Veehouders ongerust over uitblijven van oormerken
De levering van primo-oormerken en hermerkingsoormerken voor runderen en van primo-oormerken voor schapen en geiten loopt sinds december 2025 vertraging op door productieproblemen bij de leverancier. Veehouders zijn dan ook ongerust hoe zij hun dieren correct kunnen registreren en verhandelen.

Oormerken zijn Europees verplicht voor runderen, schapen, geiten, varkens en hertachtigen om de voedselveiligheid en tracering bij ziektes te garanderen.
In België moet elk kalf binnen de 7 dagen na de geboorte worden gemerkt (= eerste identificatie). Als een dier een oormerk verliest, moet het een nieuw oormerk krijgen. Schapen en geiten moeten ten laatste op de leeftijd van 6 maanden oormerken krijgen en in ieder geval voor ze het geboortebeslag verlaten, ook wanneer ze op dat moment jonger zijn dan 6 maanden.
Er zijn verschillende types oormerken op de markt. Al deze oormerken kun je bestellen bij Dierengezondheidszorg Vlaanderen (DGZ). Gebruikelijk geldt hiervoor een leveringstermijn van 4 weken.
Leveringsprobleem
Sinds december 2025 zijn er echter leveringsproblemen van oormerken bij de grootste leverancier. DGZ signaleerde dit onder meer aan het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV), de bevoegde overheid over deze materie. Deze fabrikant van primo- en hermerkingsoormerken ondervindt blijkbaar technische moeilijkheden in het productieproces, waardoor bestellingen later worden geleverd dan normaal. Veehouders die dieren willen verkopen en die zonder oormerken komen te zitten, konden tijdelijk een beroep doen op oormerken uit de DGZ-noodvoorraad. Intussen zijn deze oormerken ook niet meer voorradig.
DGZ staat in voortdurend overleg met de betrokken leverancier, om zo snel mogelijk duidelijkheid te krijgen over de verdere planning en om de leveringen opnieuw te versnellen tot de standaardleveringstermijn van 4 weken. Ze blijven samen met de fabrikant werken aan een oplossing, zodat de leveringen zo snel mogelijk opnieuw normaal kunnen verlopen.
Veehouders zijn ongerust
Aangezien de leveringsproblemen intussen blijven aanhouden, maken heel wat veehouders zich ongerust. Niet alleen kunnen ze hun dieren niet correct registreren, zonder oormerk is er ook geen handel of slacht mogelijk. Dit betekent dat er ook bij de huisvesting van de kalfjes problemen kunnen ontstaan.

Daarnaast bestaan er ook vragen omtrent de zogenaamde zoogkoeienpremie, aangezien ook dieren geboren in 2025 nog steeds geen oormerk dragen door deze vertraging. De bijhorende registratie in het kader van deze steun kan met andere woorden ook niet gebeuren.
Zoogkoeienpremie 2025
Het Agentschap Landbouw en Zeevisserij is zich bewust van deze moeilijke situatie. De volgende uitbetaling van de steun voor duurzame zoogkoeienhouderij is gepland voor april 2026. Die uitbetaling heeft betrekking op de campagne 2025, en dus ook op de dieren die in dat jaar geboren werden. Het agentschap zal voor de landbouwers die eind vorig jaar op tijd oormerken bestelden, maar die in de problemen zijn gekomen door de veel langere wachttijden, een uitzondering voorzien. Het Agentschap Landbouw en Zeevisserij is hiervoor in overleg met DGZ om te kijken op welke manier dit kan.
De uitbetaling van de steun voor duurzame zoogkoeienhouderij voor de campagne 2026, gebeurt pas in april 2027.
Geen handel mogelijk
Landbouworganisaties hebben het FAVV gevraagd om met deze situatie rekening te houden bij controles op rundveebedrijven. Het FAVV laat weten dat ook zij over deze zaak in overleg is met de verenigingen, de fabrikant en met de gewesten en dat ze de situatie mee opvolgt. Dieren zonder correct oormerk mogen uiteraard niet verhandeld worden. Een dier zonder oormerk mag dus enerzijds het beslag niet verlaten en anderzijds mag een koper geen dieren zonder oormerk aankopen. Tijdens de controles op de landbouwbedrijven zal het FAVV met deze situatie rekening houden.
Alle betrokken partijen hopen weliswaar dat deze situatie zo snel mogelijk genormaliseerd wordt.





