Het wriemelt op ons bord én in de trog
Insecten kweken is hard werken, en opboksen tegen een markt die niet kan volgen en tegen belemmerende wetgeving. Alexander Maroy van insectenkwekerij Nusect kan ervan meespreken. “Het blijft pionierswerk.”

Insecten gedijen het best in een warme, vochtige ruimte, en we zullen het geweten hebben. De lens van mijn camera dampt meteen aan wanneer ik een foto neem van enkele buffalowormen. In 4 oude kippenstallen in Deerlijk staan tientallen rekken geschrankt waarop honderden kweekbakken staan die krioelen met meelwormen of sprinkhanen. Die staan klaar om te ontsnappen wanneer Alexander Maroy een bak uit het rek schuift om me de insecten te tonen.
Insecten zijn een van de meest diverse groep dieren op de planeet: er zijn meer dan een miljoen soorten beschreven. Alexander Maroy, bedrijfsleider van Nusect, kweekt er 3 van: meelwormen, sprinkhanen en buffalowormen. “Daarnaast blancheren en vriezen we nog enkele andere soorten insecten in, die we verkopen onder ons eigen merk dierenvoeding, Topinsect.”

Het verhaal van Nusect begon in 2016, toen Maroy 2 kleinere insectenbedrijven overnam en samenbracht op dezelfde locatie in Deerlijk. Van opleiding is Maroy dierenarts. “Ik was vooral actief in de varkens- en pluimveehouderij, maar ik was op zoek naar een nieuwe uitdaging.” Een andere insectenkweker kwam op zijn pad, die hem liet kennismaken met deze sector in volle ontwikkeling. “Insecten kweken is pionieren. Alle machines hier hebben we zelf nog in elkaar gestoken.”
Op ons bord
Volgens Inagro, een onderzoeksinstelling in West-Vlaanderen dat veel onderzoek doet naar insectenkweek, hebben insecten een interessante nutritionele samenstelling. Ze bevatten hoge gehaltes van essentiële aminozuren en interessante vetzuren zoals omega 3 en 6. “Door hun hoge eiwitgehaltes hebben ze potentieel als alternatieve eiwitbron”, aldus Inagro.
Insecten worden dan ook links en rechts naar voren geschoven als bron voor diervoeder en zelfs voor humane voeding. Insecten op ons bord is zelfs nog zo gek niet, zegt Inagro. “Insecten worden momenteel al gegeten door mensen. In een aantal culturen maken ze zelfs deel uit van het traditioneel dieet. Minstens 2 miljard mensen wereldwijd eten reeds meer dan 2000 soorten insecten.”

Insecten worden vaak gepromoot als duurzaam alternatief voor gewone landbouwhuisdieren. “Ze hebben over het algemeen een lagere voederconversie, een hoger slachtrendement, en afhankelijk van de soort ook een hoger proteïnegehalte”, aldus Inagro. “Er is ook minder land nodig om insecten te kweken, omdat ze gestapeld worden. Vocht halen ze uit hun voeding, dus er is ook minder water nodig.”
Zelfs in vergelijking met kippen, de klassieke winnaar in discussies over voederconversie, zetten insecten enorm efficiënt eiwit om. Afhankelijk van de soort en het voeder hebben insecten maar 0,9 tot 2,2 kg voeder nodig om een kg vlees te produceren, in vergelijking met 1,6 kg voeder voor pluimvee of 7 kg voor runderen.
Als insecten een duurzaam alternatief worden voor dierlijke eiwitten, moeten ze ook op een duurzame manier gekweekt worden. Dat doe je door het hele productieproces te bekijken, zoveel mogelijk grondstoffen te hergebruiken en door emissies te beperken.
Maroy kweekt zijn insecten als het kan op reststromen. De droge voeding voor meelwormen komt bijvoorbeeld van tarwerestproducten (kortmeel en tarwezemelen), en de wortels voor de natte voeding zijn afgekeurd voor menselijke consumptie. “We halen de wortels rechtstreeks op bij de landbouwers”, zegt Maroy. “We voeden onze insecten zoveel mogelijk met producten die normaal gezien niet op de markt komen.”

Voordat insecten hun volle potentieel als vleesvervanger kunnen volbrengen, gaan we in het Westen wel nog moeten wennen aan het eten ervan. Momenteel lusten we het nog niet, bij insecten denken we direct aan viezigheden. Insecten worden wel net iets meer gesmaakt als we het hele insect niet meer zien. “Insecten moeten verwerkt worden in producten”, raadt Inagro aan toekomstige insectenkwekers aan.
Dat beaamt Maroy. “Insecten zijn een deel van de oplossing voor het eiwittekort, maar dat betekent nog niet dat mensen een slaatje met meelwormen gaan eten. Verwerkt in bitterballen, zodat consumenten de insecten niet zien, dat houdt wel steek.” De insecten van Nusect bestemd voor de menselijke markt gaan in de eerste plaats naar bedrijven die loempia’s, bitterballen of hamburgers maken. “Zelf verwerken we onze insecten nog niet tot een eindproduct. We leveren enkel het basisproduct, het insectenmeel.”
In de trog
Insecten inzetten als diervoeder is een stuk minder controversieel. “Ze zijn al deel van het natuurlijke dieet van een aantal landbouwhuisdieren, zoals kippen”, merkt Inagro op. “Landbouwhuisdieren moeten gevoederd worden met eiwitten. Nu gebeurt dat grotendeels met soja. Dat is eigenlijk geen duurzame eiwitbron, omdat er veel ruimte voor nodig is. Denk maar aan het kappen van regenwouden.”
Insecten bieden dan ook heel wat mogelijkheden om soja en vismeel te vervangen in diervoeders voor landbouwhuisdieren en de aquacultuur. “Experimenten ermee tonen positieve resultaten bij vis, pluimvee en varkens wat betreft gezondheid en prestaties van de dieren, darmgezondheidsaspecten en productkwaliteit”, zegt Inagro.

Uiteindelijk blijven insecten als voederbron voor landbouwdieren een nichemarkt, concludeert de onderzoeksinstelling. De meeste insectenkwekers zijn kleinschalige bedrijven die voor huisdieren produceren.
Zelf levert Maroy insectenmeel al als grondstof voor diervoeder in de aquacultuur, maar het blijft maar een klein deel van zijn afzet. Zijn belangrijkste afzetmarkt blijft hele insecten als hapje voor reptielen en vogels. “We zijn nog veel te duur op dit moment voor de landbouwdieren. De kostprijs van ons product ligt nog te hoog om competitief te zijn met soja of vismeel.”
Automatiseren is de boodschap
Als insecten kweken een toekomst wil hebben, moet het natuurlijk ook economisch duurzaam zijn. De rentabiliteit is afhankelijk van verschillende factoren, zoals de insectensoort, de schaal van de onderneming, de kweekmethode…
Voor Maroy is automatiseren the name of the game om de kosten te drukken, zodat afnemers vis- en vleesmeel links laten liggen voor zijn insectenmeel. “We proberen zoveel mogelijk te automatiseren. Er loopt bijvoorbeeld een transportband door de kwekerij, zodat we de insecten niet met een kar moeten verplaatsen. Uiteindelijk komt er nog veel handenarbeid kijken bij het kweken van insecten.” Voorbeelden zijn kweekbakken reinigen met een waterspuit of de sprinkhanen verpakken in kleine dozen.

Verschillende werknemers van Maroy zijn tijdens ons bezoek aan de slag met het manueel voederen van de insecten met wortels. “Dat is een dagelijks klusje. De wortels dienen als voedings- en vochtbron.” In totaal zijn er 15 personen in dienst bij Nusect, bijvoorbeeld om de insecten te verzorgen of als chauffeur.
Pas als het productieproces verder geoptimaliseerd wordt, daalt de prijs voldoende om de bulkmarkt voor voeders open te breken, concludeert ook Inagro.
Wetgeving op de rem
Ook de strenge wetgeving zorgt nog vaak voor zand in de machine van de insectenkweek. Insecten vallen onder de Europese Novel Foods-wetgeving, net zoals alle levensmiddelen die voor 15 mei 1997 niet standaard gegeten werden in Europa. Telkens is er bij een nieuwe toepassing van een insect toelating nodig om het in de handel te mogen brengen, waarbij de indieners van een dossier de veiligheid van het product voor de consumenten moeten aantonen.
“Ondertussen is er dankzij deze wetgeving veel duidelijk geworden, bijvoorbeeld over de rol van insecten in onze voeding”, zegt Maroy. De relevante Novel Foods-dossiers voor zijn insecten zijn in orde.

Insecten mogen ook niet naar eigen goeddunken gevoederd worden aan landbouwdieren. Naar aanleiding van gekkekoeienziekte worden dierlijke eiwitten immers maar beperkt toegelaten in diervoeders. Insecten vallen daar ook onder.
Hele insecten mogen enkel nog levend aan varkens en pluimvee gegeven worden, behandeld door ze te drogen zijn ze verboden. Wel is het sinds 2021 toegelaten om insectenmeel van sommige soorten, zoals de meelworm, te voederen aan varkens en pluimvee. Dat was al sinds 2017 toegelaten in de aquacultuur. In de rundveehouderij is de wetgever nog het meest strikt: zelfs insectenmeel mag er nog steeds niet.
Je mag ook niet eender wat te eten geven aan de insecten. Insecten worden volgens de wet beschouwd als landbouwhuisdieren, waardoor mest, etensresten en keukenafval, voormalige voedingsmiddelen die vlees of vis bevatten… allemaal verboden zijn als voeder. Het komt er in se op neer dat insecten niet gevoederd mogen worden met de afvalstromen. “Insecten kweken op reststromen zoals voedselafval uit supermarkten, is niet mogelijk”, verduidelijkt Maroy.
Dat bemoeilijkt natuurlijk de circulariteit van de insectenkweek. Volgens Inagro pleit Ipiff, de sectororganisatie van de insectenkwekers, voor een verruiming van de toegelaten reststromen voor insectenvoeding binnen de Europese regelgeving.
Trage markt
Maroy weegt de toekomst van zijn bedrijf en de insectenkweeksector af. “Nusect is in België zeker de marktleider. We zijn een van de grootste sprinkhanenkwekers van Europa en er zijn ook niet veel bedrijven meer die buffalowormen kweken. Er zijn meer grote spelers in de meelwormen, ik geloof zelf ook dat deze soort het meeste toekomst heeft.”
De insectenkwekerij is een harde sector, geeft Maroy aan. “Met enkel humane voeding als afzet kan je vandaag nog geen rendabel bedrijf uitbouwen. We zetten niet voor niets in op reptielen en vogels. Veel insectenkwekerijen beginnen eraan, maar moeten stoppen omdat de markt te traag groeit. Ik dacht zelf ook dat het sneller ging gaan toen ik startte.”

De markt voor insecten in voeding en voeder zal traag maar zeker groeien, aldus Maroy. Daarbij moeten bedrijven oppassen dat ze zichzelf niet inhalen. “Kijk maar naar het Franse Ynsect, een grote meelwormenkwekerij die veel extern kapitaal heeft opgehaald, maar nu failliet is omdat de vraag voor hun producten ontbrak. Ook voor externe investeerders moet er op een bepaald moment geld in het laatje komen.”
Investeringen zijn daarentegen wel nodig om verder te automatiseren en om de productie op te schalen. “Het is het verhaal van het kip of het ei: we moeten investeren om de kostprijs te doen zakken, maar om te investeren moet er ook een markt zijn.” Die markt is pas geïnteresseerd in insecten als de prijs daalt.

De stagnatie van de insectenmarkt ziet Maroy ook terug in onderzoek. “We werken vaak samen met Inagro en Thomas More, die ook een onderzoekcluster naar insecten hebben. Van hen hoor ik dat het steeds moeilijker wordt om onderzoeksprojecten over insecten kweken te financieren.”
Toch blijft Maroy ervan overtuigd dat insecten een rol te spelen hebben als alternatieve eiwitbron. “Het is geen totaaloplossing, we gaan moeten samenwerken. Algen, kunstvlees, lokale sojateelt én insecten zullen een bijdrage leveren aan de eiwitshift. Onze oceanen blijven leegvissen of bossen kappen is niet langer houdbaar, maar alternatieven moeten betaalbaar zijn, en dat zijn insecten tot op vandaag niet”, besluit Maroy.
