Europees Parlement wil 10% meer Europees budget
Het Europees Parlement wil dat de Europese Unie van 2028 tot 2034 10% meer budget ter beschikking zal hebben dan wat de Commissie tot dusver voor ogen had. Dat blijkt althans uit het standpunt dat de begrotingscommissie van het halfrond op 15 april heeft ingenomen. De volksvertegenwoordigers nemen het daarin ook op voor een aparte budgetlijn voor landbouw.

De parlementsleden van de begrotingscommissie schaarden zich met 26 tegen 9 stemmen (5 onthoudingen) achter het rapport dat de Roemeense conservatief Siegfried Muresan (EVP) en de Portugese socialiste Carla Tavares (S&D) hebben voorbereid.
Concreet willen de Europarlementsleden dat de Europese meerjarenbegroting van 2028 tot 2034 1,27% van het bruto nationaal inkomen van de lidstaten zal bedragen. In lopende prijzen (rekening houdend met de inflatie) komt dat overeen met zo'n 2 biljoen euro over de hele periode.
Landbouwbudget veiligstellen
Dat strookt met wat de Commissie in de zomer van vorig jaar als openingsbod had voorgesteld, maar de begrotingsexperts van het halfrond pleiten ervoor dat de terugbetaling van de leningen voor het coronaherstelfonds buiten de budgettaire plafonds wordt geregeld. Die aflossingen mogen ‘niet ten koste gaan van landbouwers, kmo’s, onderzoekers of Erasmus-studenten’, argumenteerde Muresan.
Die ingreep zou 10% extra ruimte bieden om beleid te financieren, zo argumenteerden Muresan en Tavares. De Europese volksvertegenwoordigers willen dat extra geld gelijkmatig verdelen over nieuwe prioriteiten, zoals defensie en de versterking van de concurrentiekracht, en over traditionele uitgaveposten zoals landbouw en het cohesiebeleid.
Zo zou het nieuwe concurrentiefonds volgens de cijfers van het Parlement aandikken van 234 tot 264 miljard euro en het budget voor onderzoekers (Horizon Europe) van 175 tot 200 miljard euro. Het landbouwbudget (rechtstreekse inkomenssteun voor boeren en de steun voor het platteland) zou toenemen van 293 tot 433 miljard euro en de cohesiefondsen van 228 tot 306 miljard euro.
De financiering voor cohesie en landbouw moet verder worden veiliggesteld, klinkt het. Dat betekent voor het Europees Parlement ook aparte, afgeschermde programma’s ervoor. “Wij pleiten voor meer specifieke financiële steun voor boeren en regio’s en verwerpen elke poging om deze kernprioriteiten samen te voegen of af te zwakken”, aldus Muresan.
De Commissie stelde vorig jaar voor om de fondsen voor landbouw, steun aan regio’s, sociale fondsen en migratie te bundelen in ‘Nationale en regionale partnerschapsplannen’. Behalve een stuk beschermde inkomenssteun voor boeren, zouden lidstaten de rest van het budget flexibeler kunnen inzetten. Alhoewel het Europees Parlement ervan afziet de partnerschapsplannen volledig te verwerpen, waarschuwt het (niet voor de eerste keer) toch voor de gevaren van wat in feiten neerkomt op een renationalisering van de begroting.
Afgeschermde budgetten moeten volgens Muresan en Tavares meer zekerheid en voorspelbaarheid bieden aan de begunstigden en oneerlijke concurrentie tussen begunstigden in verschillende lidstaten voorkomen. Die zouden immers meer of minder geld kunnen begroten voor hetzelfde programma.
Nieuwe inkomsten
Waar de Europarlementsleden het wel eens zijn met de Commissie, is dat de Europese begroting nood heeft aan nieuwe eigen Europese inkomsten, naast de bijdrages van de lidstaten. Onder meer inkomsten uit de verkoop van uitstootrechten (ETS) en de koolstofgrenstaks (CBAM) en een bijdrage op elektronisch afval liggen op tafel. Ze zouden samen ongeveer 60 miljard euro per jaar in het laatje moeten brengen.
Later deze maand stemt het Europees Parlement in plenaire zitting over de meerjarenbegroting. Dan kunnen de onderhandelingen met de lidstaten in principe aangevat worden, maar dat zal nog niet voor meteen zijn. Het Cypriotische voorzitterschap wil later dit semester de lidstaten een eerste becijferd voorstel voorschotelen.
Dat vormt traditioneel het startschot voor slopende onderhandelingen onder de lidstaten. Zij zijn immers de grote geldschieters van de Europese begroting, en elke regering kruipt dan ook in de loopgraven om ervoor te zorgen dat ze haar bijdrage kan beperken en dat er tegelijkertijd zoveel mogelijk geld naar eigen land terugvloeit. De Europese Raadsvoorzitter Antonio Costa hoopt dat de staatshoofden en regeringsleiders tegen het einde van het jaar op één lijn raken.





