Startpagina Maïs

Maïsoogst lijkt nog veraf volgens LCV

Binnen het LCV-netwerk wordt wekelijks de afrijping van de maïs opgevolgd. Bij de meest recente staalname op donderdag 5 september werd het aantal locaties waar maïsmonsters worden verzameld verder uitgebreid.

Leestijd : 2 min

Nieuwe locaties die bemonsterd zijn, zijn Sint- Niklaas, Melle, Geel, Poperinge en Ravels. Deze zijn tussen 21 mei en 12 juni gezaaid. Vergeleken met de resultaten van de locaties die de voorgaande weken al werden gepubliceerd, is er een verschil in zaaidatum van 1 tot 4 weken.

Als er gekeken wordt naar de locaties die voor 15 mei zijn gezaaid, dan zien we een gemiddeld drogestofpercentage van 26,8%. Dit is een stijging van 2% ten opzichte van de vorige week. Op de locatie Tongeren steeg dit percentage gemiddeld met 6%.

38-3461-LCV-web

Invloed van herfstweer

Het zeer vroege ras LG31206 heeft, gezaaid rond half mei en uitgezonderd de locatie Roeselare, een drogestofpercentage van circa 30%. De weersomstandigheden in week 37 (9 tot en met 15 september) lijken eerder herfstachtig te worden, maar voor rassen van deze vroegheidsklasse en zaaidatum is verdere opvolging raadzaam. De andere rassen/locaties die tussen 10 en 15 mei zijn gezaaid, hebben een drogestofpercentage tussen 25% en 28%.

De locaties Melle en Sint-Niklaas zijn respectievelijk op 21 mei en 24 mei gezaaid. Te Sint-Niklaas bedraagt het gemiddelde drogestofpercentage circa 29% en ligt hier meer in de lijn van de locaties die voor half mei zijn gezaaid. Opmerkelijk hierbij is wel dat de late(re) rassen SY Glorius en P8888 de hoogste waarden laten optekenen. De cijfers van de vroege rassen LG31206 en Benedictio liggen enkele % lager.

Ultravroege en vroege rassen

Eenzelfde beeld is te zien in Ravels en Poperinge. Beide locaties zijn gezaaid op 7 juni en telkens geeft P8888 het hoogste drogestofpercentage. Bij de vroege rassen ligt het drogestofpercentage circa 3% lager.

Op de locatie in Geel zijn er op 12 juni, naast de 4 gemeenschappelijke rassen, ook nog SY Silverbull (ultravroeg tot zeer vroeg) en SY Brenton (zeer vroeg) gezaaid. De vroegste rassen tonen hier de hoogste drogestofpercentages.

Met een gemiddelde van circa 20% droge stof zal de oogst op de locaties gezaaid na 1 juni pas na 15 oktober vallen, behoudens veranderingen in weersomstandigheden.

Voor LCV : Gert Van de Ven, An Schellekens (Hooibeekhoeve)

Lees ook in Maïs

Hoe presteren droogtetolerante maïsrassen in natte én droge jaren?

Maïs De toenemende weersvariabiliteit – met vooral droogte, in het bijzonder tijdens de bloei – kan leiden tot aanzienlijke opbrengstverliezen in de maïsteelt. De veredeling zet daarom steeds meer in op rassen die beter bestand zijn tegen watertekort. Deze droogtetolerante rassen kunnen de opbrengststabiliteit verhogen en de afhankelijkheid van irrigatie beperken. Maar bieden ze ook effectief een meerwaarde in de praktijk? En blijven ze ook overeind in jaren waarin droogte geen bepalende factor is?
Meer artikelen bekijken