Lengte en grofte van aardappelen blijven achter
De NEPG of de North European Potato Growers (telers uit België, Duitsland, Nederland en Frankrijk) merkt op dat de aardappeloogst nog niet afgerond is, maar dat nu al wel duidelijk is dat de gemiddelde opbrengsten aanzienlijk lager liggen dan het vijfjarige gemiddelde.

Zowel de grofte als de lengte van de aardappelen blijven duidelijk achter op de normale waarden, aldus de NEPG. Voor een aantal telers zal het een grote uitdaging worden om de contractueel afgesproken volumes te leveren.
Lasten niet enkel bij boeren leggen
De NEPG-telers benadrukken daarom de noodzaak om versneld over te schakelen naar veerkrachtigere en robuustere rassen. Die moeten beter bestand zijn tegen hitte, droogte en tegen de aardappelziekte, terwijl ze tegelijk minder stikstof vereisen. Daarnaast is er dringend behoefte aan meer onderzoek en innovatieve teelttechnieken die landbouwers helpen om zich aan te passen aan de gevolgen van de klimaatverandering. De telers wijzen erop dat de lasten van deze klimaatuitdaging niet uitsluitend bij de boeren mogen terechtkomen.
Hoewel op sommige percelen nog beperkte groei mogelijk is, bevinden de aardappelen zich nog grotendeels op het veld en moet de oogst in veel gevallen nog starten. Toch wijst alles erop dat de oogst van 2026 tot de laagste van de voorbije 10 jaar kan behoren. Dat is het gevolg van zowel een kleiner areaal als de moeilijke groeiomstandigheden tijdens het seizoen. Daarnaast hebben de weersomstandigheden een duidelijke impact gehad op de knolgrootte. Daardoor dreigt het voor sommige partijen moeilijk te worden om voldoende lengte te halen, wat de geschiktheid voor bepaalde afgewerkte aardappelproducten kan beperken.
Hitte en droogte wegen zwaar op opbrengst en kwaliteit
In de volledige NEPG-zone, met uitzondering van het noorden van Duitsland en de Nederlandse regio’s boven de grote rivieren, waar de neerslag dichter bij het langjarige gemiddelde lag, werden juli en augustus gekenmerkt door uitgesproken droogte en temperaturen die ruim boven de normale temperatuur uitkwamen. Zelfs in gebieden waar irrigatie mogelijk was, konden de aardappelen zich niet normaal ontwikkelen en onvoldoende opbrengst halen.
Hoewel problemen met doorwas over het algemeen beperkt blijven, zijn ze wel degelijk aanwezig. Daarnaast neemt de druk van ritnaalden verder toe en vormt ook de verspreiding van stolbur een groeiende zorg. Bovendien wordt verwacht dat vroegtijdige kieming een belangrijke uitdaging zal vormen tijdens de bewaring.
Een aanzienlijk aantal telers, vooral in België en Frankrijk, zal naar verwachting moeite hebben om de contractueel overeengekomen volumes te leveren.
Begrip tonen
De NEPG roept handelaren en verwerkers daarom op om hun kwaliteits- en leveringsspecificaties waar mogelijk aan te passen en om begrip te tonen voor de uitzonderlijke omstandigheden waarmee telers dit seizoen worden geconfronteerd. Vooral de lagere opbrengsten en de fijne sortering vragen om een pragmatische aanpak.
Verwerkers zijn niet de enige afnemers die behoefte hebben aan aardappelen, en dan vooral aan grotere maten en lange knollen. Ook de vraag vanuit de versmarkten in Zuid- en Oost-Europa blijft sterk. Daarnaast zal naar verwachting ook Groot-Brittannië extra aardappelen en aardappelproducten nodig hebben als gevolg van de droogte en hitte die de aardappelteelt in de zomer van 2026 aan de andere zijde van het Kanaal en de Noordzee hebben getroffen.
Vooral op het vlak van knolgrootte en lengte zal meer flexibiliteit nodig zijn. De beschikbaarheid van grote, lange aardappelen, zoals exportmarkten die traditioneel gewend zijn af te nemen, zal dit seizoen beperkter zijn. Een pragmatische benadering van de productspecificaties wordt daarom essentieel om de marktbehoeften en het beschikbare aanbod beter op elkaar af te stemmen.





