Startpagina Actueel

Landbouwers moeten over het muurtje kijken

Vlaanderen moet er behoedzaam voor zijn dat landbouwgebied niet ‘geresidentialiseerd’ wordt. Dat vindt althans Vlaams minister voor Landbouw en Omgeving Jo Brouns (cd&v), die zich daarin gesteund voelt door het overgrote gedeelte van de landbouwers. Maar landbouwers moeten, noodgedwongen, ook over het muurtje kijken.

Leestijd : 4 min

Het debat rond zonevreemde functiewijzigingen dat op de agenda van de commissie Leefmilieu van het Vlaams Parlement op 2 juni werd aangesneden, is volgens minister Brouns genuanceerd. De realiteit is dat er geen 100% familiale opvolging meer is. In realiteit beloopt die nog maar 12 tot 13%.

“Dat maakt dat landbouwers ook over het muurtje moeten kijken”, aldus Brouns. Ze moeten op zoek gaan naar andere landbouwers in de nabije of verre omgeving om hun landbouwactiviteiten over te nemen wanneer er geen familiale landbouw meer kan zijn.

De landbouwers eerst

Performante landbouwbedrijven in Vlaanderen moeten volgens minister Brouns in eerste instantie aan de ‘landbouwmarkt’ worden aangeboden. Andere landbouwers in Vlaanderen moet volgens hem de kans worden gegeven om een landbouwbedrijf over te nemen wanneer er geen klassieke opvolging is. Voor hem is het cruciaal dat landbouwgrond maximaal wordt gevrijwaard voor landbouwgebruik.

De minister vindt daarnaast dat, wanneer blijkt dat niemand bereid is om dat landbouwbedrijf over te nemen, je de kans moet bieden om een zonevreemde functiewijziging te realiseren in de gevallen waar dat kan. Hij zegt daartoe alle kansen te willen geven, met het voorbehoud dat dient vermeden te worden dat de zone-eigen activiteiten onder druk komen te staan.

Onoordeelkundige vergunningen

De voorzet voor de gedachtewisseling op de commissie Leefmilieu werd gegeven door volksvertegenwoordiger Jurgen Callaerts (N-VA). Hij verwees naar de plenaire vergadering van 20 mei. Brouns gaf toen aan dat hij het kader van het Departement Omgeving recent aanscherpte aangaande de adviesverlening en het instellen van beroepen bij omgevingsvergunningen voor zonevreemde functiewijzigingen. Specifiek ging het over eventuele onoordeelkundig verleende vergunningen in strijd met de beleidsdoelstellingen.

Op de website van het Departement Omgeving ziet Callaerts criteria opgenomen die gehanteerd zullen worden. Die gaan onder meer over het niet afsplitsen van de bedrijfsgebouwen van de woning, over verregaande ontharding, over het beperken van bijgebouwen, over geschiktheid van de gebouwen en afsplitsing van de landbouwgronden van de bedrijfswoning.

Een aantal van deze criteria zijn momenteel niet specifiek opgenomen in de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en dreigen volgens de vraagsteller niet stand te houden bij een beroep bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen.

Ruim beroepsrecht

Minister Jo Brouns verduidelijkte dat de leidende ambtenaar van het Departement Omgeving op basis van het Omgevingsvergunningsdecreet het recht heeft om zowel een administratief beroep als een jurisdictioneel beroep bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen in te stellen. Dat beroepsrecht op zich wordt niet aan bijkomende voorwaarden of criteria onderworpen. Het departement beschikt principieel over een zeer ruim beroepsrecht, dat het invult rekening houdend met de beroepsrechten van andere adviesinstanties, alsook de prioritaire beleidsdoelen.

Om die afweging te maken, hanteert de leidende ambtenaar van het departement een intern beroepenkader, om, binnen zijn wettelijke taken en bevoegdheden, te bepalen of en wanneer een beroep opportuun is.

Op vraag van minister Brouns werd het beroepenkader verduidelijkt en online gepubliceerd om er open en transparant over te communiceren. Daardoor is het ook voor burgers en lokale besturen duidelijk welke criteria door het departement worden gehanteerd om al dan niet een beroep in te stellen.

Geen nieuwe verplichtingen

Een van de criteria waar het beroepenkader vanuit de beleidsprioriteiten op ingaat, is de zonevreemdheid. Bij de vergunningverlening voor een zonevreemde functiewijziging wordt niet alleen getoetst aan de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en het besluit Zonevreemde Functiewijzigingen, maar ook aan de goede ruimtelijke ordening.

Het beroepenkader verankert de visie die hierbij wordt gehanteerd. Er worden bijvoorbeeld richtlijnen vooropgesteld om al te grote ruimte-inname door vertuining tegen te gaan.

Het beroepenkader creëert op zich geen nieuwe wettelijke verplichtingen. Het is ook niet omdat een functiewijziging beantwoordt aan het beroepenkader, dat er automatisch een recht op vergunningverlening zou bestaan. Uiteraard kunnen ook andere issues meespelen bij de vergunningsbeoordeling. Het lokale bestuur kan er immers nog steeds een andere visie op nahouden. Omgekeerd is een functiewijziging die niet beantwoordt aan het beroepenkader, niet per definitie onwettig. Een beoordeling casus per casus blijft dus noodzakelijk.

Ruimtelijk en maatschappelijk

Brouns heeft het Departement Omgeving gevraagd om een aanpassing van het besluit Zonevreemde Functiewijzigingen voor te bereiden. Hij vindt dat er in de praktijk momenteel onvoldoende aandacht wordt besteed aan de ruimtelijke en maatschappelijke impact van zo’n nieuwe zonevreemde functie. Die impact is heel breed: impact op de bestaande zone-eigen functies, op het functioneren van het openruimtegebied, ongewenste toename aan ruimtebeslag door vertuining, impact op de maatschappelijke kosten gaande van riolering tot afvalophaling.

Voor zonevreemde functiewijzigingen die binnen het landbouwgebied worden aangevraagd, zegt minister Brouns dat het van belang is om af te bakenen hoe de impact van de functiewijziging moet worden beoordeeld. Dat geldt des te meer omdat het vergunnen van een zonevreemde functiewijziging in een bepaald gebied een mogelijk aanknopingspunt vormt voor verdere zonevreemde functiewijzigingen. Daardoor verhoogt ook de druk op de bestaande zone-eigen bedrijfsvoering en op de open ruimte.

Fons Jacobs

Lees ook in Actueel

Meer artikelen bekijken