Startpagina Akkerbouw

Expert octrooirecht: "Octrooien beschermen de rechten van zowel grote als kleine zaadhuizen"

Europese instellingen raakten het eens dat er geen verbod komt op patenten voor planten op basis van Nieuwe Genomische Technieken (NGT’s). Het was geen beslissing zonder controverse, al bieden patenten ook kansen volgens expert octrooirecht Stijn Lagaert.

Leestijd : 8 min

De Europese instellingen raakten in december na lange onderhandelingen eens om Nieuwe Genomische Technieken (NGT’s) toe te laten in de agrovoedingssector. In het compromis staat dat de ontwikkelaars de NGT-plantvariëteiten mogen beschermen met een patent of octrooi, ondanks de tegenstand van het Europees Parlement, van lidstaten zoals België, van milieuverenigingen en van de agro-ecologische beweging.

De lidstaten gaven het compromis in december al hun zegen en vorige week nam het de eerste horde in het Europees Parlement. Stijn Lagaert, expert in octrooirecht bij Gevers, overloopt voor ons de gevolgen van patenten voor NGT’s, nu de kans waarschijnlijk lijkt dat NGT-planten de Europese markt zullen veroveren.

Stijn Lagaert is gespecialiseerd in octrooirecht in onder andere de biotechsector.
Stijn Lagaert is gespecialiseerd in octrooirecht in onder andere de biotechsector. - Foto: Gevers

Doelgerichte uitvindingen

De vraag of planten octrooibaar zijn kent een lange geschiedenis in Europa. “Al bij het ontstaan van het Europees octrooiverdrag in 1973 is besloten dat plantvariëteiten en de biologische processen voor de productie ervan niet patenteerbaar zijn. Het kruisen en telen van plantvariëteiten valt onder het kwekersrecht.”

Die beslissing kwam doorheen de jaren een aantal keer onder vuur. “De hoogste beroepsinstantie van het Europees Octrooibureau besloot op een bepaald moment dat kruisen als methode dan misschien niet patenteerbaar is, maar de planten die het resultaat ervan zijn dan weer wel. Daarop kwam veel kritiek, waardoor de Europese Commissie in 2016 verduidelijkte dat de wet fout geïnterpreteerd was, en werd er een wetswijziging doorgevoerd. Ruw gezegd, alles rond het natuurlijk kruisen van plantvariëteiten is niet patenteerbaar”, stelt Lagaert.

Wat kan je vandaag dan wel patenteren?

Genetisch gemodificeerde planten, en dus ook NGT-planten, kan je beschermen met een patent bij het Europees Octrooibureau. Je mag die echter vandaag nog niet op de Europese markt brengen. Biotechbedrijven richten zich dan ook vooral op de Amerikaanse en Zuid-Amerikaanse markt.

Nu is er sprake om planten genetisch gewijzigd met NGT’s wel toe te laten in de Europese Unie. NGT-planten worden in de nieuwe wetgeving onderverdeeld in 2 categorieën. Planten in de eerste categorie vallen niet te onderscheiden van het resultaat van natuurlijke kruising of random mutagenese door UV-bestraling. Voor een tweede categorie planten, met veel complexere wijzigingen, blijven strengere eisen van toepassing.

Is er geen spanningsveld als natuurlijke planten en NGT1-planten niet te onderscheiden zijn van elkaar, terwijl enkel die laatste wel patenteerbaar is?

Enkel uitvindingen zijn patenteerbaar volgens octrooirecht. Een nieuwe gewijzigde plant telt pas als uitvinding als het aangepast wordt om een technisch voordeel te bekomen. Dat vraagt meer technische complexiteit dan planten met UV bestralen en dan zien of je zo interessante genetische wijzigingen krijgt. Bij NGT’s wordt er gesleuteld aan specifieke genen. Daarbovenop moeten planten, en eender welke uitvinding om patenteerbaar te zijn, nieuw en inventief zijn. Vanzelfsprekende modificaties gaan geen patent krijgen.

Gezien de beperkte wijzigingen in NGT1-planten, zijn die wijzigingen bovendien zeer eenvoudig over te zetten in een andere variëteit van dezelfde soort. Een kwekersrecht biedt hiertegen geen bescherming, waardoor de uitvinding zonder patent niet effectief beschermd kan worden.

Kleine zaadveredelaars

Wat zijn de gevolgen nu zaadbedrijven NGT-planten zullen kunnen patenteren?

Zaadveredelaars zullen het nu misschien moeilijker hebben, zeker als zij kenmerken willen gebruiken in hun eigen zaden die al gepatenteerd zijn. Daarvoor moeten zij een licentie aangaan. Er is ook de bezorgdheid dat kleinere zaadhuizen moeite zullen hebben om na te gaan of hun nieuwe zaden eventueel al gepatenteerd zijn door anderen. Mogelijk zal er ook een consolidatie plaatsvinden naar grotere biotechnologiebedrijven. Zij hebben op termijn mogelijk een aantal belangrijke kernpatenten in bezit, en meer middelen om nieuwe NGT-planten te ontwikkelen en om de octrooien die ze hebben effectiever in te zetten.

Anderzijds zijn er een aantal opportuniteiten voor zaadveredelaars, ook de kleintjes. NGT’s zijn toegankelijker geworden. Het is niet meer compleet onbetaalbaar om er zaden mee te ontwikkelen. Octrooien geven een sterke bescherming aan zaadveredelaars. Met een octrooi op zak kan een instelling ook meer funding krijgen en een hogere prijs vragen voor hun zaden. Naar mijn mening worden de rechten van zowel grote als kleine zaadhuizen beter beschermd met een octrooi dan met kwekersrecht.

Maar enkel als er bepaalde beschermingen ingebouwd worden, zodat ook kleinere zaadhuizen competitief blijven, ondanks NGT’s?

In het voorstel dat nu op tafel ligt, proberen Europese beleidsmakers tegemoet te komen aan een aantal bezorgdheden rond octrooien. Zo moeten bedrijven bij de registratie van NGT1-planten informatie geven over alle octrooien van toepassing. Die informatie zal te vinden zijn in een publieke databank, waardoor de ontwikkelaars van nieuwe variëteiten snel de link kunnen leggen met bestaande octrooien.

Volgens het voorstel komt er een vrijwillige gedragscode die het verlenen van licenties onder billijke voorwaarden moet garanderen. Hoe effectief is zo’n gedragscode op vrijwillige basis?

De voorwaarden voor licenties worden volgens de vrijwillige gedragscode omschreven als ‘fair and reasonable’. Met een gelijkaardig concept hebben we al veel ervaring in de informaticasector, een heel andere sector. Het basisidee daar is dat het onmogelijk is om een standaard zoals 5G breed uit te rollen als een van de rechthebbenden enorm veel geld wil voor het gebruik van zijn stukje van de technologie. Zij mogen niet zomaar eender wat vragen ervoor en onderhandelingen moeten eerlijk verlopen. Zo mag een octrooihouder bij een inbreuk niet direct naar de rechtbank stappen, maar moet die de andere partij eerst een redelijk licentievoorstel doen. Hierdoor belandt een kleine kmo niet pardoes in een rechtszaak die het eigenlijk niet kan betalen. Wanneer zaden toch een beschermde eigenschap bevatten, zal er vermoedelijk dus eerst geprobeerd moeten worden om er een redelijke vergoeding voor te onderhandelen.

Er komt ook een platform waarop bedrijven beschermde NGT-planten beschikbaar kunnen stellen voor licentiëring. In principe laten octrooien toe om een monopolie te houden, maar via zo’n databank kunnen bedrijven aangeven dat ze ervoor openstaan dat anderen hun beschermde eigenschappen mogen gebruiken, zolang zij maar vergoed worden.

NGT’s zijn betaalbaarder dan vroeger, maar zijn deze technieken zelf niet beschermd?

Inderdaad. Er bestaan bijvoorbeeld patenten voor Crispr-Cas (n.v.d.r. een NGT waarmee heel nauwkeurig aanpassingen aan het genoom gemaakt kunnen worden) en specifieke toepassingen van Crispr-Cas. Met deze patenten moeten kleinere zaadhuizen rekening houden. Vermoedelijk gaan zij meer steunen op externe bedrijven, die de nodige rechten hebben om de technieken te mogen gebruiken, om tegen een vergoeding de genetische modificaties aan de plant te doen.

Besmette velden

Boeren hebben hun eigen bezorgdheden over het wetsvoorstel. “Boeren zijn bezorgd dat er minder niet-genetisch gemodificeerd zaad, patentvrij zaad dus, zal overblijven. Momenteel mag een boer volgens het kwekersrecht vaak het zaad van zijn gewassen het jaar daarna opnieuw gebruiken. Een octrooi verbiedt echter het gebruik van beschermde zaden zonder toestemming van de octrooihouder. Een boer zal dus telkens toestemming moeten hebben van de octrooihouder om zijn gewassen te mogen zaaien”, legt Lagaert uit.

“Door de hogere ontwikkelingskosten zullen NGT-zaden waarschijnlijk meer kosten dan standaard zaaigoed. Boeren zullen dus de afweging moeten maken of de genetische voordelen van NGT-planten opwegen tegen de meerkost.”

Boerenorganisaties zoals Boerenbond en koepelorganisatie Copa-Cogeca bejubelen de versoepelde toelating van NGT’s op de Europese markt. NGT-planten zullen volgens hen veel doelgerichter het hoofd kunnen bieden aan klimaatuitdagingen, ziektes en plagen. Anderzijds noemen agro-ecologische boeren de toelating van patenten voor NGT’s ‘duidelijk nadelig voor alle actoren in de keten, behalve de grote zaadbedrijven’.

De Waalse organisatie Fugea vreest zelfs dat boeren vervolging riskeren bij een onopzettelijke inbreuk van een patent, bijvoorbeeld als beschermde planten door natuurlijke bestuiving op hun land groeien. Is die vrees terecht?

In de eerste plaats is het vaak niet in het voordeel van de octrooihouder om achter deze inbreuken te gaan, als het maar om een fractie gaat die natuurlijk is ingewaaid. Uiteindelijk moeten zij een rechter overtuigen dat er een inbreuk is, de bewijslast ligt bij de octrooihouder.

De toekomstige gedragscode vraagt octrooihouders ook om minnelijke schikkingen te treffen met boeren wanneer een kleine hoeveelheid beschermd biologisch materiaal op hun velden gevonden wordt. Zo belanden boeren niet in eindeloze rechtszaken.

Kleine boeren zullen zich eerder zorgen maken over de mogelijkheid dat hun eigen plantvariëteiten per ongeluk kruisen met NGT-planten en dat de afstammelingen daarvan de beschermde kenmerken bevatten. Die vallen onder het oorspronkelijk octrooi.

Dat is een groot verschil met de manier waarop kwekersrecht nu werkt. Dat laat een boer of zaadveredelaar toe om kruisingen te maken met beschermde planten zonder toestemming van de oorspronkelijke rechtenhouders. Octrooien beschermen specifieke eigenschappen van zaaigoed. Gebruikt iemand jouw zaad om nieuwe plantvariëteiten te maken die nog steeds die eigenschappen bezitten, dan valt het nieuwe zaad nog altijd onder jouw octrooi.

Beperken octrooien dan niet de mogelijkheden van bedrijven om nieuwe plantvariëteiten te ontwikkelen?

Een octrooi voorziet een tijdelijk monopolie van 20 jaar waarin andere bedrijven de toestemming nodig hebben van de octrooihouder om met de beschermde eigenschappen aan de slag te gaan.

Volgens voorstanders moet de toelating van patenten voor NGT-planten innovatie aanzwengelen, maar door dat monopolie beperk je toch juist de ruimte voor andere bedrijven dan de octrooihouder om verder te innoveren?

Het octrooisysteem moet innovatie stimuleren, en als je het in zijn geheel bekijkt, doet het dat ook, en wel op 2 manieren.

Ten eerste moeten bedrijven bij een octrooiaanvraag alle informatie over hun innovatie, zoals de genetische sequenties, de achterliggende technieken…, publiekelijk maken. Eenmaal het octrooirecht vervalt, weten andere bedrijven exact hoe ze die NGT-plant moeten produceren.

Anderzijds beschermen octrooien de innovator, die middelen heeft geïnvesteerd om iets nieuws te ontwikkelen en die daarom een zekere tijd mag genieten van de voordelen ervan.

Ik denk dus niet dat patenten innovatie limiteren. Niemand verplicht je ook om een eigenschap die beschermd is toch te gebruiken in zaad. Als die eigenschap als bijna noodzakelijk aangezien wordt, is dat juist een teken dat het voordeel ervan zo groot is, dat het bedrijf dat de eigenschap ooit ontwikkelde een bepaalde compensatie verdient.

Hoe breed moeten wij denken bij het concept ‘eigenschap’? Gaat het bijvoorbeeld om droogteresistentie in een bepaalde aardappelplant?

Octrooien beschermen enkel technische eigenschappen. Het is in de praktijk vaak onmogelijk om functionele claims zoals droogteresistentie te krijgen. Eerder zullen octrooien de aangepaste genetische sequentie beschermen die ervoor zorgen dat de aardappelplant goed tegen droogte kan.

Belgische biotechbedrijven

In het voorstel staat dat er na een jaar een studie komt die de impact van patenten op zaaigoed onder de loep zal nemen. Op basis van de resultaten kan het systeem bijgestuurd worden. “Dankzij stevig lobbywerk waren NGT-planten volgens het oorspronkelijke wetsvoorstel eerst niet octrooieerbaar. Nu zijn patenten voor NGT-planten dankzij lobbywerk door de andere kant terug toegelaten. De EU houdt wel de stok achter de deur om na een jaar patenten te evalueren en eventueel bij te sturen.”

Wie heeft er gepleit om patenten voor NGT’s toe te laten?

België is altijd een pionier geweest in het genetisch modificeren van planten. Een aantal van de vroegste bedrijven die hier opgericht zijn, zijn heel succesvol geworden. Maar omdat Europa ggo’s (genetisch gemodificeerde organismen) heel lang geblokkeerd heeft, hebben we veel verloren van de Belgische plantbiotechsector. De versoepeling van NGT’s zal voor die bedrijven een enorme boost zijn.

Daarom reageerde de Belgische biotechsector met verbazing op het verzet van België tegen de patenteerbaarheid van NGT-planten.

Wie haalt het meeste voordeel uit de toelating van patenten voor NGT-planten?

In de eerste plaats de veredelaars, aangezien octrooihouders beter beschermd zijn. Tegelijkertijd zullen ook consumenten er voordeel uit halen. Veredelaars die beter beschermd zijn, investeren meer in plantvariëteiten met betere eigenschappen. Boeren zullen daarom ook een groter keuzeaanbod hebben aan verbeterde zaden.

Thor Deyaert

Lees ook in Akkerbouw

Meer artikelen bekijken