Startpagina Maïs

Verschillen in maïsafrijping tussen rassen, regio’s en percelen

Op zowat de helft van de locaties uit het LCV-netwerk is de maïs reeds geoogst. Op 10 oktober werden nog op 5 locaties stalen genomen om de droge stof te bepalen.

De locatie in Tongeren is nog de enige locatie die voor 15 mei werd gezaaid. Alle vroegheidsgroepen zijn hier oogstklaar. De vroege rassen hebben zelfs een drogestofpercentage van meer dan 40%.

Bij de maïs gezaaid na 15 mei laten de locaties in Geel en Ravels een toename in droge stof zien. Wat Geel betreft, mag gesteld worden dat alle rassen oogstklaar zijn. In Ravels is dit nog niet het geval, maar alle rassen hebben een drogestofpercentage van 30% of meer.

In Zichem en Poperinge is er nauwelijks evolutie in...

Dit artikel is alleen voor abonnees

Abonneer nu

Al abonnee of geregistreerd?

Aanmelden

U ontvangt reeds de krant ?

Activeer hier
Meest recent Bekijk al het nieuws >

Lees ook in Maïs

Hoe presteren droogtetolerante maïsrassen in natte én droge jaren?

Maïs De toenemende weersvariabiliteit – met vooral droogte, in het bijzonder tijdens de bloei – kan leiden tot aanzienlijke opbrengstverliezen in de maïsteelt. De veredeling zet daarom steeds meer in op rassen die beter bestand zijn tegen watertekort. Deze droogtetolerante rassen kunnen de opbrengststabiliteit verhogen en de afhankelijkheid van irrigatie beperken. Maar bieden ze ook effectief een meerwaarde in de praktijk? En blijven ze ook overeind in jaren waarin droogte geen bepalende factor is?
Meer artikelen bekijken