Startpagina Schapen

Hoe hulp bieden tijdens en na de geboorte van de lammeren?

In het artikel van vorige maand bespraken wij de voorbereiding van het aflamseizoen. Rond half maart zitten we er normaal midden in. Het geboortemoment is het belangrijkste en meest kritieke moment van het schapenjaar. Bedrijven (of beter bedrijfsleiders) die goed bezig zijn, verliezen 8 tot 12% van de lammeren tijdens of kort na de geboorte. Als men echter niet bij de pinken is, kan dit verlies oplopen tot meer dan 20%. Omdat deze weken zo belangrijk zijn, zeker voor schapenhouders met beperkte ervaring, willen we hierop terugkomen.

Leestijd : 9 min

In dit artikel gaan we dieper in op het geboortemoment zelf en op de eerste levensweek van de lammeren.

Geboortetoezicht

Geregeld wordt vooropgesteld dat bepaalde rassen alleen lammeren en dat er geen geboortetoezicht nodig is. Wij willen ons daar uitdrukkelijk van distantiëren. Klassiek ligt de lamsterfte rond de geboorte tussen 10 en 25%. Een bedrijf dat zonder toezicht laat aflammeren, en waar maar 10% van de lammeren verloren gaat, mag stellen dat er geen toezicht nodig is, maar dit soort bedrijven zal schaars in aantal zijn. Toezicht bij de geboorten is een must! Dat impliceert ook dat men ‘s nachts af en toe – hetzij via een camera, hetzij in de stal zelf– toezicht zal moeten houden. Wie zijn uitvalpercentage kan beperken tot ongeveer 12% aan het einde van het aflamseizoen heeft goed geboerd.

Wanneer zal de ooi lammeren?

De gemiddelde drachtduur bedraagt 145 dagen, maar met een spreiding tussen dag 138 en dag 152. Wanneer, zoals aan te raden, de ooi in de week vóór het lammeren bijgeschoren wordt om de vulvaregio en de buik wolvrij te maken, zal men de ontwikkeling van de uier en het opzwellen van de schaamlippen goed kunnen volgen. Het geboortemoment juist inschatten kan alleen door geregeld de dieren grondig gade te slaan. De schaamlippen (vulva) gaan geleidelijk aan meer opzwellen en de uier groeit. Als men tweemaal per dag de dieren grondig observeert, dan kan men, mits enige ervaring, zeker voor oudere ooien het geboortemoment vrij goed inschatten en zeker voor ooien die een meerling dragen. Ooien die slechts 1 lam krijgen, veranderen vrij snel en kort voor de geboorte. Ook ooilammeren die in het eerste levensjaar werpen, kunnen soms vrij onverwacht aan de geboorte toe zijn. Hiervoor is dus nog meer aandacht nodig.

Gedragingen van de ooi

Een ooi die aan lammeren toe is, heeft normaal een gevulde uier en een rood opgezette vulva. Ze staat ook recht terwijl alle andere ooien rusten, urineert meer dan in normale situaties en krabt met de voorpoten op de grond. Ze legt zich ook frequent neer en staat weer op. Dat doet ze allemaal vooraleer het persen begint en vooraleer de vruchtblazen tevoorschijn komen.

Start van de geboorte

Bij een normale geboorte komt na het persen eerst de waterblaas en dan de vruchtblaas. Soms breekt het water echter intern, zodat er weinig te zien is. Als de ooi na 1 tot 2 uren onrustig zijn en persen geen vooruitgang boekt, is het aangewezen om even te voelen wat er aan de hand is. Meestal zal bijvoorbeeld bij stuitligging (= achterwaartse presentatie met teruggeslagen poten) van het eerste lam alles geblokkeerd zijn. Bij een meerlingendracht ligt het eerste lam soms dwars voor de geboorteweg. Heeft men zelf onvoldoende ervaring, dan roept men het best de dierenarts ter hulp.

Geboortehulp bij afwijkende geboorteposities: voorste voorstelling

Bij een normale geboortepositie komt het lam met de kop op de voorpoten in de geboorteweg. Een blokkade kan ontstaan als de voorpoten niet gestrekt zijn of als de kop erg zwaar is in verhouding tot de bekkenopening. Afwijkende liggingen zijn hier dat in het bekken de kop met 1 voorpoot, de kop zonder voorpoten of de voorpoten zonder kop verschijnen. Om dit te corrigeren, is ervaring nodig, zo niet roept men het best de dierenarts ter hulp. Bij geboortehulp is het ook cruciaal om steeds handen en armen tussentijds te ontsmetten om hygiënisch te werken.

Zit de kop met 2 niet gestrekte voorpootjes in het bekken, dan kan men proberen om de voorpootjes te strekken, zodat het uitdrijven van het lam normaal kan verlopen. Zijn er voorpootjes zonder kop, dan moet men eerst de kop in de juiste positie op de voorpootjes zien te brengen. Bij een zwaar lam met dikke voorpoten en zware kop kan, men mits enige training, een verloskoordje omheen de kop (achter de oren en onder de kin ) leggen, om zo met enige trekkracht de kop met de beide voorpoten samen in het bekken te krijgen. Liggen de kop en 1 voorpoot in het bekken en de andere voorpoot is teruggeslagen, dan moet de kop voorzichtig teruggeduwd worden richting baarmoeder, om eerst de tweede poot bij te halen. Met teruggeslagen poot of poten en een normaal ontwikkeld lam wordt de schoudergordel immers zo breed dat een normale geboorte onmogelijk wordt. Bij relatief kleine lammeren kan een lam met 1 of 2 teruggeslagen voorpoten soms wel uitgedreven worden. Bij het bijhalen van een pootje in baarmoeder en bekken moet men steeds het klauwtje in de handpalm nemen om de baarmoederwand niet te schenden (scheuren).

Bij geboortehulp bij een meerlingdracht moet men ook altijd verifiëren dat de voorpoten die men voelt toch wel van hetzelfde lam zijn, vooraleer men trekkracht op die pootjes begint uit te oefenen. Anders ontstaat uiteraard een complete blokkade.

Geboortehulp bij afwijkende geboorteposities: achterste voorstelling

Geregeld komt ook een achterste voorstelling voor. Dit betekent concreet dat het lam met de achterpoten in de bekkenopening komt. In deze positie mag de geboorte niet te lang aanslepen, want als de ademhaling op gang komt, krijgt het lam vruchtwater in de longen. Problemen bij een achterste voorstelling kunnen zijn: vooreerst een stuitligging waarbij de achterpoten niet in het bekken komen, maar teruggeslagen zijn en waarbij men enkel het staartje voelt. Meestal ontstaat dan een volledige blokkade. Men moet dit corrigeren door voorzichtig de achterpoten te strekken, ook hier weer met het afschermen van de hoefjes. Eenmaal de poten gestrekt zijn, helpt men door zachte trekkracht bij de uitdrijving en moet men hierbij voorzichtig het lam richting uier mee begeleiden. Verder kan bij zware lammeren in achterste voorstelling de borstkas blijven steken tegen de bekkenrand. Bij het uitoefenen van trekkracht kan dit gebroken ribben tot gevolg hebben. Het dus cruciaal om nooit te bruuskeren. Kortom een achterste voorstelling houdt heel wat meer risico’s in dan een voorste voorstelling. Hier is ervaring of deskundige hulp zeker gewenst.

Met of zonder dierenarts?

Geboorteproblemen zijn behoorlijk rasgebonden. Zelfs bij vruchtbare rassen met veel lammeren zien we echter geregeld afwijkende liggingen, die zonder hulp niet levend geboren worden. Schapenhouders met ervaring in geboortehulp kunnen veel geboorteproblemen zelf oplossen. Voor schapenhouders die weinig verloskundige ervaring hebben, is het, als een geboorte te lang aansleept, aangewezen om de dierenarts erbij te halen om hopelijk alles tot een goed einde te brengen. Tijdig ingrijpen is levensreddend! Men mag echter ook niet te vroeg tussenkomen: laat de ooi de tijd om door te persen voldoende ruimte te creëren in het geboortekanaal.

Hygiëne

Zowel voor ooi als lam is het belangrijk dat er tijdens het geboorteverloop hygiënisch gewerkt wordt.

Voor interventies bij/in de ooi is een propere emmer met (lauw) water met een niet-irriterend ontsmettingsmiddel erin een eerste vereiste. De omgeving van de vagina wordt ontsmet en handen en armen worden tijdens de interventie (herhaaldelijk) gereinigd en ontsmet om latere baarmoederontstekingen te voorkomen. Tijdens de geboortetussenkomsten gebruikt men een goed glijmiddel en geen zeep.

Het lam heeft betraande en ontstoken ogen door een naar binnen gekruld ooglid.
Het lam heeft betraande en ontstoken ogen door een naar binnen gekruld ooglid. - Foto: AC

De staluitrusting

Het verdient de voorkeur om de ooi niet vóór de geboorte afzonderlijk in een hokje te plaatsen. Laat het geboorteproces voor de ooi in de groep waar ze verblijft op gang komen. Dan is er minder stress die de geboorte kan/zal vertragen. Pas als de geboorte goed op gang is, kan men de ooi, ook om ze tijdens de geboorte te helpen, in een afzonderlijk hokje plaatsen.

Een aflamhokje heeft als optimale afmetingen 1,5 bij 2 m. Een ooi moet hier met haar lam(meren) blijven tot er een goede moeder-lambinding is. Voor eenlingen is dit minimaal 1 dag, voor meerlingen 2 tot 3 dagen. Nadien kunnen ze (eerst) in een kleine groep (5-10 ooien met lammeren) geplaatst worden.

Geboortezorg

Bij elke geboorte zijn de volgende aspecten belangrijk :

• De werpende ooi wordt in een klein aflamhokje met een dikke laag vers stro geplaatst en er wordt over gewaakt dat ook de dagen na de geboorte het ligbed droog en proper blijft.

• Steeds en ook na vlotte geboorten (in zoverre de nageboorte nog niet uitgedreven is) is het aangewezen om nog even te voelen of er nog lammeren in de baarmoeder aanwezig zijn.

• Steeds de 2 tepels doortrekken. Soms zit er een prop in de tepelopening of het tepelkanaal, zodat een lam er niet in slaagt om bij het zuigen effectief melk uit de uier te krijgen. Zo kunnen lammeren verhongeren, hoewel de uier vol voedzame biest zit.

• De navel van de lammeren ontsmetten met jodiumtinctuur om infecties te voorkomen.

• Bijkomend bij koud (vries)weer en zeker bij kleine lammeren een verwarmingslamp op 50 cm boven het strobed hangen en vasthechten, zodat er geen brand ontstaat. De pasgeboren lammeren eronder plaatsen.

• Het is ten zeerste wenselijk dat de lammeren binnen enkele uren na de geboorte reeds voldoende (100 cc) biest gezogen hebben bij de moeder. Kleine of zwakkere lammeren kan men hierbij helpen. Zo nodig kan men biest (uit de diepvries, zie vorig artikel) au bain-marie ontdooien en elk lam er 100 cc van geven. Maar opgepast: de lammeren niet verwennen, zodat ze liever aan de fles dan aan de tepel drinken. Normaal ontwikkelde lammeren hebben wel behoefte aan een 400 cc biest de eerste levensdag.

• Een ooi die geworpen heeft, drinkt meestal snel ettelijke liters water. In hokjes waar men met drinkemmers werkt, kan men het best de emmer wat hoger plaatsen, zodat de nog wankele lammeren hier niet in verdrinken.

De eerste levensdagen

Wanneer men in de dagen na het werpen de kraamstal binnenkomt en men hoort kleine lammeren blaten, dan is dit een signaal dat ze honger hebben. Ofwel is er te weinig melk en moet men enkele dagen met biest en/of kunstmelk ondersteunen tot de melkgift bij de moeder volledig op gang is, of soms hebben de lammeren het moeilijk om de (te dikke) tepels te grijpen en melkt men het best met de hand de meeste druk uit de uier weg. Het kan ook zijn dat de tepels moeilijk bereikbaar zijn door het lam, wat nogal eens gebeurt bij grote lammeren en een moeder met lage uier. Het kan ook zijn dat er maar aan 1 tepel gezogen wordt en dat de de tweede onaangeroerd blijft. In elk van deze gevallen wordt het best tussengekomen tot de toestand genormaliseerd is.

Een fenomeen dat erfelijk is, is een naar binnen gekruld ooglid bij de lammeren. Soms gaat het om 1 oog, soms om beide ogen. De ogen worden geïrriteerd door de naar binnen gekrulde wimpers en ontsteken. Men ziet het traanwater over de wangen van het lam lopen, en dit is een indicatie dat men moet ingrijpen. De lammeren kunnen door deze ontsteking hun ogen verliezen. Dit euvel kan hersteld worden door met de nagel van vinger of duim hard op het ooglid, zowel boven als onder, te duwen. Daardoor ontstaat er een zwelling, zodat de toestand zich normaliseert. Meestal moet men dit enkele dagen na elkaar herhalen. In erge gevallen kan de dierenarts ook een klemmetje op het ooglid plaatsen om de irritatie weg te nemen.

De eerste mest, het meconium, is zeer kleverig. Soms blijft een bol mest kleven tussen aars en staart en moet men manueel ingrijpen om een mogelijke blokkade van de mestuitscheiding te voorkomen.

Het kan gebeuren dat na enkele dagen het lam op 1 of meer poten kreupel loopt. Dit wijst meestal op een gewrichtsontsteking, veroorzaakt door bacteriën, die via de nog niet gesloten navel, of via de te weinig ontsmette navel binnengekomen zijn. Dierenartshulp inroepen is hier aangewezen.

Belang van ervaring met geboortehulp

De geboorteperiode is een intense periode op een schapenbedrijf. Het is echter ook de periode waar we moeten oogsten wat er gezaaid is. Ervaring om goed en gepast tussen te komen is belangrijk. Geregeld worden opleidingen gegeven in verband met geboortehulp. Het volgen van zo’n opleiding is geen overbodige luxe, niet voor de beginnende schapenhouder, maar evenmin voor iemand die reeds verloskundige ervaring heeft.

André Calus

Lees ook in Schapen

Texel-schapen wedijveren om de titel

Schapen Het bestuur van Texelaar Elite Schapen (TES) - België organiseerde op 14 september zijn tiende schapenfokdag in de Broederschool in Sint-Niklaas. Er werd geopteerd om een open keuring te houden voor witte Texel-schapen.
Meer artikelen bekijken