Startpagina Tuin

Hoog tijd om de haag te scheren

Per definitie is een haag een rij bomen of struiken, meestal van dezelfde soort, die men door snoeien op gelijke hoogte en breedte houdt. Wie een haag in de tuin heeft, zal die dus regelmatig moeten knippen of scheren. De regelmaat waarmee dit gebeurt, van meerdere keren per jaar tot slechts eenmaal om de paar jaar, bepaalt niet alleen het uitzicht van de haag, maar ook het karakter van de tuin.

Leestijd : 5 min

Door het groeizame weer van de voorbije periode hebben de meeste hagen inmiddels een flink eerste schot gevormd. Dat is de krachtige voorjaarsgroei die volgt op de winterrust. Tuiniers die houden van strakke lijnen hebben de snoeischaar dan ook vast en zeker al bovengehaald om hun haag een eerste keer te scheren.

Wanneer scheren?

Voor het scheren van hagen bestaan er geen strikte regels. De ideale snoeifrequentie hangt af van de haagsoort en van het gewenste uitzicht. Een losse haag langs een weiland wordt vaak slechts om de paar jaar teruggesnoeid, terwijl een strak geschoren buxushaag of vormfiguur meerdere onderhoudsbeurten per seizoen kan vragen. Gemiddeld wordt een haag tweemaal per jaar geknipt. Een eerste keer tussen half mei en half juni, gevolgd door een tweede scheerbeurt in de nazomer, eind augustus of begin september. Zo gaan de hagen netjes in vorm de winter in.

Traaggroeiende soorten, zoals taxus, beuk of haagbeuk, kunnen het desgewenst stellen met één jaarlijkse snoeibeurt. Die gebeurt dan het best rond half juli, na het uitgroeien van het ‘Sint-Janslot’. Dat is de tweede groeischeut van de plant die gevormd wordt na de langste dag van het jaar (21 juni). Strakke hagen en figuren of sterk groeiende gewassen zoals een ligusterhaag, mag je gedurende het hele groeiseizoen bijknippen, zo vaak als je dit nodig acht. Hoe vaker je snoeit, hoe dichter en compacter de haag zal groeien.

Snoeimateriaal

Vaak wordt gezegd dat je buxus niet met een elektrische haagschaar of met een haagschaar die door een benzinemotor aangedreven is mag snoeien, omdat anders de aangesneden blaadjes bruin verkleuren. Dit heeft echter niets te maken met de soort heggenschaar die je gebruikt, maar wel met het feit of de messen voldoende scherp zijn. Wanneer een haag met botte messen wordt geschoren, worden de bladranden niet netjes afgesneden, maar uitgerafeld. Die beschadigde bladranden drogen uit en verkleuren vervolgens bruin. Een gladde snede, gemaakt met scherp gereedschap, geneest veel sneller, waardoor de blaadjes hun frisse groene kleur behouden.

Of je nu kiest voor een handschaar, een elektrische heggenschaar of een benzineaangedreven toestel, is in de eerste plaats een kwestie van persoonlijke voorkeur en van de omvang van de haag. Belangrijker dan het type machine is dat de messen goed onderhouden en voldoende scherp zijn.

De vorm van de haag

Hagen van soorten die van nature sterk vertakken vanaf de basis, kunnen in allerlei vormen en figuren worden geschoren. Vooral buxus en taxus lenen zich uitstekend voor vormsnoei. Bij de meeste andere haagplanten is het belangrijk dat de zijkanten licht schuin worden afgewerkt, zodat de haag onderaan iets breder blijft dan bovenaan. Deze lichte piramidevorm zorgt ervoor dat ook de onderste takken en bladeren voldoende licht ontvangen, waardoor de haag tot aan de voet mooi dicht en groen blijft.

Zorg er bovendien voor dat de bovenzijde niet te breed wordt. Een smalle bovenkant vermindert het risico dat de haag tijdens de winter onder het gewicht van sneeuw openvalt. Bij de meeste planten zitten de groeipunten voornamelijk in de top van de plant, waardoor de meeste hagen van nature al de neiging hebben om ‘topzwaar’ te worden. Door de bovenkant consequent kort te snoeien, wordt de vertakking gestimuleerd en ontstaat een dichtere, meer gesloten haag.

Jonge hagen

Bij nieuw aangeplante hagen is de snoei tijdens de eerste jaren bepalend voor het latere resultaat.

Je kan daarbij een onderscheid maken tussen 2 groepen haagplanten. Tot de eerste groep behoren onder meer buxus, liguster, meidoorn, groenblijvende lonicera-soorten en laurierkers. Deze soorten verdragen een vrij krachtige jeugdsnoei en hebben die zelfs nodig om van bij de basis goed te vertakken. Na het planten worden de scheuten ongeveer een derde ingekort. Tijdens het eerste groeiseizoen worden te ver uitschietende zijtakken teruggesnoeid tot de gewenste breedte. In het voorjaar van het tweede groeijaar wordt de groei van het voorgaande jaar opnieuw met ongeveer de helft ingekort. Daarna worden de zijkanten regelmatig bijgeknipt, terwijl de bovenkant slechts licht wordt geschoren tot de gewenste hoogte is bereikt. Volgroeide hagen van dit type worden doorgaans minstens tweemaal per jaar geschoren om mooi gesloten en jeugdig van uitzicht te blijven.

Tot de tweede groep behoren beuk, haagbeuk, coniferen, taxus en hulst. Deze soorten vragen tijdens de opbouwfase een meer voorzichtige aanpak. De top wordt pas weggenomen wanneer de gewenste hoogte bijna bereikt is. De zijkanten worden daarentegen vanaf het eerste jaar regelmatig teruggesnoeid om een goede vertakking te stimuleren. Bij beuk en haagbeuk mogen de jonge zijtakken zelfs met ongeveer twee derde worden ingekort. Zodra deze hagen volgroeid zijn, volstaan 1 of 2 snoeibeurten per jaar om ze in goede vorm te houden.

Bloeiende hagen

Voor een haag wordt vaak gekozen voor groenblijvende planten die het hele jaar door een gesloten scherm vormen. Toch lenen ook heel wat bloeiende sierstruiken zich uitstekend voor het aanleggen van lage tot middelhoge hagen. Forsythia, spirea, potentilla, boerenjasmijn en rozen zijn daarvan bekende voorbeelden. Ook verschillende groenblijvende haagplanten, zoals laurierkers, liguster, dwergmispel en hulst, kunnen met hun bloemen een meerwaarde bieden voor mens én insect. Wie van de bloei wil genieten, zal het snoeitijdstip moeten aanpassen. Bloeiende hagen worden daarom meestal slechts eenmaal per jaar geschoren. Een strak geschoren haag oogt misschien netjes, maar regelmatig snoeien gaat vaak ten koste van de bloemvorming.

Als vuistregel geldt dat voorjaarsbloeiers, die bloeien vóór de langste dag, hun bloemknoppen vormen op het hout van het voorgaande jaar. Deze hagen worden daarom het best onmiddellijk na de bloei gesnoeid. Zomer- en najaarsbloeiers bloeien daarentegen op jonge scheuten die in hetzelfde jaar worden gevormd. Zij worden het best gesnoeid op het einde van de winter of in het vroege voorjaar.

Broedende vogels

Bij het scheren van hagen houd je het best ook rekening met broedende vogels. Veel tuinvogels gebruiken hagen als nestplaats en zijn vooral tussen april en juli actief. Controleer daarom vóór het snoeien altijd of er geen bezette nesten aanwezig zijn. Heb je een nest gevonden, stel de snoei dan plaatselijk uit tot de jongen zijn uitgevlogen. Een haag die enkele weken langer mag groeien, vormt zelden een probleem, terwijl ze voor vogels een veilige kraamkamer kan zijn.

Geert Brantegem

Lees ook in Tuin

Sierappeltjes: mooi van de lente tot de herfst

Tuin Ieder jaar lokken de weelderig bloeiende boomgaarden duizenden bezoekers naar de Haspengouwse fruitstreek. Dit jaar stonden de eerste boomgaarden al eind maart in bloei en op 7 april stond de bloesemmeter op de volle 100%. Intussen is de bloesemperiode 2026 alweer achter de rug. Wie maar niet genoeg krijgt van dit jaarlijks terugkerend bloemenfestival, kan overwegen om een sierfruitboom in de eigen, ook kleinere, siertuin aan te planten.
Meer artikelen bekijken