Startpagina Actueel

Helft van Vlaamse imkers denkt aan stoppen

De helft van de Vlaamse imkers overweegt te stoppen met imkeren. Een enquête van het Vlaams Bijeninstituut Honeybee Valley bij 900 imkers bevestigt dat voor de recente winter 1 op 5 bijenvolkeren is verdwenen. Dat is 22% van het totaal.

Leestijd : 4 min

De predatiedruk van Aziatische hoornaars is schuld aan die tendens. Daar komt nog bij dat de cijfers dateren van voor de normale wintersterfte, die traditioneel plaatsvindt vanaf december. Vorig jaar bereikte de exoot een absoluut record, met ruim 25.000 gemelde nesten en 13.000 gerapporteerde bestrijdingen. Ten opzichte van 2024 gaat het over een verdriedubbeling van het aantal gemelde nesten en een verviervoudiging van het aantal bestrijdingen.

In de commissie Leefmilieu van het Vlaams parlement van 10 maart maakte leefmilieu- en landbouwminister Jo Brouns (cd&v) duidelijk dat de verliezen het hoogst liggen bij hobby-imkers met minder dan 6 kolonies (30%). De professionele imkers met meer dan 100 kolonies ramen hun gezamenlijk verlies op 34%.

Betaalbare technologie

In zijn reactie op tussenkomsten die commissieleden Sanne Van Looy (N-VA), Stijn de Roo (cd&v), Leo Pieters (VB) en Mien Van Olen (cd&v) in dat verband hielden, repliceerde de minister dat het niet evident is om uit de resultaten van de enquête zwart-witconclusies te trekken.

Brouns zei dat naar aanleiding van die enquête momenteel binnen de werkgroep Vorming van het Praktijkcentrum Bijen wordt gekeken om een extra module op te nemen in het lessenpakket voor starters. Daarmee kunnen beginnende imkers begeleid worden in de bescherming van hun bijenvolkeren.

Binnen het Strategisch Plan Bijenteelt 2023-2027, dat deel uitmaakt van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB), zijn daarnaast op 1 januari 2026 2 projecten gestart met de focus op de problematiek van de Aziatische hoornaar. Een eerste project zal volop inzetten op de implementatie van moderne en betaalbare technologie bij de opsporing van de nesten van Aziatische hoornaars. Een tweede project zal focussen op de verschillende systemen van kastbescherming op bijenstanden.

Selectieve bestrijding

Het eindrapport van het project ‘Selectieve bestrijding van de Aziatische hoornaar’ formuleert volgens Brouns een aantal aanbevelingen voor het toekomstige beleid. Ten eerste is het volgens de minister essentieel om te blijven investeren in sensibilisering en motivatie van imkers, burgers en overheden. Ten tweede adviseert het rapport om de in 2024 en 2025 opgeleide spotters te blijven ondersteunen. Spotters zijn een cruciale schakel in de vroegtijdige detectie van nesten. Ten derde blijft het zoeken en verdelgen van nesten cruciaal om tot effectieve beheersing te komen. Vlaanderen moet volgens de minister resoluut inzetten op innovatie door innovatieve technieken te ondersteunen en in te zetten. Zendertechnologie, beeldherkenning en dergelijke kunnen de bestrijding efficiënter maken en de opsporing vroeger laten plaatsvinden. Het resultaat dat daarmee wordt beoogd, is een snellere en vroegere detectie van primaire nesten.

Voorjaarsvangsten van koninginnen

Een tweede onderzoek dat nu loopt, is het burgeronderzoek naar de efficiëntie van voorjaarsvangsten van koninginnen. Op basis van de resultaten van dat burgeronderzoek zal het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) een advies opmaken met richtlijnen en aanbevelingen.

Naar analogie met andere vormen van bestrijding en overlastbeperking moet bij iedere methode ook rekening worden gehouden met de neveneffecten. In Europa vonden reeds verschillende veldexperimenten plaats om de efficiëntie en de impact van voorjaarsvallen te bestuderen. Tot op heden bestaat er geen wetenschappelijk bewijs dat dergelijke vallen een significante impact hebben op de populatiegroei. Mogelijk speelt er concurrentie tussen stichtende koninginnen, waardoor het wegvangen die concurrentie enkel zou verminderen. Anderzijds is duidelijk dat er heel wat bijvangst kan ontstaan van andere insecten, wanneer de vallen onvoldoende selectief zijn.

Uitdaging voor creativiteit

Minister Jo Brouns betoogde dat de strijd tegen de Aziatische hoornaar opnieuw een uitdaging is voor Vlaamse creativiteit die op Europees niveau moet aangegaan worden. Er bestaat volgens hem momenteel helaas nog geen mirakeloplossing. Daarom moet er blijvend gezocht en geïnnoveerd worden tot er een manier is gevonden om de impact van de Aziatische hoornaar tot een aanvaardbaar niveau te beperken. Nestbestrijding in de buurt van bijenkasten en kastbescherming blijken momenteel maatregelen te zijn die de druk op bijenvolkeren kunnen verminderen. De inspanningen die momenteel worden geleverd om de hoornaar te bestrijden, zijn volgens Brouns reeds de norm. Hij ziet echter nauwelijks impact op de snelheid waarmee de populatie aangroeit. Dat is vooral het gevolg van het sterke reproductievermogen van de soort. Zolang er geen kostenefficiënte methode bestaat om over te gaan tot een algemene bestrijding of uitroeiing van de populatie, moet er volgens minister Brouns blijvend ingezet worden op een selectieve aanpak. Daarvoor zou men kunnen werken met drempelwaarden, gebaseerd op bijvoorbeeld het aantal waargenomen nesten, het aantal koninginnen in een voorjaarsval of het aantal werksters bij een bijenkast. Vervolgens kan men dan de inspanningen concentreren op die locaties.

Nood aan langetermijnvisie

Brouns’ administratie is gestart met een evaluatie van de beheersregeling. Een eerste overleg tussen de betrokken diensten vond inmiddels plaats. De huidige beheersregeling is nog steeds functioneel, maar beperkt zich vooral tot het faciliteren van het beheer. Dat is niet onbelangrijk, maar de regeling bevat vandaag onvoldoende duiding bij de gemaakte keuzes en geen visie voor de langere termijn. Het is nu quasi 10 jaar geleden dat de Aziatische hoornaar voor het eerst in België werd waargenomen en de soort zal hier hoogstwaarschijnlijk niet meer weg te krijgen zijn. “Er is daarom nood aan een langetermijnvisie”, zei Brouns.

Een kosten-batenanalyse is in het debat cruciaal, maar niet het enige aspect waarmee rekening moet gehouden worden. Andere elementen zijn de eventuele negatieve impact van de bestrijding zelf of de mogelijke impact op de gezondheidszorg van onvoldoende bestrijding. Het doel is om te komen tot een gedragen visie en tot een aanpak die ook op lange termijn vol te houden is.

Fons Jacobs

Lees ook in Actueel

Meer artikelen bekijken