Startpagina Akkerbouw

Aandachtspunten bij een (vervroegd) bemestingsseizoen

Minister Brouns besliste omwille van de weersomstandigheden de uitrijregeling op grasland te vervroegen naar 9 februari. Voor alle andere gewassen start het bemestingsseizoen op de eerder gecommuniceerde datum: 16 februari.

Leestijd : 3 min

Stalmest toedienen kon al vanaf 16 januari. Voor maïs en aardappelen zonder voorteelt blijft de startdatum 16 maart.

Bemesten op grasland (zowel voorteelt als hoofdteelt) kan vanaf 9 februari met meststoffen van type 2, waaronder drijfmest en digestaat. Voor alle type 3 meststoffen is bemesting pas mogelijk vanaf 16 februari. Het is daarbij belangrijk om rekening te houden met de draagkracht van het perceel. Is het te nat, wacht dan met bemesten. Het risico op schade en bodemverdichting is namelijk te groot, met zompige percelen en slechte grasgroei tot gevolg. Beperk daarnaast de dosis. Het gras is namelijk nog maar net gestart met groeien.

Zes principes van slim bemesten

De basisregel blijft: bemest enkel wanneer de bodem en het gewas het toelaten. Houd rekening met de draagkracht van de bodem. Is het perceel nog te nat, wacht dan nog met bemesten. Daarnaast zijn er nog enkele aandachtspunten:

1. Kies de meststof die het best past bij het gewas. Laat een mestanalyse uitvoeren.

2. Stem de hoeveelheid af op de behoefte van het gewas met behulp van een bodemanalyse en bemestingsadvies.

3. Bemest op het moment dat het gewas de nutriënten effectief kan opnemen.

4. Kies een geschikte uitrijtechniek, zoals injectie of precisiebemesting, om verliezen te beperken.

5. Breng meststoffen nauwkeurig aan op de teelt zelf en vermijd overlap.

6. Pas een doordachte teeltrotatie toe om de bodem gezond te houden en ziekten te beperken.

De VLM maakte hierover een interessante video.

Wat is er nieuw sinds MAP 7?

• Voor maïs en late aardappelen zonder voorteelt start de uitrijperiode pas op 16 maart.

• De AGR-GPS-app is verplicht bij burenregelingen voor vloeibare mest en bij transport van vaste mest naar mestverwerking.

• Tussen 1 juli en 31 december is AGR-GPS ook verplicht voor eigen mest op eigen grond.

• In gebiedstypes 2 en 3 moet vloeibare mest in diezelfde periode via een erkend mestvoerder worden vervoerd, behalve voor grasland en blijvende teelten.

• De maximale stikstofnorm werd verlaagd in de gebiedstypes 1, 2 en 3. De reductie kan (gedeeltelijk) gecompenseerd worden via duurzame terugverdienpraktijken.

• Gebruik van kantstrooitechnieken bij het strooien van vaste kunstmest en driftreductie bij vloeibare kunstmest wordt verplicht in de loop van 2026.

Daarnaast blijft emissiearm aanwenden van mest verplicht. Dat kan via verschillende toestellen (injectie, zodenbemester, sleufkouter, …), maar ook door onmiddellijk onderwerken. Bij onmiddellijk onderwerken gebeurt het spreiden en inwerken van de meststoffen ofwel in één werkgang, ofwel met 2 vervoerscombinaties.

Praktijkvoorbeeld: beredeneerd bemesten, teeltrotatie en vanggewassen zorgen voor lage nitraatresidu’s

Landbouwer Jan Lamberts uit Londerzeel toont aan dat doordachte bemesting werkt. Door teeltrotatie, vanggewassen en het volgen van bemestingsadviezen behaalt hij goede opbrengsten met beperkte mestgiften en gunstige nitraatresidu’s. Zijn verhaal ontdek je via deze link.

Gratis ondersteuning via B3W

Begeleidingsdienst B3W biedt landbouwers ondersteuning via tips, infofiches, tools en workshops rond beredeneerd bemesten en bodemzorg. Op de website (www.b3w.vlaanderen.be) zijn onder meer een meststofkiezer en boekjes rond basisbemesting voor aardappelen en groenten te vinden.

VLM

Lees ook in Akkerbouw

Meer artikelen bekijken