Droogte hakt hard in op aardappelgewas
De hitte en droogte hakken ongenadig hard in op het aardappelgewas en op de bijhorende aardappelopbrengst. De effecten zijn goed zichtbaar in de vroege en halfvroege rassen, maar ook de late rassen ontspringen de dans niet.

In de voorbije tropische zomerweken waren vergeling en verdroging van het aardappelgewas haast dagelijkse kost. De bladeren van de plant verdampen vocht, maar dat vocht werd onvoldoende door regen aangevuld. Als overlevingsmechanisme gaan aardappelplanten hun oudste/onderste bladeren laten afsterven, zodat die geen vocht meer kunnen verdampen. Een gelijkaardig fenomeen zien we ook in maïspercelen.
Doordat er minder bladeren aan de aardappelplant zijn en omdat het blad zijn huidmondjes gesloten houdt, wordt er minder zonlicht opgevangen en worden de fotosynthese en verdere gewasproductie geremd. Voor aardappelen, waarvan de knol voor het grootste deel uit water bestaat, is vocht dan ook de meest bepalende factor voor de opbrengst.
Volgens Viaverda loopt het neerslagtekort (sinds 1 april) op tot 150 à 250 mm. “Wie kan en mag beregenen, laat de haspel draaien”, stelt Ilse Eeckhout, teamleider aardappelen bij Viaverda. “Maar de mogelijkheden hiertoe in Vlaanderen zijn eerder zeldzaam, daar in alle Vlaamse provincies ondertussen oppomp- of onttrekkingsverboden gelden.”
Het Vlaamse aardappellandschap ziet er volgens Eeckhout ondertussen redelijk divers en bij momenten triest uit. “De vroege en halfvroege rassen in zandgrond liggen er zo goed als dood bij, tenzij er kon beregend worden. Vooral bij de halfvroege rassen wordt een grote minopbrengst verwacht. Verwerkers stellen de oogst van vroege en halfvroege rassen voorlopig uit. Ze verwerken nog oude oogst, zijn nog in verlof of verwerken liever beregende, vroege aardappelen uit Duitsland.”
Situatie in Fontane
De late rassen tonen in het loof alvast grote verschillen naargelang de plantdatum. Vroeg geplante percelen Fontane met een scherpe bemesting in zandleemgrond zijn ondertussen al voor meer dan de helft afgerijpt, weet Ilse Eeckhout ons te zeggen. Zij verwacht dat deze percelen bij aanhoudende droogte er nu snel op achteruit zullen gaan, terwijl er eind juli amper 800 à 900 g per struik was. “Dit komt neer op een opbrengst van 25 à 30 ton/ha, terwijl we na 100 groeidagen toch gemakkelijk 5 ton/ha meer mogen verwachten.”
Doorwas heeft ze in de vroeg geplante percelen Fontane nog niet gezien. “Mogelijk zal zo'n zwaar getroffen gewas door hitte en droogte zelfs de kracht niet meer hebben om nog hergroei en/of doorwas te vertonen.”
De betere percelen Fontane leken eind juli 1 kg per struik op te brengen. Afhankelijk van de plantafstand komt dit overeen met een opbrengst van 33 à 37 ton/ha.
“Ook voor de laat geplante aardappelen blijft het spannend afwachten. Het (donker)groene loof staat er dan nog wel fris bij, maar het gewas vertoont soms bloei. Dit kan daar wel wijzen op doorwas. Aangezien deze percelen nog geen volledige grondbedekking hadden tijdens de eerste hittegolf, kan de hoge temperatuur in de rug daar misschien enige doorwasinductie hebben veroorzaakt”, legt Eeckhout uit.
“Ondergronds valt er vaak nog maar weinig opbrengst te bespeuren. Het is dus meestal nog te vroeg voor maleïnehydrazide (MH). Deze percelen hebben wel nog het potentieel om door de droogte heen te geraken en om alsnog kilo’s te maken, maar dan moet de regen wel snel komen.”
Hamvraag over inzet MH
Wel of (nog) niet MH of maleïnehydrazide (Fazor, Itcan, Crown SL, Himalaya…) inzetten is dé hamvraag die al veel aardappeltelers heeft beziggehouden deze zomer. “Middelen op basis van deze actieve stof remmen niet alleen doorwas, de actieve stof biedt tevens ondersteuning bij de kiemremming later tijdens de bewaring. Het enige nadeel is de vermeende opbrengstderving bij gebruik in suboptimale omstandigheden”, verklaart Ilse Eeckhout .
Voor een correcte toepassing van maleïnehydrazide moet er immers aan enkele voorwaarden worden voldaan. Zo moet 80% van de knollen een maatsortering hebben van meer dan 35 mm. Het aardappelgewas moet vitaal en stressvrij zijn, zodat er voldoende sapstroom is om het middel te verdelen in de aardappelplant. De toepassing met maleïnehydrazide uitvoeren mag bij maximaal 25 °C en de toepassing moet bij een hoge luchtvochtigheid gebeuren. Na toepassing mag er ook tot 24 uur lang geen neerslag vallen.
Al deze voorwaarden in acht nemend moeten we begin augustus concluderen dat er maar op zeer weinig aardappelvelden efficiënt maleïnehydrazide kan of kon ingezet worden.
Telers met aardappelen voor thuisverkoop gingen iets makkelijker over de beslissing om maleïnehydrazide toch in te zetten, volgens Eeckhout. “Zij kiezen resoluut voor kwaliteit boven kwantiteit. Liever een goed onderwatergewicht en een mooie sortering dan tarra, drijvers en glazigheid.”
Staalnames bevestigen
Viaverda en Inagro voeren in het kader van het Landbouwcentrum Aardappelen staalnames uit om de groeicurve van de (half)vroege frietrassen Amora en Sinora in beeld te brengen. De meest recente resultaten waarover we bij het afsluiten van dit nummer over beschikten, dateren van 22 juli. De 8 percelen Amora haalden toen, na 106 groeidagen, een totale bruto-opbrengst (alle sorteringen, inclusief uitval) van gemiddeld 40 ton/ha. De verschillen tussen de percelen zijn zeer groot en gaan van 29 tot 52 ton/ha. Dit vroege ras met vroege knolontwikkeling heeft duidelijk nog maximaal kunnen profiteren van het vocht van juni om tot betere opbrengsten te komen.
De totale bruto-opbrengst van de 8 percelen Sinora ligt na 100 groeidagen gemiddeld op 30 ton/ha. Ook hier zijn de onderlinge verschillen per perceel groot. Opvallend is nog dat de opgevolgde percelen Sinora duidelijk achterliggen op het meerjarige gemiddelde. Sinora is iets later dan Amora en had duidelijk al meer te lijden onder de droogte.
Weinig plaagdruk
Ondertussen biedt het droge weer ook voordelen. Bij gebrek aan voldoende bladnat waren er in de voorbije weken amper infectiekansen voor phytophthora. Op basis van het waarschuwingssysteem van Viaverda, werden tot op heden – naargelang de plantdatum - 4 (of 5) spuitadviezen uitgestuurd, waarvan 2 (of 3) in juni.
Ook voor alternaria is bladnat nodig. Het waarschuwingssysteem van Viaverda gaf vorige week aan een eerste preventieve bespuiting uit te voeren in percelen die al 30% afgerijpt zijn. In augustus zijn de nachten doorgaans iets vochtiger en neemt de afrijping verder toe. Vanaf dan is een tweewekelijkse bespuiting aangewezen.
Loofdoding in zicht
Voor wie tafelaardappelen teelt, wordt het een opdracht om het drogestofgehalte van diverse rassen in het oog te houden. Als gevolg van de droogte zijn de onderwatergewichten bijzonder hoog. Voor vastkokende rassen kan dit een probleem zijn, wat zich uit in open en bloemig koken. Bij voldoende sortering kunnen de groei en het drogestofgehalte stilgelegd worden door loofdoding. Ook pootgoedteelt moet gecontroleerd worden op sortering vooraleer te loofdoden.
Doornappel verwijderen
Viaverda en Inagro wijzen nog op een andere actualiteit in de aardappelteelt. Zij vestigen de aandacht op het belang van het verwijderen van doornappel in aardappelvelden. “Trek doornappelplanten uit met handschoenen en verwijder ze volledig van het perceel. Laat de planten niet op het veld liggen. Ook na het uittrekken kunnen ze nog proberen zaden te vormen”, luidt het advies.
De veiligste aanpak is om de planten volledig te vernietigen, door ze mee te geven met het restafval. “Het maaien en composteren of zelf opbranden van doornappel heeft geen enkele zin”, voegen ze er bij Inagro nog aan toe.





