Startpagina Uw stem

Opinie: Boeren hebben sneller toegang nodig tot biologische gewasbeschermingsmiddelen

Karel Bolckmans, voorzitter van de ‘International Biocontrol Manufacturers Association’ (IBMA), wijst op de steeds kleiner wordende gereedschapskist voor onze boeren. Hij roept daarom op om biologische gewasbeschermingsmiddelen dringend sneller goed te keuren.

Leestijd : 4 min

Europese landbouwers staan onder druk als nooit tevoren. We verwachten van hen dat ze goedkoop en kwalitatief voedsel produceren en tegelijkertijd de schadelijke effecten van pesticiden voor zowel de menselijke gezondheid als het milieu drastisch verminderen. Intussen raken de instrumenten om hun gewassen effectief en economisch te beschermen tegen schadelijke plagen en ziekten echter op. Sinds 1993 zijn immers meer dan 850 chemische middelen verboden of aan beperkingen onderworpen. Anderzijds duurt de registratie van biologische middelen in Europa 7 tot 10 jaar, tegenover 3 tot 4 jaar in de meeste wereldmarkten en slechts 1,5 jaar in Brazilië. Dit vormt een bedreiging voor de Europese voedselzekerheid, het inkomen van de landbouwers, de kost van ons voedsel en jaagt de hoognodige innovatie weg uit Europa.

Een gebrek aan middelen en expertise

De Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA) en de nationale autoriteiten besteden 50 tot 90% van hun middelen aan de verplichte tienjaarlijkse herevaluatie van bestaande goedkeuringen. Dit betekent dat door gebrek aan personeelsmiddelen bijna 80 nieuwe (biologische) werkzame stoffen vastzitten in een regelgevend proces van 7 tot 10 jaar, terwijl de meeste daarvan wel reeds beschikbaar zijn voor landbouwers buiten Europa.

Daarnaast zijn regelgevers zeer bedreven in het beoordelen van chemische pesticiden, maar beschikken ze vaak niet over de gespecialiseerde technische kennis die nodig is voor het beoordelen van biologische middelen. Dat leidt tot eindeloze verduidelijkingsvragen die zorgen voor ernstige vertragingen.

De Europese Commissie erkende het probleem in haar visie voor landbouw en voedsel van februari 2025, waarin werd opgemerkt dat de introductie van (biologische) alternatieven geen gelijke tred houdt met de intrekking van chemische werkzame stoffen.

De oplossing

Om de goedkeuringstermijnen voor biologische middelen drastisch te verkorten en om Europese innovatie te stimuleren, heeft de Europese Commissie in december 2025 belangrijke wijzigingen aan Verordening (EG) nummer 1107/2009 voorgesteld. Om te beginnen even ze een duidelijke definitie van biologische werkzame stoffen: micro-organismen; anorganische stoffen zoals die in de natuur voorkomen, met uitzondering van zware metalen en hun zouten; stoffen van biologische oorsprong of synthetisch geproduceerde stoffen die functioneel identiek en structureel vergelijkbaar zijn met deze stoffen.

De personeelsmiddelen en expertise bij EFSA worden uitgebreid en lidstaten krijgen de mogelijkheid om EFSA om ondersteuning te vragen bij het opstellen van het ontwerp-beoordelingsrapport (DAR).

Vervolgens stelt de Commissie een aantal maatregelen voor die de lidstaten in staat moeten stellen om hun bestaande middelen efficiënter in te zetten, door de procedure voor wederzijdse erkenning tussen de lidstaten voor biologische bestrijdingsmiddelen te versterken, door de voorlopige toelating van biologische middelen opnieuw in te voeren en door slechts één enkele toelatingszone voor biologische middelen te hanteren. Het invoeren van een onbeperkte goedkeuring voor alle werkzame stoffen, in plaats van de huidige tienjaarlijkse herevaluatie, zou daarbij ook tot grote tijdsbesparingen leiden.

De Commissie stelt bovendien dat prioriteit moet worden verleend aan de registratie van zowel biologische werkzame stoffen (Europees) als van producten (nationaal).

De complicatie

Sommige lidstaten stellen voor dat alleen de registratie van zogenaamde ‘laag risico’ werkzame stoffen zou moeten worden versneld. Volgens deze redenering is een versnelde procedure echter om 2 redenen onmogelijk.

Ten eerste kan men pas weten of een werkzame stof al dan niet ‘laag risico’ is ná het beoordelen van een volledig dossier. Daardoor kan ‘laag risico’ dus niet gebruikt worden als criterium voor het al dan niet opstarten van een versnelde toelatingsprocedure.

Bovendien is de huidige wettelijke definitie van ‘laag risico’ ontwikkeld voor chemische werkzame stoffen. Ze is gebaseerd op gevarencriteria en testprotocollen die niet geschikt zijn voor biologische middelen. Het ontbreken van een geschikt testprotocol leidt volgens het voorzorgsbeginsel automatisch tot uitsluiting uit de ‘laag risico’-categorie en dus van een versnelde goedkeuring.

Als de huidige ‘laag risico’-criteria zouden worden toegepast op de 180 in Europa goedgekeurde biologische werkzame stoffen, blijkt dat tot wel 105 (58%) van deze stoffen zouden worden uitgesloten van versnelde registratie.

De ‘compromisteksten’

Het Omnibus X-voorstel van de Europese Commissie moet worden goedgekeurd door zowel de Raad van Europese Ministers van Landbouw en Visserij (Agrifish) als door het Europees Parlement.

De huidige compromistekst van Agrifish zwakt het oorspronkelijke voorstel echter sterk af en leidt niet meer tot een betekenisvolle versnelling van de toelating van biologische middelen.

Op Europees niveau: alleen werkzame stoffen met een ‘laag risico’ komen in aanmerking voor versnelde procedures, waardoor mogelijk bijna 60% van de toekomstige biologische middelen zal worden uitgesloten van een versnelde procedure.

Op nationaal niveau: de stilzwijgende goedkeuring op basis van wederzijdse erkenning wordt afgeschaft, de voorlopige vergunning wordt beperkt tot producten met een ‘laag risico’ en de versnelde procedure voor eindproducten wordt geschrapt. Bezorgdheid over nationale soevereiniteit mag niet zwaarder wegen dan voedselzekerheid en verduurzaming van de landbouw!

Het ontwerp-voorstel van 6 juli van de commissies AGRI en ENVI van het Europees Parlement blijft wel dicht bij het oorspronkelijke voorstel van de Europese Commissie. Maar de kloof tussen de opinie van de Agrifish en het Europees Parlement brengt mogelijk de trialoogonderhandelingen in gevaar, waardoor het risico bestaat dat het gehele pakket wordt ingetrokken.

Onze oproep tot actie

Tijdens de onderhandelingen over de tekst zouden besluitvormers zich voortdurend één doorslaggevende vraag moeten stellen: zal dit voorstel de hoognodige toegang tot biologische gewasbeschermingsmiddelen voor Europese landbouwers aanzienlijk versnellen, of niet?

Als het antwoord ‘nee’ is, dan is het beoogde doel van het Omnibus-voorstel ten dode opgeschreven. Europese regelgevers moeten vooruitgang verkiezen boven administratieve verlamming en land- en tuinbouwers de moderne, duurzame hulpmiddelen geven die zij hoogdringend nodig hebben.

Karel Bolckmans (IBMA)

Lees ook in Uw stem

Opinie: Landbouwers in en rond Turnhouts Vennengebied opgeofferd voor waterlobelia

Uw stem Het stikstofdossier blijft de gemoederen beroeren, zeker bij de landbouwers in het Turnhouts Vennengebied. Naar aanleiding van de tussenkomst van Frank Smeets (cd&v, intendant voor de 5 maatwerkgebieden stikstof) in de commissie Landbouw en leefmilieu van 19 mei, bezorgde pluimveehouder Gunter Klaasen uit Ravels ons namens de Stuurgroep Vennengebied een opiniestuk.
Meer artikelen bekijken