Combinatie Bovaer en beweiding misschien mogelijk
Op de lijst van goedgekeurde technieken moeten rundveehouders vandaag kiezen tussen ofwel het voederadditief Bovaer of beweiding. Vlaams minister van Landbouw Jo Brouns kondigde in de commissie Landbouw van 18 maart aan dat binnenkort deze 2 maatregelen mogelijk gecombineerd kunnen worden.

Beweiding is voor rundvee erkend als PAS-maatregel (Programmatische Aanpak Stikstof) om de ammoniakuitstoot te verlagen in het kader van het Stikstofdecreet. Die toepassing is gekoppeld aan een aantal voorwaarden. Zo is vereist dat een stal wordt afgesloten wanneer de koeien buiten staan, omdat de ammoniakemissiereductie enkel optreedt als er geen dieren aanwezig zijn in de stal. “Anderzijds heb je bijvoorbeeld het voederadditief Bovaer dat de methaanuitstoot aanzienlijk verlaagt. Dat is opgenomen als erkende maatregel in het kader van het Convenant Enterische Emissies Rundvee (CEER), maar daar is de voorwaarde dan weer dat koeien voortdurend toegang moeten hebben tot het stalrantsoen waarin het additief verwerkt zit. Die beide maatregelen botsen met elkaar. Wie zijn koeien naar buiten stuurt, kan Bovaer niet gelijktijdig als erkende maatregel inzetten. En wie wil beweiden, kan Bovaer niet gebruiken”, zegt Arnout Coel van N-VA.
Combinatieverbod wordt tegengesproken
“Nieuw onderzoek van het Instituut voor Landbouw, Visserij en Voedingsonderzoek (ILVO) toont nochtans aan dat de combinatie van beweiding en Bovaer wetenschappelijk werkt en zelfs meer oplevert dan elk van beide maatregelen afzonderlijk. Koeien die 6 uur per dag buiten staan en via het stalrantsoen Bovaer krijgen, realiseren een methaanreductie van 34 % per koe per dag. Koeien die permanent op stal blijven met enkel Bovaer, halen slechts een reductie van 25 %. Er is dus wetenschappelijke onderbouwing die het combinatieverbod tegenspreekt”, meent Arnout Coel. Het nieuwe onderzoek kan volgens Arnout Coel het pad effenen om de combinatie van beweiding en Bovaer te erkennen als een volwaardige maatregel voor zowel ammoniak- als methaanemissiereductie.
“In het Convenant Enterische Emissies Rundvee (CEER) wordt er samen met de sector op basis van vooruitschrijdend inzicht steeds verder gewerkt om de verschillende maatregelen praktischer te maken en rekening te houden met de verplichtingen die er zijn”, stelt minister Brouns.
WeComV gaf al advies
“Het resultaat van het ILVO-onderzoek wordt al sinds enkele maanden mee opgenomen in de werking van het CEER. Er werd ook al een wetenschappelijk advies gevraagd aan het Wetenschappelijk Comité Luchtemissies Veehouderij (WeComV), en dat advies werd ondertussen ook al gepubliceerd. Zij adviseren een methaanreductiepercentage van 24,7 % per dier per dag wanneer, zoals in de huidige maatregel, de dosis van 3-nitrooxypropanol (3-NOP) wordt gegeven en er 6 uur wordt beweid”, antwoordt minister Brouns.
“Als een voederadditief langdurig blijft doorwerken, is het vanzelfsprekend beter te combineren met weidegang dan wanneer het om een kortwerkend product gaat. Er zijn dus ook vandaag al maatregelen die combineerbaar zijn met beweiding, zoals de toepassing van nitraat of geëxtrudeerd lijnzaad”, geeft de minister nog mee.
Tot een pragmatische toepassing komen
“Zowel de sector als mijn diensten die in het CEER samenwerken aan bijkomende maatregelen zullen met dit advies ongetwijfeld tot een pragmatische toepassing kunnen komen, die ik dan met plezier beschikbaar zal maken. Als dat kan worden gecombineerd vangen we op die manier 2 vliegen in 1 klap. Hoe sneller, hoe liever”, zegt Jo Brouns nog.
Is subsidie voor koetoilet verantwoord?
De Vlaamse minister van Landbouw en Omgeving ging ook wat dieper in op de erkenning van het koetoilet (CowToilet) van de Nederlandse firma Hanskamp. Leo Pieters van Vlaams Belang wijst in de commissie van 18 maart op de hoge kostprijs - volgens hem zowat 30.000 euro per 25 koeien. “Voor dergelijke folietjes kan wel tot 70 % steun van het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds (VLIF) verkregen worden, maar als dat men vaststelt dat de installatie toch niet de reductie geeft die men aankondigt, of dat men het niet correct toepast bij een controle, is dat wel 30.000 euro per systeem die men moet terugbetalen. Is dat wel verantwoord ten aanzien van de landbouw?”, vraagt Pieters zich af.
Daarnaast stelt Leo Pieters zich vragen bij de goedkeuring van deze maatregel. “Veel landbouwers kijken met groeiende verbazing naar dat soort maatregelen. Ze worden geconfronteerd met steeds nieuwe technische ingrepen die op papier emissies zouden moeten reduceren, maar waarvan de praktische toepasbaarheid op het terrein vaak zeer onzeker is”, stelt Pieters. Hij vraagt of het wel verantwoord dat publieke middelen worden ingezet om technieken te subsidiëren die voortkomen uit een stikstofkader waarvan steeds meer experts aangeven dat het op onzekere aannames en modellen gebaseerd is.
Onderbouwde reductiefactor
“De techniek van het koetoilet werd in Vlaanderen erkend door WeComV op basis van de metingen in Nederland. De belangrijkste onderbouwing komt uit een recente ‘case-control’-studie van Wageningen waarin gedurende een jaar de ammoniakemissie werd gemeten in 2 mechanisch geventileerde stalafdelingen: een testafdeling met het koetoilet en een controleafdeling zonder dit systeem. Daarnaast werden ook meetresultaten uit de praktijkmetingen op een Nederlandse melkveestal mee in rekening gebracht. Op basis van de metingen, gecombineerd met een beoordeling van randeffecten en onzekerheden, heeft het WeComV een onderbouwde reductiefactor van 35 % geadviseerd. Dit advies vormt de basis voor de Vlaamse erkenning”, duidt de minister.
“We moeten veel meer vertrouwen durven te leggen bij die landbouwers. We moeten hun doelen opleggen en hen dan veel meer ruimte en vrijheid geven voor hoe ze die bereiken. Dat is net de kracht van het ondernemerschap en de innovatie daarrond. Het WeComV oordeelt dat de werking van het koetoilet berust op duidelijke werkingsmechanismen: het scheiden van mest en urine, die voldoende worden ondersteund door de beschikbare metingen. Vanaf het moment dat we een technologie gevalideerd hebben – en we hebben afspraken met Nederland of met het buitenland om dat versneld te kunnen doen, vind ik niet dat we hier nog eens 83 nieuwe doctoraten moeten maken als iets al bewezen is. We moeten het gewoon toepassen. Technologie die gevalideerd is, wordt opgenomen in een vergunning”, stelt minister Brouns.
Kiezen uit een ruime catalogus
Minister Brouns benadrukt dat hij geen voortsander is van de ene of de andere techniek. “Ik wil vooral dat landbouwers zelf kunnen kiezen uit een ruime catalogus. In die zin biedt het koetoilet een extra techniek in de lijst van ammoniakemissiearme technieken waaruit de landbouwer kan kiezen om zijn reductiedoelstellingen te halen. Deze maatregel heeft het voordeel dat hij relatief eenvoudig in bestaande stallen kan worden geïntegreerd, zonder ingrijpende verbouwingen. De techniek behaalt een ammoniakreductie van 35 %, wat voor nogal wat bedrijven voldoende kan zijn om de PAS-referentie te bereiken. Elke veehouder moet beoordelen of het systeem praktisch en economisch past in de eigen bedrijfsvoering, maar de opname op de lijst vergroot in elk geval de keuzeruimte en flexibiliteit”, meent de minister.
Brouns bevestigt dat het Stikstofakkoord nog steeds onder het oog van het Grondwettelijk Hof ligt. “Wat het Grondwettelijk Hof ook oordeelt, het zal niets veranderen aan het feit dat er ook in de toekomst in Vlaanderen voort stikstofemissies moeten en zullen worden gereduceerd. Wanneer we die inspanning vragen van veehouders, is het maar logisch dat we hen daarbij ook ondersteunen. Ik ben dus van oordeel dat het inzetten van publieke middelen voor emissiereductie in de landbouw zeker en vast verantwoord is”, stelt Jo Brouns.





