Startpagina Actueel

Minister Brouns: Sectorfonds PFAS dient niet om getroffen landbouwers te vergoeden

Jarenlang werd het overwogen als optie, maar als het van de Vlaamse regering afhangt, vergoedt het sectorfonds PFAS niet de landbouwers die getroffen worden door PFAS-vervuiling.

Leestijd : 4 min

“Het is niet de bedoeling om met de middelen uit het sectorfonds algemene schadevergoedingen uit te betalen aan verschillende groepen die schade of inkomensverlies ondervinden door PFAS-vervuiling”, laat de woordvoerder van minister van Landbouw en Omgeving Jo Brouns (cd&v) weten. “Dat geldt ook voor landbouwers. Particulieren, ondernemingen en landbouwers die schade hebben geleden, moeten die schade in principe verhalen op de verantwoordelijke vervuiler.”

Het sectorfonds moet gespekt worden door de producenten van PFAS. De vervuiler betaalt, al is het nog niet helemaal duidelijk hoe de overheid dat precies zal klaarspelen. Dat geld moet dan gebruikt worden om de schade en de slachtoffers van PFAS-vervuiling te compenseren, zoals het federaal regeerakkoord het verwoordt.

Prioriteiten Vlaamse regering

Maar de middelen uit het sectorfonds moeten volgens de Vlaamse regering vooral worden ingezet op de sanering, zuivering en preventie van PFAS-vervuiling, aldus de woordvoerder van Brouns. Tijdens de commissie Leefmilieu op 12 mei verduidelijkte Brouns de prioriteiten van de Vlaamse regering.

In de eerste plaats moet het sectorfonds de bodemverontreiniging aanpakken waar er geen duidelijke vervuiler is, of waar de kosten op de belastingbetaler verhaald zouden worden. Denk aan sites waar met PFAS-houdend blusschuim werd gewerkt.

Vervolgens moeten de middelen dienen om het drinkwater en afvalwater van huishoudens te zuiveren. “We kunnen niet aanvaarden dat die kosten rechtstreeks en integraal op de waterfactuur van de Vlaming terechtkomen”, aldus Brouns.

Tot slot moet er ingezet worden op nieuwe zuiveringstechnieken en alternatieven voor PFAS. Zo moet toekomstige verontreiniging en de bijhorende kosten vermeden worden.

“Het fonds moet dus vooral dienen om PFAS-vervuiling aan te pakken, verdere verspreiding te vermijden en risico’s voor mens en milieu structureel te verminderen”, aldus de woordvoerder van Brouns.

Daarbij moeten jammer genoeg keuzes gemaakt worden, is de boodschap. Een studie in opdracht van de FOD Volksgezondheid raamt de jaarlijkse saneringskosten van de PFAS-vervuiling immers tussen de 1,9 en 6,2 miljard euro. De beperkte middelen moeten ingezet worden waar ‘ze het grootst mogelijke effect hebben’.

Financiële hulp

De vraag naar financiële hulp voor landbouwers getroffen door PFAS-vervuiling kwam nochtans uit verschillende hoeken, waaronder de partij van Brouns zelf.

Een veehouder in Stabroek is al jarenlang geblokkeerd door het FAVV omdat een karkas de Europese norm voor PFAS in vlees overschreed. Nu moeten ze elk karkas testen op PFAS. De kosten van de staalname zijn voor de rekening van de veehouder en komen nog eens bovenop het inkomensverlies als een karkas afgekeurd wordt. De kosten lopen op en zijn een zware last voor het bedrijf. Ze vroegen daarom in het verleden al financiële hulp daarvoor.

Hulporganisatie Boeren op een Kruispunt stuurde eind 2024 een brief rond waarin ze de overheid vroegen de getroffen veebedrijven te helpen met staalnamekosten, in ieder geval tot er iemand aansprakelijk gesteld kan worden voor de vervuiling.

Boerenbond pleitte daarvoor al samen met andere landbouworganisaties voor de oprichting van een steunfonds voor gemaakte kosten en inkomstenverliezen.

Federale bevoegdheid

Volgens Brouns is er echter geen aanwijzing dat er op dit moment sprake is van een brede problematiek bij landbouwbedrijven door diffuse PFAS-verontreiniging, grootschalige vervuiling waarvan niet onmiddellijk duidelijk is wie verantwoordelijk is.

“Er zijn enkele landbouwbedrijven gelinkt aan het Verdronken Land van Saefthinghe, maar daarvoor is een oplossing gevonden”, zegt zijn woordvoerder. “Daarnaast is er één landbouwbedrijf in Stabroek geblokkeerd. In dat dossier ligt het voor de hand dat gekeken wordt naar de betrokken vervuilingsbronnen, zoals Indaver of de haven. Waar landbouwers of andere ondernemers schade ondervinden door een aanwijsbare vervuiler, moet de aansprakelijkheid daar worden gelegd.”

Het is natuurlijk nog maar de vraag of het zo’n makkelijke opgave is voor een klein landbouwbedrijf om achter de schuldige aan te gaan, zeker in een gebied als de haven van Antwerpen met verschillende mogelijke vervuilingsbronnen

Tot slot wijst de woordvoerder van Brouns erop dat het FAVV, een federale bevoegdheid, landbouwbedrijven blokkeert. Een oplossing moet dus komen van het federale niveau. Voor Vlaanderen blijft de prioriteit van het sectorfonds saneren, zuiveren en voorkomen dat PFAS-vervuiling zich verder verspreidt.

Vlaanderen beslist niet alleen over het sectorfonds, al spelen ze naar eigen zeggen wel een ‘trekkende en vooraanstaande rol’. Komende weken overleggen de bevoegde federale en gewestelijke ministers over ‘de grote lijnen en principes van het sectorfonds’.

Eerder werd ook al het Vlaams Rampenfonds geopperd door Vlaams parlemenstlid Stijn De Roo (cd&v) als mogelijke oplossing voor getroffen veehouders. Momenteel lopen er gesprekken met andere parlementsleden om deze te openen voor schadevergoedingen door PFAS-vervuiling.

Thor Deyaert

Lees ook in Actueel

Meer artikelen bekijken