Stefan Top: “Wij helpen de Europese Commissie om hun doelstellingen te realiseren”
Velen zullen Stefan Top kennen als managing director van AVR. Daarnaast is hij sinds eind november 2024 voorzitter van CEMA. Dat is de Europese vereniging van landbouwmachineproducenten, die gehuisvest is in Brussel. Wij hadden in aanloop naar Agribex een gesprek met hem.

Vooreerst moeten we meegeven dat CEMA zo’n 11 nationale ledenverenigingen uit de landbouwmachine-industrie groepeert. Zowel grote multinationals, als talrijke kleinere kmo’s zijn lid. CEMA vertegenwoordigt ongeveer 1.300 fabrikanten, die meer dan 450 verschillende soorten machines bouwen en 150.000 directe werknemers. CEMA-bedrijven produceren een breed scala aan machines voor alle activiteiten in het veld, van zaaien tot oogsten, evenals apparatuur voor de veehouderij.
De visie van CEMA is om machines te bouwen en oplossingen te creëren om duurzame landbouw te bewerkstelligen. De missie van de belangenorganisatie is om de expertise die gedeeld onder haar leden zit, te bundelen om hiermee EU-wetgeving vorm te geven. Zo kan er gewerkt worden aan duurzame landbouw en worden oplossingen uitgewerkt voor de landbouwmachinesector.
U bent nu een jaar voorzitter van CEMA. Hoe bevalt de functie u tot nu toe?
Het vraagt meer tijd dan op voorhand gezegd was. (Lacht hard) Zeker als je woonachtig bent in België –het kantoor van CEMA is in Brussel– ben je sneller geneigd om ja te zeggen, in je auto te springen en naar bijeenkomsten en evenementen te rijden. Ik vermoed dat een voorzitter die in het buitenland woont niet zo snel afkomt. Het voorzitterschap opent natuurlijk wel veel deuren, je netwerk breidt snel uit en wordt interessant. Je krijgt toegang tot veel mensen waar je anders minder snel contact mee hebt. Je hebt zo contact met hooggeplaatste mensen in de Europese Commissie. In dat kader heb ik Eurocommissaris Hansen mogen ontvangen. Dat was toch al wel een hoogtepunt. Hij is geïnteresseerd en kent de landbouw. Hij ziet ons als ‘enabler’ of bekrachtiger voor hun doelstellingen.
Wat zijn uw praktische taken, wat houdt het voorzitterschap in?
Je bent verantwoordelijk voor de operationele werking van de organisatie. De ‘secretary-general’ rapporteert aan de voorzitter en ik zit de 4 raden van bestuur per jaar voor. Daarvoor moet je voorbereidingen doen, inhoud bepalen, afstemmen welke strategie gevolgd wordt, je moet de visies van de verschillende bedrijven op elkaar afstemmen, zodat niet iedereen iets anders zegt.
Hoe bent u tot dat voorzitterschap gekomen?
Ik heb al een lange carrière bij CEMA, zit er in het bestuur sinds eind 2010. Het is eigenlijk de derde keer dat ik gevraagd word om voorzitter te zijn. Derde keer, goede keer en ik ben unaniem verkozen. Door de nabijheid van mijn woonplaats ben ik veel fysiek aanwezig. Een sterk punt was ook al het feit dat ik al lang meedraai. Zo weet ik goed hoe het systeem werkt, want het gaat altijd over complexe materie. Handig is ook dat ik niet nieuw ben in de sector en dat ik al een netwerk had opgebouwd rondom mij.
Welke realisaties kunt u rapporteren?
Net voordat ik voorzitter werd, hebben we samen met Tom Vandenkendelaere (stadsgenoot uit Roeselare, cd&v politicus, ex-Europees parlementslid) het dossier van de ‘non-road mobile machinery’ (EU verordening 2025/14) erdoor gekregen. Dat was regelgeving waaraan we sinds 1999 aan het werken waren. Eenvoudig uitgelegd is er nu hierdoor een Europese homologatie voor ‘off-road machinery’. Dat is superbelangrijk voor de leden van CEMA en daar ben ik bijzonder fier op. Aan dat dossier had ik eerder al veel gewerkt. Als individu kan je zo toch wel impact hebben. Dit geeft voldoening en daarvoor blijf je het doen. Nu is het nog zo dat ieder land afzonderlijk zijn machines moet homologeren. In de toekomst komt er een Europese homologatie, dat is bijzonder handig voor machinefabrikanten. Nu lopen we nog tegen het feit aan dat bijvoorbeeld een Belgische machinekeuring niet aanvaard wordt in Nederland. Ook in Frankrijk is er een aparte procedure, maar eigenlijk is dat overal zo. Dit gaat eruit als we onze Europese keuring hebben. Deze wordt voorzien om in voege te treden in 2027. Landbouwers in geheel Europa krijgen daardoor ook toegang tot alle zelfrijdende machines.
Welke andere onderwerpen leven momenteel binnen CEMA?
Hierbij denk ik bijvoorbeeld aan CRA (Cyber Resilience Act). Dat is Europese wetgeving die de cyberveiligheid van producten die digitale elementen bevat, moet verbeteren. Dat slaat zo ook op ‘geconnecteerde’ landbouwmachines. Zij moeten aan bepaalde beveiliging doen, zodat ze niet gehackt kunnen worden. Een ander onderwerp dat binnen CEMA leeft, is dat van de autonome tractoren. Vallen zij onder de machinerichtlijn of de ‘tractor mother regulation’? We buigen ons momenteel over de vraag waaraan een machine die niet op de weg komt, maar wel eens de weg over steekt, moet voldoen. Dit zijn discussies die momenteel nog leven. Er ligt zeer veel werk op de plank van CEMA. Denk ook aan de importheffingen die president Trump invoerde. Normaal behoort dit niet tot ons takenpakket ,omdat dit economische materie is. Het weegt echter zo zwaar op sommige leden hun bedrijf, dat we er toch mee bezig zijn. Zij moeten bijvoorbeeld een analyse maken van alle onderdelen waaruit hun machine is opgebouwd om te weten vanwaar het staal en aluminium komt. Enkele leden hebben al aangegeven geen machines meer naar de Verenigde Staten te exporteren. In navolging hiervan is het handelsoverschot dat we hadden, ingestort.
Is de veelheid aan beurzen/demo’s/evenementen een onderwerp binnen CEMA?
Neen! We mogen en kunnen daar niet in tussenkomen, we maken daar geen afspraken. Beurzen worden vaak door federaties georganiseerd, soms door privépartijen. Ik weet dat er daar veel spanningen rond zijn, maar die worden binnen CEMA niet besproken. We moeten goed opletten om de concurrentiebedingen die gelden binnen Europa te respecteren. Daar wordt ook hard op gecontroleerd. Bijvoorbeeld de Franse autoriteiten zijn er zeer strikt in.
In de sector horen we geklaag over de alsmaar toenemende kostprijs van landbouwmachines. Hoe kan de producent ervoor zorgen dat de machines betaalbaar blijven?
Dat is een dualiteit tussen wat de klant verwacht en de fabrikant aanbiedt. Als ik nu even in naam van AVR mag spreken en niet vanuit CEMA: we hebben een vernieuwde Puma-aardappelrooier op de markt gebracht. Hierbij hebben we de opmerkingen van klanten en de verbeteringen die ze suggereren proberen op te nemen. Dat heeft een kostprijs, omdat er meer functionaliteiten in zitten. Die zijn wel gevraagd door de klant. Eerder verhoogde de kostprijs van vele machines door de komst van uitlaatgasnabehandelingssystemen (Ad-Blue). Dat had te maken met milieunormen waaraan fabrikanten moeten voldoen. De machinekost is echter geen onderwerp op zich binnen CEMA. 
Hoe staat de landbouwmachinemarkt er momenteel voor? Wat zijn de vooruitzichten?
Je kan hiervoor de CEMA-businessbarometer consulteren. Die geeft een indicatie, daarnaast hebben we zicht op de inschrijvingen van nieuwe tractoren. In een aantal landen zijn die toch teruggelopen, dat kunnen we niet ontkennen na de wedloop van 2023 met zijn post-Covid-toestanden en problemen in de onderdelenvoorziening. De parkings van de dealers stonden toen vol en dan ging nog eens de rente omhoog. Zo kwam er druk op cashpositie van de dealer en is hij gestopt met bestellen richting de fabriek om zijn voorraden weg te krijgen. Dat maakte dat 2024 een minder jaar was en 2025 was ook niet zo heel goed. Men denkt dat 2026 beter gaat zijn, omdat de voorraden weggewerkt zijn. Die voorraden zijn ergens vergif. Zit het vol bij de dealer, dan duurt het even tegen dat de buffer is weggewerkt en heb je geen normale marktwerking. Gelukkig is het in de sector van de veeteelt eerder dit jaar goed gegaan en zag je meer vraag in die sectoren. De melkprijzen waren hoog, maar ook de prijs voor kippen, rundvlees en zuivel waren hoog. Nu is er wel terug druk gekomen op de prijzen van varkensvlees, boter en melk. Al bij al heeft dit eerder toch gezorgd voor wat optimisme en zin om te investeren. Toch moet ik erkennen dat België soms de uitzondering in de markt is. Dat heeft volgens mij te maken met de aardappelteelt die toch voor inkomen heeft gezorgd en die ook de prijzen van groentecontracten mee omhoogtrok.
Vermogens nemen toe, machines worden groter. Moeten we vrezen dat er binnenkort geen ‘kleinere’ machines meer beschikbaar zijn?
Neen, ook in de kleine vermogens worden nieuwe tractoren gelanceerd. Je mag niet vergeten dat de consolidatie in de landbouw onverminderd doorgaat. De gemiddelde leeftijd van de boer gaat omhoog. Er gaan er veel uit en hun oppervlakte wordt overgenomen door andere boeren. Grotere bedrijven verlangen dan een aangepast machinepark. Ze moeten werken met minder handen op even korte periodes. Door de klimaatevolutie zie je toch dat de periodes waarop er iets gerealiseerd kan worden in het algemeen korter worden. Belangrijk is dus om voldoende slagkracht te hebben. Dat verklaart mede de tendens naar grotere machines.
Fabrikanten nemen een vlucht met de ‘digitale mogelijkheden’, zoals telematica, precisielandbouw, gegevensoverdracht. Is dit niet sneller gegaan dan de gebruiker kan volgen of nodig heeft?
Het is inderdaad snel gegaan, maar je ziet dat, wanneer de gebruiker hiervan een toegevoegde waarde ziet, hij deze techniek wel snel adapteert. Sommige gebruikers zien de investering in een gps-stuurhulpen met sectieafsluiting al na minder dan of rond het jaar terugverdiend. Dit komt omdat er bespaard wordt op pootgoed, zaden, fyto, meststoffen... zeker in teelten waar de inputmiddelen een grote financiële impact hebben op de kostprijs. Is er een goed terugverdienaspect, dan laat de akkerbouwer niet na om te investeren. Veel teelten vragen ook ‘sortering’. Daar heb je slimme camera’s, artificiële intelligentie en algoritmes die arbeid vervangen. Vaak gaat het zelfs over arbeid die nu al moeilijk ingevuld kan worden. Zeker sorteren is eerder een monotoon, saai werk, wat de populariteit van beeldherkenningstechniek hier populair maakt.
Er wordt vaak gesproken over elektrificatie en andere alternatieve aandrijfvormen. Wanneer is deze technologie echt praktijkklaar en betaalbaar voor de landbouwer?
(Lacht) Soms denk ik, wat is ‘alternatief’? Op de recentste Agritechnica zag ik een elektrisch aangedreven machine waar eerst een hydromotor een alternator aandrijft. Dan denk ik toch, waar zijn we mee bezig. Alternatieve technieken zullen wel komen. Tegelijk bemerk ik dat we enkele Agritechnica’s terug tractoren op de beursvloer zagen die hoogspanning konden leveren. In de afgelopen editie zagen we die niet op de beurs. Voor toepassingen met een beperkt vermogen zal elektriciteit zeker een opmars kennen. De energiedichtheid speelt ook een rol in de ontwikkeling. Maar weinig systemen kunnen volgens mij qua veiligheid en vermogen op tegen een hydraulisch systeem. Dat is zeer fijn regelbaar. Als ik zie hoe groot de hydromotoren in de achterwielen van onze Puma-rooiers zijn, zie ik dit niet snel vervangbaar door een elektromotor.
Hoe kijken de klassieke fabrikanten en CEMA naar de opmars die robots maken?
Wij omarmen dat, je ziet ze bijvoorbeeld ook op de beursvloer van Agritechnica verschijnen. Grote spelers zijn ermee bezig. Ik denk dat er momenteel meer geloof is in autonome tractoren dan in echte robots. Het gaat terug om slagkracht. De tijdvensters om iets te doen zijn klein, Op korte termijn moet er veel gebeuren. Met robots heb je er veel nodig en moet je ze verhuizen. Een autonome tractor kan nog steeds een breed werktuig trekken en je hebt er minder vannodig dan van de superkleine robots. Ik zie die sneller vaststeken op het land of gestrand met een lege accu.

Naar mijn persoonlijke mening zie ik robots eerder als inzetbaar in de tuinbouw. In de akkerbouw geloof ik meer in autonome tractors. Deze kan je ook nog manueel gebruiken voor wegverkeer of om hem op een begeleide manier over de weg naar het veld te brengen. Voor robots hebben we nog geen oplossing om ze zelfstandig over de weg naar het veld te laten rijden. In Europa kampen we dan nog met kleine percelen, dan moeten robots vaak opgehaald worden en verhuist. In een autonome tractor spring je sneller in en is hij makkelijker om te verplaatsen.
Wilt u zelf nog wat kwijt?
Ik zou graag de negatieve perceptie die mensen hebben over lobbyorganisaties willen weghelpen. Wij helpen doelstellingen van de Europese Commissie te verwezenlijken en op een realistische manier in de praktijk brengen. We kunnen de politieke machine niet tegenhouden, maar je kan wel een speler zijn om hun intenties toepasbaar te maken. Die Europese Commissie is ongelofelijk bekommerd om de transitie naar jonge landbouwers (‘Next Gen’). In onze moderne technologie zien ze een mogelijkheid om jonge mensen warm te maken voor de landbouw en om hun werk daarin nog doenbaar te maken. Hun werkzaamheden kunnen verlicht worden door automatisering. Hierdoor kan je jeugd aantrekken, zij krijgen zicht op een aangename, aantrekkelijke job. Onze technologie kan veel problemen helpen oplossen. We worden meer omarmd als ooit voorheen. De Europese Commissie beschikt over veel kennis, maar mist praktijkervaring. Wij helpen hen de weg naar het doel te faciliteren. CEMA bereidt dingen voor en toetst de zaken af samen met de Europese commissie. Zo versterken we elkaar.





