Startpagina Recht

Het nieuwe Vlaamse Pachtdecreet onder de loep: opzegmogelijkheden

Op 4 oktober 2023 werd het decreet tot bepaling van de specifieke regels over de pacht in het Vlaams parlement aangenomen. Dit Vlaams Pachtdecreet hervormt de tot nog toe bestaande pachtwetgeving en is in werking sinds 1 november 2023.

Leestijd : 4 min

In dit artikel belichten we 2 belangrijke nieuwe opzegmogelijkheden die in dit Pachtdecreet werden ingeschreven, samen met de meest relevante wijzigingen aan de bestaande opzegmogelijkheden.

Bebossing en natuurrealisatie

In het nieuwe Pachtdecreet werden een aantal totaal nieuwe opzegmogelijkheden ingeschreven in functie van bebossing of natuurontwikkeling op verpachte percelen.

Voor gemeenten Vooreerst is er een nieuwe opzegmogelijkheid voor bebossing of natuurrealisatie die is voorbehouden voor gemeenten. Deze eerste nieuwe opzegmogelijkheid is aan strenge voorwaarden onderworpen. Zo moet de pachtovereenkomst zijn aangegaan met een gemeente, moet de bebossing of natuurrealisatie betrekking hebben op gronden met een aaneengesloten oppervlakte van ten minste 0,5 ha en moet de bebossing of natuurrealisatie gedurende een periode van ten minste 24 jaar worden aangehouden. Ook moet de bebossing of natuurrealisatie door de gemeenteraad zijn goedgekeurd en mag de gemeente de gronden niet zelf in een ruimtelijk uitvoeringsplan als agrarisch gebied hebben aangeduid. Tot slot mag de bebossing niet gebeuren in het kader van een verplichting tot boscompensatie.

Deze hele rits voorwaarden maakt dat deze nieuwe opzegmogelijkheid in de praktijk niet zo snel zal kunnen worden ingezet, al zullen er ongetwijfeld gemeenten zijn die deze opzegmogelijkheid zullen toepassen.

Voor andere verpachters Naast deze opzegmogelijkheid voor gemeenten werd ook in een nieuwe algemene opzeg voor bebossing of natuurrealisatie voor andere verpachters dan gemeenten voorzien. Hier werden 4 voorwaarden aan gekoppeld. Ten eerste moeten de gronden een gezamenlijke en aaneengesloten oppervlakte van ten minste 0,5 ha hebben. Daarnaast moet de bebossing of natuurrealisatie gedurende een periode van ten minste 25 jaar worden aangehouden. Vervolgens kan dit opzegmotief enkel gebruikt worden voor gronden die gelegen zijn in zogenaamde groene bestemmingen. Hieronder worden ‘bosgebied’ of ‘natuurgebied’ gelegen binnen een ruimtelijk uitvoeringsplan verstaan, alsook de gebieden die zijn aangeduid op een gewestplan, een algemeen plan van aanleg of een bijzonder plan van aanleg als ‘bosgebied’, ‘groengebied’, ‘natuurgebied’, ‘natuurgebied met wetenschappelijke waarde’, ‘natuurontwikkelingsgebied’ of ‘natuurreservaat’. Ook de speciale beschermingszones worden als groene gebieden beschouwd. Als laatste voorwaarde voor deze pacht-opzeg geldt dat de bebossing niet mag gebeuren in het kader van een verplichte boscompensatie.

Leefbaarheidstoets

Beide opzegmogelijkheden voor bebossing en natuurrealisatie kennen een zeer belangrijke mogelijkheid voor de rechter om de gegeven opzeg toch niet geldig te verklaren. De pachter kan in het kader van opzeg voor bebossing of natuur immers aan de rechtbank vragen om een zogenaamde leefbaarheidstoets uit te voeren. Daarbij zal de rechter de geldigverklaring van de opzeg moeten weigeren als de leefbaarheid van de bestaande bedrijfsvoering van de pachter ernstig zou worden verstoord. De rechter kan de geldigverklaring van de opzegging ook beperken tot bepaalde percelen of tot een bepaalde oppervlakte, maar alleen met het doel de opzegging in overeenstemming te brengen met de bepalingen over de leefbaarheid van het bestaande landbouwbedrijf. Met deze beperkte matigingsbevoegdheid kan de pachter er de rechtbanken mogelijk van overtuigen om de opzeg voor bebossing of natuurontwikkeling niet geldig te verklaren.

Hoewel de ernstige verstoring van de leefbaarheid van het bedrijf van de pachter na de opzeg een feitelijk gegeven is dat de rechtbanken geval per geval zullen moeten beoordelen, voorziet het Pachtdecreet ook in een lijst van gevallen waarin automatisch zal worden aangenomen dat de leefbaarheid van het landbouwbedrijf van de pachter ernstig verstoord wordt.

Pensioen

De opzegmogelijkheid voor de gepensioneerde pachter bleef op zich behouden, maar werd wat verfijnd. Concreet kan een verpachter nog altijd opzeg geven om de verpachte goederen zelf te exploiteren of om ze door een nieuwe pachter te laten exploiteren als 3 voorwaarden zijn vervuld. Vooreerst moet de pachter de wettelijke pensioenleeftijd bereikt hebben. Vervolgens moet de pachter een rust- of overlevingspensioen ontvangen en tot slot mag de pachter niet één of meer bevoorrechte familieleden kunnen aanwijzen die zijn exploitatie kunnen voortzetten.

Over de voorwaarde van het bereiken van de pensioenleeftijd en het al dan niet hebben van opvolgers werden in het verleden zelden problemen gemeld. Deze zaken zijn immers duidelijk. Over het al dan niet genieten van een pensioen werd echter door sommige pachters geen duidelijkheid gegeven, waardoor de verpachters in een moeilijke situatie terechtkwamen. Hieraan werd nu tegemoetgekomen door het nieuwe Pachtdecreet. Er werd immers een regeling ingevoerd die een wettelijk vermoeden creëert. Het uitgangspunt is dat de verpachter zijn pachter na het bereiken van de pensioenleeftijd aanschrijft met de vraag of hij een rust- of overlevingspensioen ontvangt.

Als de pachter binnen 60 dagen na die vraag niet heeft bewezen dat hij nog altijd bedrijvig is en geen rust- of overlevingspensioen ontvangt, of als hij, in voorkomend geval, niet een of meer bevoorrechte familieleden aanwijst om de exploitatie voort te zetten, wordt hij geacht een rust- of overlevingspensioen te ontvangen. Dit wettelijke vermoeden vereist wel dat de verpachter in zijn brief aan de pachter uitdrukkelijk vermeldde dat er bij gebrek aan antwoord een vermoeden van pensioen zal gelden.

Jan Opsommer

Lees ook in Recht

Wat houden natuurbeheerplannen juist in en wat zijn de gevolgen ervan?

Recht In het Natuurdecreet werden diverse maatregelen en instrumenten ingeschreven met het oog op onder meer natuurbehoud, natuurontwikkeling en natuurbeheer. Een van deze instrumenten betreft het Natuurbeheerplan (hierna ook NBP). Momenteel zijn er zo’n tiental natuurbeheerplannen waarvoor de consultatieperiode (zeg maar het openbaar onderzoek) loopt. Dat vormt een goede aanleiding om wat dieper in te gaan op deze plannen.
Meer artikelen bekijken