Startpagina Auto

Jeep probeert zich te onderscheiden met de nieuwe Compass

Jeep zet zijn aloude ‘terreinaura’ in om zich te onderscheiden in het nog immer groeiende SUV-aanbod. Jeeps middelgrote SUV zit helemaal in het nieuw. Je kan de Compass zowel krijgen met een benzine- als een elektromotor, of allebei.

Leestijd : 4 min

De Compass komt niet uit het Verre Westen, maar uit het Zuiden. Zijn paspoort is dan wel Amerikaans, maar zijn geboortehuis (althans voor de Europese markt) staat in Melfi, in de Zuid-Italiaanse regio Basilicata, waar ook de Renegade en de DS No8 van de band rollen.

Die herkomst is logisch, want meer dan ooit is Jeep een half Europees merk, met modellen die deels in Turijn ontwikkeld worden en die in Fiat-fabrieken in Italië en Polen in elkaar worden geschroefd (de Wrangler en Grand Cherokee uitgezonderd). Zo hebben er al verschillende DNA-sporen in de achtereenvolgende Compass-generaties gezeten.

Stoer en geblokt kostuum

Met generatie 3 is dat in elk geval beter gelukt. De ontwerpers hebben hem een stoer en geblokt kostuum aangemeten, met opvallend scherpe en complexe plooien in de flanken; let maar op de sierlijnen in de deuren en spatborden. Typisch voor hoger gebouwde EV’s zijn de extra vouwen onderaan de deuren, een knipoog naar de aanwezigheid van een accu en vooral ook een manier om de massieve flanken wat af te slanken.

Frans fundament

Onderaan treffen we het zogenaamde STLA Medium-platform van Stellantis, een relatief nieuwe basis die al dient voor de Peugeot 3008/5008, Opel Grandland en Citroën C5 Aircross. Het gaat om een doorontwikkeling van het EMP2-fundament, dat al meegaat van de Peugeot 308 van meer dan 10 jaar terug, maar dan omgebouwd om zowel een verbrandingsmotor, een elektromotor, of allebei te huisvesten.

Dat zijn dan ook de varianten die in de cataloog staan: een 1.2-benzine, een oplaadbare hybride en meerdere volledig elektrische versies.

Die benzineversie is eigenlijk een milde hybride, een combinatie van de bekende 1,2 l-driecilinder (de beruchte Puretech-motor, maar hier wel voorzien van een distributieketting, en niet van de problematische riem) van 136 pk en een 48 Volt-motor van 21 kW, samen goed voor een systeemvermogen van 145 pk.

De standaard gerobotiseerde bak pikt ruw op, maar kwijt zich verder soepel van zijn taak. Het verbruik is in elk geval gunstig, met een reëel gemiddelde dat tussen de 6 en 7 l/100 km schommelt, afhankelijk van de rijstijl.

Drie elektrische varianten

Sowieso is de elektrische versie de prettigere van het lot. Die koppelt een accu van 73 kWh aan een elektromotor van 157 kW (omgerekend 213 pk), en is verfijnder en beter in balans, met een batterij die de gewichtsverdeling een dienst bewijst. Hij zet meer dan 500 kg extra op de bascule, maar schiet wel rapper uit zijn sloffen. Van 0 naar 100 km/uur doet hij in 8,5 seconden.

We kwamen aan een reëel verbruik van zo’n 17 kWh/100 km, wat gezien het gewicht, het grote frontale oppervlak en de geblokte neus niet onaardig is. Daarmee kan je rekenen op een werkelijk rijbereik van ongeveer 430 km.

Voor langere reizen beschik je over een snellaadvermogen van 160 kW. Aan wisselstroom doe je het met een interne lader van 11 kW, maar een exemplaar van 22 kW is verkrijgbaar tegen een meerprijs (650 euro). Al met al is dat een polyvalent en bruikbaar aanbod.

Te meer omdat er nog 2 andere EV-versies in de prijslijst staan, al komen die pas in het voorjaar van 2026 op de markt (en konden we die nog niet uitproberen). Die krijgen een accu met een capaciteit van maar liefst 97 kWh, goed voor een theoretisch rijbereik van meer dan 600 km.

De motor vooraan is steeds dezelfde, maar de topversie heeft ook een motor van 132 kW op de achteras. Die heeft in totaal dus maar liefst 375 pk. Dat is wat overdadig voor een familiale crossover als deze, maar het is wel je enige optie als je vierwielaandrijving wil.

Extra bodemvrijheid

Elke andere Compass heeft enkel voorwielaandrijving. Je verwacht het niet van een terreinmerk, maar de logica erachter houdt wel steek: het gros van de Jeep-rijders kiest zijn auto niet zozeer voor wat hij kan op onverharde wegen, maar eerder voor zijn avontuurlijke uitstraling. Of er dan al dan niet cardanassen aan de achterwielen hangen, zal het verschil niet maken. We noteren wel dat de 4x4-variant dankzij zijn 1 cm extra bodemvrijheid iets betere op- en afrijhoeken heeft.

Op asfalt is de Compass beschaafd, zonder meer, met een adequate filtering van oneffenheden en geluiden. Stuurgevoel is evenwel ver zoek, en de inrichting is ook niet zo precies, terwijl de benzineversie ook nog eens behoorlijk onderstuurd is. Dat is niets dramatisch, maar het kan beter.

Peugeot-instrumentarium

Met de binnenhuisinrichting zit het wel goed, vooral op praktisch gebied. Zo is er behoorlijk wat opbergruimte, onder andere in het riante kastje tussen de voorstoelen, maar ook her en der op de boordplank. Het met rubber beklede legplankje voor de neus van de passagier, waarop je een telefoon kan leggen zonder dat die in bochten heen en weer schuift, is zeer goed bedacht.

De zithouding is bovendien goed en voldoende verstelbaar, en beenruimte is er achterin ook meer dan voldoende, voor een auto van 4,55 m lengte.

Goede standaarduitrusting

De 1.2 kan je krijgen voor 37.650 euro, terwijl de elektrische versie (met 73 kWh-batterij) voor 44.810 euro de deur uit gaat. Met een immer groeiend aanbod in deze SUV-categorie is het zoeken naar wat de Compass onderscheidt, des te meer omdat hij ook nog enkele Stellantis-neven heeft op hetzelfde fundament. Jeep zet daartoe zijn aloude terreinaura in, vertaald in een coherent en stoer getooid koetswerkontwerp, in combinatie met een handig ingericht interieur. De elektrische versie legt daar goede batterij- en laadspecificaties bovenop.

Maxime Hérion

(www.gocar.be)

Lees ook in Auto

Meer artikelen bekijken