Startpagina Actueel

Melkprijs zal steeds volatieler worden

Op de landbouwbeurs Agro-Expo in Roeselare volgden op 26 januari een paar honderd geïnteresseerden de studiedag over melkveehouderij van Jan de Keyser, hoofd van Agri & Food van BNP Paribas Fortis. “Op middellange termijn komt het goed met de melkprijs”, verwacht hij.

Leestijd : 5 min

Jan De Keyser begon zijn uiteenzetting met een terugblik op 2025. “Dat was het jaar dat we voor het eerst de term ‘melk-tsunami’ zijn gaan gebruiken. Na een wereldwijd melktekort – met hoge prijzen tot gevolg – was er plots een overaanbod dat de melkprijzen deed kelderen. Die prijsduik is nog bezig en de Belgische melkprijs is nog volatieler dan die van andere melklanden. Wij hebben nu een van de laagste melkprijzen van Europa”, begon de Keyser. Het is voor hem de vraag of we nog in het oog van de storm zitten of de storm stilaan uitgewoed is?

“In 2026 zal misschien voor het eerst 1 miljard ton melk worden gemolken wereldwijd. Opvallend is dat dat niet of niet alleen gebeurt door meer koeien te houden, maar vooral door de productie per koe op te drijven. In Europa is het vooral in Ierland en in Polen dat er meer melk geproduceerd wordt. China verhoogt zijn zelfvoorzieningsgraad inzake melk tot 85%”, duidt Jan de Keyser.

Hij verwacht dat de wereldwijde melkmarkt in de toekomst nog volatieler zal zijn, met snellere prijsdalingen en -stijgingen, bijvoorbeeld als reactie op heffingen of vrijhandelsakkoorden. “In Vlaanderen zie ik dat de melkprijs sneller daalt dan de kosten van de melkveehouder. Misschien is dit het moment om wat sneller afscheid te nemen van koeien die onvoldoende rendement halen, want de vleesprijs is voorlopig wel nog goed”, stelt de Keyser.

Hij ziet bij de lage melkprijzen in Vlaanderen een lichtpunt bij de producenten van biomelk. “Biologische melk staat los van de grillen van de markt. Daar zijn een aantal redenen voor. Een eerste is dat dit geen product is voor de ganse wereld, maar dat het vooral een West-Europees verhaal is. In deze deelsector wordt gewerkt met langetermijncontracten en het aanbod wordt goed geregisseerd, wat voor elke speler in de keten veel zekerheid biedt”, weet Jan de Keyser.

Vooruitzichten op lange termijn

Op de lange termijn ziet hij goede vooruitzichten voor de Vlaamse melkveehouders. “Op middellange en lange termijn stijgt de vraag naar zuivel sneller dan het aanbod, zowel in Europa als wereldwijd. De Europese melkproductie blijft nagenoeg stabiel, met in een aantal landen een dalende veestapel. De totale zuivelconsumptie in Europa blijft nagenoeg stabiel, ook bij hogere prijzen. De melkprijs zal relatief hoog blijven in de periode van 2025 tot 2035. Tegen 2035 keert de melkprijs mogelijk terug naar het recordniveau van 2022, door een krap aanbod van vet en een groeiende vraag naar eiwitten. In sommige delen van Europa wordt de beschikbaarheid van voldoende water voor de koeien stilaan een probleem”, waarschuwt hij.

“De melkveehouderij in België en Nederland en in de aangrenzende delen van Duitsland en Frankrijk staat voor structurele veranderingen. Richting 2040 zal de melksector fundamenteel verschillen van het klassieke model van de voorbije decennia. Van volumegedreven bulkproductie gaat het naar waardegedreven, datagestuurde en ketengeïntegreerde melkproductie”, voorspelt Jan de Keyser.

Hoogwaardige zuivelregio

“We behouden tegen 2040 onze rol als hoogwaardige zuivelregio, maar waarschijnlijk met minder bedrijven, minder dieren en minder liters melk. Die volumekrimp gaat gepaard met een hogere toegevoegde waarde per liter melk. Duurzaamheid, klimaatadaptatie, datatransparantie en ketensamenwerking zullen niet langer randvoorwaarden zijn, maar bepalende succesfactoren voor financierbaarheid, markttoegang en maatschappelijke legitimiteit.”

Hij ziet 3 dominante bedrijfsmodellen voor de melkveehouderij tegen 2040. Een eerste is dat van de efficiëntiegedreven bedrijven. Die gaan voor een lage kostprijs per kg melk, verregaande automatisering en datagestuurde bedrijfsvoering, maar staan ook blijvend bloot aan de volatiliteit van de wereldmarkt. Een tweede model is dat van de waardedifferentiërende bedrijven. Die focussen op premiumstromen, multifunctionele landbouw en aanvullende inkomsten. Deze bedrijven hebben een grotere veerkracht, maar hun management is complex. Het derde model is dat van de ketengeïntegreerde bedrijven. Deze hebben meerjarige contracten met retailers en afnemers, gedeelde investeringen en gedeelde datastromen. Hun inkomen is stabieler, maar ze nemen minder zelfstandig beslissingen.

ICE bedreigt melkveebedrijven

De deelnemers aan dit infomoment werd een blik op melken buiten Vlaanderen beloofd en dat aspect werd aangereikt door Karel Rutten van Bovigen, met een overzicht per continent. “In Noord-Amerika is de gemiddelde grootte van een melkveebedrijf 390 koeien, maar bedrijven met 10.000 koeien zijn daar al lang geen uitzondering meer en de nieuwe melkveebedrijven die daar starten, hebben nog veel meer dieren. De grootste bedreiging komt daar van de Immigration & Customs Enforcement (ICE). De boeren konden ICE tot nog toe weghouden van hun Spaanstalige werknemers, maar de andere sectoren beginnen te morren en vragen dat ook op die bedrijven raids naar illegalen zouden worden uitgevoerd”, zegt Karel Rutten.

“De Amerikaanse melkveebedrijven maken zich weinig zorgen over de huidige lage melkprijzen. De vraag naar vleesvee is er zo groot dat alleen al de verkoop van de kalveren voor een deel van de bedrijfswinst zorgt”, stelt Karel Rutten. “Afrika kent nog steeds een aanzienlijke bevolkingsaangroei, waardoor de vraag naar melk daar zal blijven stijgen. Heel wat Afrikaanse landen willen zelf meer melk produceren, maar ze hebben de kennis niet. Er is schaalvergroting nodig bij de bedrijven, maar vaak is de politieke situatie er niet stabiel genoeg om te gaan investeren.

China is massaal aanwezig in Afrika, om voor hen voedsel en voer te produceren. Zelf hebben ze daarvoor niet de geschikte gronden. China heeft veel grote bedrijven en de arbeid is er spotgoedkoop. Het land zet onder meer in op A2A2-melk voor wie lactose-intolerant is”, vertelt Rutten. De cijfers die de aanwezigen echt deden duizelen, waren die van een nieuw project in Algerije. Daar start in de woestijn een melkveebedrijf met 270.000 dieren, inclusief jongvee, met eigen ruwvoerproductie, mestverwerking en slachthuis. Baladna, het initiatiefnemende bedrijf, wil dit model bovendien uitrollen in Egypte, Ethiopië en in de Filipijnen.

Geen stikstofprobleem in Wallonië

Vlamingen Veerle Delbecque en Steven Devos namen in 1999 een melkveebedrijf met 60 koeien en 60 ha over in Framont, in de provincie Luxemburg. Vandaag produceren ze biomelk met 300 koeien (4 robots) op 240 ha. Ze hebben een eigen kruising van rassen en zetten in op de langleefbaarheid van de koeien. “De grond is hier betaalbaar en vergunningen verlopen zonder de dreiging van stikstof, maar wij hebben hier dan weer andere uitdagingen. De winters zijn strenger, zodat de dieren 1 maand per jaar minder buiten kunnen. En everzwijnen zijn een echte plaag voor akkers en weiden”, getuigde Veerle op de studiedag in Roeselare.

Filip Van der Linden

Lees ook in Actueel

Meer artikelen bekijken