ramp. Deze beslissing zal immers pas worden genomen als de getroffen teelten reeds lang geoogst zijn en als er niet veel vaststellingen meer kunnen worden gedaan.

Om bewijs van hun schade te hebben, kunnen getroffen landbouwers een beroep doen op een schattingscommissie. Hiervoor moeten zij zich richten tot de gemeente waar het getroffen perceel of de getroffen percelen gelegen zijn. Een andere manier om de schade te laten vaststellen, is door een beroep te doen op een landbouwdeskundige. Omdat de getroffen landbouwers volgens het uitvoeringsbesluit bij hun aanvraag voor tegemoetkoming in de schade aan niet-binnengehaalde oogsten, de bodem en de teelten het perceelsnummer van de verzamelaanvraag voor het jaar van de schade moeten vermelden, wordt dit perceelsnummer het best ook al vermeld op het verslag van de landbouwdeskundige of op het PV van de schattingscommissie.

Jan Opsommer

Lees ook in Recht

Wat te doen bij deze almaar stijgende energieprijzen?

Recht Met de winter in zicht stijgen de gas- en elektriciteitsprijzen tot ongekende hoogtes. Zo bleek uit een studie van Febeliec dat de energieprijzen voor ondernemingen in een jaar tijd vertienvoudigd zijn. Verschillende landbouworganisaties maken zich grote zorgen. Zo slaakte ook Copa-Cogeca nog vorige week een noodkreet, nu steeds meer agrarische bedrijven en voedselverwerkers in financiële moeilijkheden komen.
Meer artikelen bekijken