“Wie niet kan uitbreiden, moet creatief zijn”, meent Carmen Commers
In Zemst, op minder dan een half uurtje rijden van Brussel en Mechelen, ligt Hof ter Loxem. Carmen Commers (36) is de derde generatie op dit landbouwbedrijf. Uitbreiden was geen optie, dus combineert Carmen de akkerbouwtak met het uitbaten van een agrarische Aveve, een vakantiewoning én groene zorg. Het is een vrouw van vele talenten.

Wanneer we aankomen op het Hof ter Loxem, is Carmen samen met haar vader Wim bezig met bureauwerk. Hoewel Wim een stap opzij zette, werkt hij nog graag mee in het familiebedrijf. Carmen voert het woord, maar Wim trakteert ons af en toe op een anekdote.
Enkel akkerbouwtak
Wat is de geschiedenis van Hof ter Loxem?
Het was origineel een pachthof. Mijn grootouders Clement en Fernanda huurden het van een Brusselse familie. Toen mijn ouders Wim en Rita het in 1995 overnamen, kregen we de kans om de boerderij zelf te kopen. Die tweede generatie legde de focus op akkerbouw en de melkveetak verdween. Om het bedrijf toch leefbaar te houden en omdat mijn vader en grootvader veel expertise hebben, startten we een agrarische Aveve op. Landbouwers adviseren en hun de producten leveren die nodig zijn, werd zo dus een belangrijk deel van het bedrijf.

Vanwaar de keuze om niet verder te gaan in de melkveetak?
Die keuze werd gemaakt omdat hun hart eerder bij de akkerbouw lag, maar ook omdat mijn mama ziek werd toen ik amper 2 jaar oud was. Zij werkte als verpleegster, maar hielp ook veel op het bedrijf. Omdat mama zo jong ziek is geworden, ben ik enig kind gebleven. Ze overleed 21 jaar geleden, toen ik 15 jaar oud was.
Logische combinatie van landbouw én sociaal werk
Je mama zo vroeg verliezen moet zwaar geweest zijn. Hoe heeft dat jou gevormd?
Zoiets heeft natuurlijk een impact. Mama was heel lang ziek, dus er was ook tijd om nog veel samen te doen en om afscheid te nemen. Maar we zijn een heel nauwe familie en mijn vader en grootouders waren er altijd voor mij. Ze hielpen op het bedrijf, zorgden dat er warm eten was… Ik heb me nooit alleen gevoeld. Ik hielp zeker mee, maar ik heb geen druk gevoeld. Ik heb hele fijne herinneringen aan mijn kindertijd hier en in de dorpsschool. Later ging ik op stap met vriendinnen, maar op zaterdag om 7 uur opstaan om in het agrarisch centrum te helpen was de normaalste zaak ter wereld en voelde niet als een opgave. Ondanks het verlies denk ik met warme herinneringen terug aan mijn jeugd. Misschien is het net doordat ik de kracht van een sterk vangnet heb mogen voelen, dat ik gekozen heb voor een studie in sociaal werk.
Was sociaal werk voor jou een meer logische studiekeuze dan bijvoorbeeld landbouw?
Papa vond het heel belangrijk dat ik eerst ging studeren voor ik in het bedrijf stapte. En hoewel ik groot geworden ben in de landbouw, voelde ik ook veel interesse voor een sociale richting. Ik studeerde sociaal werk aan de hogeschool en universiteit en kreeg daarna de kans om een onderzoek te doen voor Boeren op een Kruispunt (BoeK). Een ideale opdracht voor mij, want zo kon ik mijn passie voor landbouw en sociaal werk combineren. Die stage heeft me geleerd hoe zwaar de druk in de sector kan wegen en hoe lastig het voor sommige landbouwers is om de stap naar hulp te zetten. Nog veel te vaak zijn mensen te trots om aan de alarmbel te trekken en wachten ze tot het te laat is. Omdat ik wist dat ik vroeg of laat toch in het ouderlijke bedrijf zou stappen, volgde ik ook een A en B-cursus landbouw.
Overname in fases
Hoe hebben jullie de overname van het landbouwbedrijf aangepakt?
Na mijn stage bij BoeK werkte ik als maatschappelijk werker op de sociale dienst van de gemeente en daarna heb ik 5 jaar lang mensen met een beperking begeleid. Dat deed ik halftijds in combinatie met het werk op de boerderij. Toen net voor corona onze oudste dochter Amber werd geboren, werd het te moeilijk om dat allemaal te blijven combineren. Op het landbouwbedrijf werd het erg druk en mijn man heeft een eigen carrière in de IT-sector. Er moesten dus keuzes gemaakt worden. Papa en ik hebben toen beslist dat ik het agrarisch centrum zou overnemen en niet meer buitenshuis zou gaan werken. Intussen kwam er een tweede kindje, Lucas, bij en sinds dit jaar staat ook het landbouwbedrijf op mijn naam. Het feit dat ik enig kind ben, maakt het op het vlak van overname natuurlijk iets makkelijker dan op veel andere bedrijven. En hoewel ik officieel bedrijfsleider ben, kan ik nog heel veel rekenen op de steun van mijn familie.
Hoe zien de taken op het bedrijf eruit?
Papa en ik doen veel samen, zowel op het landbouwbedrijf als in het agrarisch centrum. Ook mijn nonkel helpt nog veel. De 2 broers nemen vooral het veldwerk voor hun rekening, terwijl ik goed ben met de administratie. Maar ook de advisering van de klanten in het agrarisch centrum doen we samen. Het veldwerk is beperkt tot zo’n 40 ha, waarvan een vierde in natuurgebied ligt. In de jaren 70 is er door de onteigening voor de verbreding van het zeekanaal immers heel wat landbouwgrond verdwenen en omgevormd tot natuurgebied. De gronden werden ontgonnen en opgespoten met slib, waarna er ook bouwafval in terechtkwam. Het was niet meer bruikbaar als landbouwgrond en werd omgevormd tot natuurgebied. Op die percelen kunnen we wel nog hooien, maar niet meer dan dat. Omdat ons landbouw-areaal zo klein is, zijn we genoodzaakt om creatief te zijn en om andere bronnen van inkomsten te zoeken. Het agrarisch centrum is er één van, maar we zetten ook in op groene zorg en hoevetoerisme.
Verbreding krijgt ook sociale toets
Vanwaar de keuze om voor verbreding te gaan?
We zijn geen groot bedrijf en liggen tussen Mechelen en Brussel. De druk op landbouwgrond is hier ongelofelijk groot. We hebben in het verleden wel overwogen om uit te breiden, maar zelfs al zou je het kapitaal kunnen neerleggen, dan nog is het voor ons niet mogelijk om de kans te krijgen om grond in handen te krijgen. Vandaag nog opnieuw met veeteelt starten, is ook geen evidentie. Wie niet kan uitbreiden, moet dus creatief zijn. Omdat ik mijn passie voor sociaal werk en zorg graag wou combineren met landbouw, zijn we uitgekomen op verbreding. We werken met zorggasten, al noem ik hen liever vrijwilligers. Mensen maken bij het woord ‘groene zorg’ meteen de associatie met mensen met een beperking, maar onze vrijwilligers zijn gewoon mensen die even niet meer kunnen meedraaien op school of op de arbeidsmarkt. Door omstandigheden hebben ze nood aan een nieuwe omgeving die hun weer rust en energie brengt, en dat vinden ze hier op de boerderij. Het is geen goed verdienmodel, maar ik kan er mijn sociaal ei in kwijt.
En sinds kort kreeg ook hoevetoerisme een plek op Hof ter Loxem.
Inderdaad. Ik was nog op zoek naar een extra activiteit om het bedrijf rendabeler te maken. Na lang nadenken kwamen we uit op het verbouwen van onze oude schuur naar een vakantiewoning voor grote groepen. Het was een lang traject, met heel wat uitdagingen rond vergunning, financiering en verbouwing, maar we zijn superfier op het resultaat. Deze zomer ontvangen we de eerste groepen en de reservaties lopen heel vlot. Het ontvangen van mensen en hen helpen om een fijne vakantie door te brengen in deze mooie streek is heel dankbaar.
Man en vrouw hebben elk hun sterkte
Er ligt dus heel wat op je bord. Heb je het idee dat je als vrouw in de sector met andere uitdagingen te maken krijgt dan mannen?
Ik denk dat vrouwen belangrijke sterktes hebben, zoals het feit dat we met een helikopterzicht naar het bedrijf kunnen kijken. Ook heb ik het idee dat vrouwen minder blind springen, dat ze liever op lange termijn beslissingen afwegen. Als mama is de balans tussen werk en privé vaak moeilijk te vinden, maar anderzijds vind ik het fantastisch dat onze kinderen hier kunnen opgroeien en vaak gewoon meegaan wanneer er moet gewerkt worden. Het is hier gewoon
Of je nu vrouw of man bent, de uitdagingen zijn voor elke boer hetzelfde.
Hoe zie je de toekomst voor vrouwen in de landbouwsector?
Ik hoop dat er veel jonge vrouwen bij komen, want de sector vergrijst heel snel. Op het vlak van beleid is er nood aan meer gezond boerenverstand, want veel landbouwers kunnen niet meer mee met de toenemende eisen op het vlak van wetgeving. Technologie biedt kansen, maar laat ook veel mensen achter. En dan is er natuurlijk rechtszekerheid en het gebrek daaraan. Of je nu vrouw of man bent, die uitdagingen zijn voor elke boer hetzelfde. Maar een menselijker beleid zou er zeker aan bijdragen dat meer vrouwen hun plek in de sector als evenwaardig gaan beschouwen.





