75ste jaargang Landbouwleven: Agribex, bijna 2 eeuwen landbouwinnovatie in Brussel
Dit jaar viert Landbouwleven zijn 75ste jaargang. Samen met het Centrum Agrarische Geschiedenis (CAG) blikken we terug op markante momenten die het boerengeheugen hebben gevormd. Deze week staan we stil bij de rijke geschiedenis van Agribex.

De landbouwbeurs Agribex droeg, net als de huidige beurslocatie Brussels Expo en beursorganisatie Fedagrim, indertijd een andere naam. We blikken terug.
1952: een sector in volle omwenteling
In de editie van Landbouwleven van 14 maart 1952 bracht ingenieur boerderijbouwkunde Jan Timmermans verslag uit van het 32ste Salon van Landbouwmachines in de Eeuwfeestpaleizen. Hij omschreef het salon als “een ongeëvenaard hoogtepunt in de jaarlijkse landbouwmanifestaties.” Zijn observaties tonen een sector in transitie: de tractor stond op het punt om definitief door te breken, maar de investering bleef voor veel landbouwers een ingrijpende beslissing.
Timmermans wees op de snelle uitbreiding van het machineaanbod. De aanwezigheid van 51 tractormerken en 16 pikdorsers illustreerde hoe snel de mechanisatie evolueerde. “De mechanisatie is in een zo snel ontwikkelingsstadium gekomen dat elke vooruitstrevende bedrijfsleider de geboden mogelijkheden moet onderzoeken,” vatte hij samen. De opmars van de dieseltractor, vooral door Duitse import (van 15% in 1949 tot 36% in 1950), zette de toon voor de komende jaren. Ook de markt voor aanbouwwerktuigen en oplossingen voor stalmestverwerking groeide. Timmermans gaf een gedetailleerde analyse zonder specifieke merken te noemen, waardoor vooral algemene tendensen naar voren kwamen. Ondanks het natte voorafgaande seizoen concludeerde hij dat de pikdorser ‘definitief ingeburgerd’ zou raken. De Claeys MZ, de eerste zelfrijdende Belgische pikdorser met een werkbreedte van 2,40 m, onderstreepte die evolutie.
Twee Nederlandse maïskolvendorsmachines – compacte toestellen met capaciteiten tussen 425 en 2.700 kg per uur, aangedreven door respectievelijk een 3 pk- en 5 pk-motor – toonden volgens hem potentieel, vooral voor coöperatief gebruik. Ook bij de aardappelrooiers zag hij duidelijke vooruitgang: “Onze constructeurs uit Vlaanderen hebben reeds een internationale faam verworven met het ontwerpen van aardappelrooiers-opzakkers, die een Belgische specialiteit zijn geworden.” Met 13.980 tractoren in 1951, ongeveer evenveel als het aantal bedrijven boven 20 ha, pleitte hij tegelijk voor voorzichtigheid voor de impact van de aankoop van een tractor op de rentabiliteit van het bedrijf.
De lange evolutie richting Agribex
De geschiedenis van Agribex gaat terug tot de Grande Exposition d’Agriculture van 1847. Met de opkomst van een Belgische landbouwwerktuigenindustrie tegen het einde van de 19de eeuw ontstonden er nieuwe structuren voor promotie en samenwerking. In 1901 werd de Ligue des exposants de machines agricoles et de laiterie opgericht, gevolgd door de Société de Mécanique et Industries Agricoles in 1909. Het Brusselse Salon van Landbouwmachines groeide sindsdien snel uit tot een jaarlijkse afspraak voor binnen- en buitenlandse constructeurs.
Na de Eerste Wereldoorlog verbreedde het aanbod met onder meer stallenbouw, omheiningen en klein materiaal. Vanaf 1924 werden ook de nationale veeprijskampen gekoppeld, wat de beurs tot een breed landbouwforum maakte. In 1936 verhuisde het Salon van Landbouwmachines van het Jubelpark naar de Eeuwfeestpaleizen.
Ontmoeting met een goede vriend
Het salon speelde niet alleen een rol als technologische etalage, maar ook als ontmoetingsplaats. Dat bleek uit het verslag van 1952, waarin Landbouwleven – pas een jaar oud – opvallend veel positieve reacties noteerde. “’t Was waarlijk alsof zij er een goede vriend weervonden,” schreef de redactie. Bezoekers schonken spontaan abonnementen aan familieleden, en lezers van verschillende generaties uitten hun waardering: “Een ouderling van 70 jaar die al meer dan 40 jaar landbouwer was, bekende spontaan dat hij nooit een interessanter landbouwblad gekend had.”
De rode draad doorheen de tijd
De observaties van Timmermans sluiten nauw aan bij de bredere evolutie van de landbouwbeurs. Zijn nadruk op vakkennis, doordachte investeringen en de sterke positie van Belgische constructeurs kenmerkte de beurs decennialang. Ook de educatieve en verbindende rol die hij beschreef vormt een constante: het salon was meer dan een tentoonstelling; het was een plek waar landbouwers kennis opdeden, collega’s ontmoetten en nieuwe technieken ontdekten.
Deel jouw herinneringen met ons
De landbouwsector onderging de afgelopen decennia een ware revolutie: deel tijdens Agribex jouw persoonlijk verhaal met ons op de stand van CAG. Je vindt ons op stand 5200, centraal in hal 5, samen met het Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek (ILVO).





