Hoe gaat het nog met de wolf in Vlaanderen?
Geregeld zien we wel een bericht in de pers of op tv over wolven ergens in Vlaanderen, of over beslissingen in het kader van de bescherming van de wolf in een van onze buurlanden. De veehouders in Limburg en ten noorden van Antwerpen zijn, gezien de voorgeschiedenis, het meest vertrouwd met de potentiële wolvendreiging. De wolf uit de Westhoek en de recente berichten uit de omgeving van Brakel, het zuiden van Oost-Vlaanderen, hebben ons echter geleerd dat geen enkel veebedrijf in Vlaanderen zich veilig mag achten.

Misschien moeten we aan het begin van dit artikel over de wolf even terugblikken op hoe de wolvenproblematiek in ons land ontstond.
Terugblik op vorige jaren
Nadat in 2016-2017 de eerste wolven waren gemeld in Nederland, is de wolvin Naya in 2018 in Limburg aangekomen. Toen die plots van de radar verdween, zijn er door de wolvenvrienden flinke beschuldigingen richting de jagers geuit. Bewijs daaromtrent is echter, naar ons weten, nooit echt geleverd. Toen kwamen August en Noëlla zich in de Limburgse regio vestigen, in de omgeving Houthalen-Helchteren-Leopoldsburg. Sinds 2020 hebben ze jaar na jaar een reeks welpen op de wereld gezet, tot August in 2023 verongelukte. Hij werd later (2024) vervangen door een ander mannetje, Maurice, zodat er in 2025 opnieuw 7 welpen bijkwamen. Maurice verdween echter terug halfweg 2025 en nu is enkele weken geleden ook Noëlla verongelukt. Ondertussen heeft sinds 2022-2023 een van de nakomelingen van Noëlla zich boven Antwerpen gevestigd. Daar zorgt deze wolf geregeld, vooral bij schapenhouders, voor schade.
Onze wolvenvrienden, en ook de ambtelijke wereld en de politiek, geven graag liefkozende ‘mensennamen’ aan de inkomende wolven. Wij zouden liever zien dat de wolvenidentificatie ‘neutraler’ gebeurt. Er is een Europees afgesproken identificatiesysteem beschikbaar, dat trouwens internationaal gebruikt wordt. Noëlla heet officieel GW1479f en de Antwerpse wolf Emma GW3449f.
Verkeer als scherprechter
In het dichtbevolkte Vlaanderen is het nu al duidelijk dat het verkeer zowat als scherprechter fungeert in de overlevingskansen van de wolven. Van de meer dan 30 welpen die Noëlla kreeg, leven er momenteel nog maar een beperkt aantal. De wolvenvrienden zouden graag op de gevaarlijke plaatsen het autoverkeer vertragen of bij dieren-doorgang zelfs stilleggen. De maatschappelijke vraag is echter hoever men als samenleving bereid is om te gaan (met budgettaire en economische gevolgen) om de wolf te beschermen.
Huidige situatie in Vlaanderen
De huidige situatie is dus dat er een gevestigde wolf is boven Antwerpen en dat de vorig jaar geboren welpen in Limburg daar nu wellicht nog aanwezig zijn, als jaarlingen. De jongste weken werd er in de regio Brakel echter een doortrekkende wolf gesignaleerd en werd er schade gemeld. Dus er kunnen ook nog enkele ‘zwervers’ in Vlaanderen rondtrekken.
Het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) houdt in Vlaanderen een overzicht bij van alle meldingen van potentiële wolvenwaarnemingen, maar ook van de schadegevallen. In 2025 werden 64 schadegevallen geregistreerd. Elf daarvan konden niet aan een wolf worden toegewezen, ofwel was het onduidelijk wie de schadeveroorzaker was. Per schadegeval was er meestal 1 slachtoffer, maar soms liep dit op tot 9. In de eerste jaarhelft van 2025 situeerde de schade zich in de regio boven Antwerpen en ging het vooral om schapen. Vanaf juli tot oktober lag het zwaartepunt in Limburg (vooral rond Oudsbergen) en zeker in augustus waren pony’s vaak het slachtoffer.
Tegen het jaareinde aan en ook begin 2026 verplaatste het zwaartepunt qua schade zich terug naar Antwerpen. Niet onbelangrijk voor bescherming van de veestapel en de richtlijnen hieromtrent is dat, in de Antwerpse regio, vastgesteld is dat de wolvin Emma geleerd heeft om over elektrische afsluitingen van 1,20 m hoog te springen. Daardoor gelden klassieke adviezen voor een wolfwerende afsluiting er niet meer. In samenwerking met ANB is dan bescherming tot 1,60 m hoog uitgewerkt en dat bleek te werken. Eens er echter naar 1,20 m werd teruggekeerd, was er opnieuw schade. Dat vernamen we van collega-schapenhouders ter plaatse.
Gezien de situering van de schadegevallen worden de 2 risicogebieden (Limburg en Antwerpen) en de schutkringen voor bescherming van runderen en paarden daar aangehouden. Particulieren en veehouders kunnen, hetzij via ANB, hetzij via het Agentschap Landbouw en Zeevisserij, financiële steun krijgen om hun afsluitingen wolfwerend te maken. Ook aan het W olf Fencing Team kan advies en ondersteuning worden gevraagd.

Situatie in EU en in de buurlanden
EU Het aantal wolven is in de EU omwille van de absolute bescherming behoorlijk toegenomen (tot meer dan 20.000). Dat geldt ook voor de schade die ze veroorzaken. Dit heeft de geesten van de politiek verantwoordelijken stilaan ‘verlicht’. Het Europees Parlement heeft in mei 2025 beslist om de beschermingsstatus van de wolf te verlagen van ‘strikt beschermd’ naar ‘beschermd’. Lidstaten krijgen zo meer ruimte om hun wolvenpopulaties te beheren, binnen de grenzen van de aangepaste status.
Duitsland In Duitsland mogen wolven in de toekomst makkelijker worden neergeschoten. De Duitse Bundesrat, het Duitse parlement, heeft onlangs het dier als jachtwild opgenomen in de federale jachtwet en wil zo het vee beter beschermen. Er zwerven naar schatting zo’n 1.600 wolven rond in Duitsland. Nu de wolf als jachtwild is opgenomen in de Duitse jachtwet, kunnen de deelstaten de jacht op het dier toelaten. Het jachtseizoen bij onze oosterburen loopt van 1 juli tot en met 31 oktober. Als een wolf in die periode een dier van een landbouwer doodt, mag deze wolf worden afgeschoten. Bovendien kunnen de deelstaten zelf gebieden aanwijzen waar de jacht op wolven noodzakelijk is, omdat ze een reëel gevaar vormen voor grazende dieren.
Frankrijk In Frankrijk was al in 2024 beslist dat er jaarlijks een tweehonderdtal wolven mochten worden afgeschoten. In Frankrijk resideren er meer dan 1.000 volwassen wolven en vallen er op jaarbasis meer dan 1.200 slachtoffers, vooral schapen. Ondertussen gaat Frankrijk een stap verder. De Franse regering heeft recent de regelgeving rond het afschieten van wolven versoepeld. Tot voor kort mochten boeren wolven alleen afschieten bij een aanval op vee in beschermde omheiningen, maar door de beleidswijziging mag dat nu ook wanneer ze vee aanvallen buiten die omheiningen.
Nederland In Nederland zijn we nog lang niet aan (structureel) afschot toe. Volgens het rapport van BIJ12 telde men in Nederland in mei 2025 67 wolven en 45 welpen. En er zouden 13 roedels gevestigd zijn. Tussen 1 februari en 23 mei 2025 werden 343 schadegevallen gemeld en daarvan zouden er 317 door wolven veroorzaakt zijn. In Nederland zien we ook dat het aantal slachtoffers per schadegeval flink kan oplopen (grote kuddes in open weilanden).
Zowel in Nederland als in Duitsland zijn er ondertussen meldingen van wolvenaanvallen op mensen. Zo sneuvelen stilaan alle dogma’s betreffende de wolf.
Het wolvenplatform in Vlaanderen: discussie rond ‘probleemwolf’
In Vlaanderen bestaat er een overlegorgaan in verband met de wolvenproblematiek, namelijk het wolvenplatform. Daarin zijn, naast een beperkte delegatie uit de landbouw-/veeteeltsector, heel wat administraties en natuur- en wolvenvrienden vertegenwoordigd. De jongste maanden loopt daar de discussie omtrent een protocol in verband met probleemwolven. De situaties die geëvalueerd worden zijn: de relatie wolf-mens, de relatie wolf-hond en de relatie wolf-vee. Telkens worden verschillende concrete situaties geëvalueerd: ofwel vormen ze geen probleem, ofwel is er sprake van een probleem dat moet worden aangepakt, ofwel hebben we te maken met een probleemwolf, die in bepaalde gevallen kan/mag worden gedood. De lopende discussie betreft vooral de voorwaarden om tot een ‘probleemwolf’ te komen en hoe hier verder mee omgegaan wordt. In Vlaanderen is dit alsnog een zeer gevoelige materie!
Er bestond al eerder een protocol, maar het ANB heeft via besprekingen in een werkgroep, nu vooral in de relatie wolf-vee, de verschillende mogelijkheden – dat vee aangevallen wordt in een schuilhok in de wei of in een stal op het bedrijf – onderzocht. Het heeft ook de daaraan gekoppelde te ondernemen acties verder proberen te verfijnen. Vanuit de landbouw gezien is dit een goede zaak. Het is wenselijk dat er klare afspraken zijn. Momenteel worden de verdere discussie en afwikkeling van dit nieuwe protocol door de ‘wolvenvrienden’ geblokkeerd, omdat ze eerst willen dat voor België/Vlaanderen de ‘gunstige staat van instandhouding’ van de wolvenpopulatie wordt vastgelegd. Wat daarmee bedoeld wordt, behandelen we in het volgende punt.
Bijkomende maatregelen om wolvenschade te beperken
Aanvullend heeft minister Brouns, om wolvenschade te beperken, recent beslist dat de modaliteiten om in agrarisch gebied zonder omgevingsvergunning een schuilhok op te richten, gewijzigd worden. Wij ontvingen hieromtrent vanwege het ANB op 12 maart het volgende bericht:
Meer concreet werd het betreffende artikel 5.1 in het
• Oorspronkelijke tekst: “3° schuilhokken voor weidedieren. De schuilhokken hebben houten wanden, een maximale hoogte van drie meter en minstens één volledig open zijde. De totale oppervlakte is beperkt tot veertig vierkante meter per aaneengesloten groep van percelen in één eigendom;”
• Nieuwe tekst: “3° schuilhokken voor weidedieren. De schuilhokken hebben een maximale hoogte van drie meter. De totale oppervlakte per aaneengesloten groep van percelen in één eigendom is beperkt tot 80 vierkante meter. Als gedurende een periode van vijf opeenvolgende jaren geen weidedieren worden gehouden op de weide, wordt het schuilhok, dat na 1 januari 2026 met toepassing van deze vrijstelling wordt geplaatst, verwijderd;”
Samengevat betekent dit dat op een weide in agrarisch gebied een schuilhok kan worden geplaatst dat volledig gesloten is, om eventueel ’s nachts de dieren tegen wolvengevaar te beschermen.
De gunstige staat van instandhouding
De wetenschappers in Europa die bezig zijn met de wolvenproblematiek, zijn momenteel in overleg om referentiewaarden voor de gunstige staat van instandhouding (GSVI) voor de diverse Europese wolvenpopulaties vast te leggen. Men stelt dat er een zevental verschillende populaties zijn. 500 roedels per populatie schijnt een goede referentiewaarde voor een gunstige staat van instandhouding te zijn. Een roedel telt al snel 4 tot 8 wolven. Onze Vlaamse wolven behoren tot de Centraal-Europese populatie. En dan worden de wenselijk geachte 500 roedels verdeeld over de betrokken EU-lidstaten.
De referentiewaarde voor de verschillende lidstaten (= hoeveel roedels er wenselijk zijn) dient proportioneel te zijn aan de ecologische draagkracht. Om deze draagkracht te bepalen, wordt een habitatmodel gebruikt. Deze waarden zijn reeds beschikbaar voor Duitsland en in opmaak voor Nederland. Vervolgens worden ze ook bepaald voor België, Nederland, Luxemburg, Denemarken en mogelijk Polen. De resultaten hiervan komen wellicht medio 2026 beschikbaar.
Vervolgens moeten deze referentiewaarden politiek worden verankerd. De maatschappelijke draagkracht wordt in het habitatmodel niet meegenomen, maar wellicht wel in dit politieke beslissingsproces.
Ondertussen is enerzijds al duidelijk dat bijvoorbeeld voor Nederland, waar nu al een honderdtal wolven in 13 à 14 roedels operationeel zijn, het gewenste aantal roedels nog een stuk hoger vooropgesteld wordt dan het huidige aantal. Anderzijds zijn er studies die stellen dat het voor kleine landen en regio’s (zoals België en Denemarken) weinig zinvol is om concrete gewenste referentiewaarden voorop te stellen en dat men beter waarden vooropstelt voor grotere regio’s die de de landsgrenzen overschrijden.
In Vlaanderen wachten we voorlopig af. De veeteeltsector is alvast geen voorstander van strikte Vlaamse referentiewaarden. Het is immers evident dat in een toekomstig beheersingsprogramma (= al of niet afschot) de referenties voor een gunstige staat van instandhouding een rol zullen spelen.





