Startpagina Schapen

Rendabiliteit van lamsvleesproductie

Het overgrote deel van de inkomsten op een klassiek schapenbedrijf is afkomstig van de verkoop van slachtlammeren. Het aantal verkoopbare lammeren bepaalt dus, samen met de verkoopprijs, of een schapenhouderij gericht op lamsvleesproductie rendabel is.

Leestijd : 4 min

Het is niet omdat het bedrijf een gemiddelde worpgrootte van 2,0 haalt, dat u per aanwezige ooi ook 2 lammeren zal kunnen verkopen. De realiteit is soms ontnuchterend. Variaties in bepaalde foktechnische kengetallen hebben een duidelijke impact op het aantal verkoopbare lammeren. Die kan u bijhouden in enkele excelwerkbladen om simulaties te maken voor het eigen bedrijf. Hoe u dat het beste aanpakt leest u verder in dit artikel.

Factoren

Hoeveel slachtklare lammeren men per jaar kan afzetten hangt van een reeks factoren af. Natuurlijk heeft het aantal aanwezige ooien een grote invloed. Daarnaast zijn ook het drachtpercentage, de worpgrootte en de uitval aan lammeren rond de geboorte van belang. Verder hebben de uitval op oudere leeftijd na het spenen en ook het jaarlijks vervangingspercentage van oude ooien door ooilammeren ook hun effect.

Hoeveel verkoopbare lammeren haalt een financieel gezond bedrijf?

Al deze aspecten kunnen erg verschillen van jaar tot jaar, van bedrijf tot bedrijf en sommige zelfs van ras tot ras. Het vervangingspercentage van oudere ooien door ooilammeren kan ruim variëren, van 20 tot 33 % per jaar. Dit wil zeggen dat jaarlijks 1 op de 5, tot 1 op 3 van de volwassen ooien door jonge vervangen worden. De uitval van volwassen dieren ligt ergens tussen 3 en 7 % op jaarbasis.

Ooilammeren en meerjarige ooien

Tussen ooilammeren en oudere ooien zien we ook veel verschil voor deze kengetallen. Het drachtpercentage van ooilammeren bedraagt zo’n 80 à 95 %, van de oudere ooien is dat zo’n 95 à 98 %. Wat de worpgrootte betreft: die ligt voor jonge ooien heel wat lager dan voor meerjarige ooien. Het niveau is erg rasafhankelijk.

De sterfte tijdens en kort na de geboorte is hoger bij werpende jonge ooien dan bij oudere ooien. Bovendien is ze erg rasgebonden en gerelateerd aan de tijd en aandacht die de schapenhouder in de lammertijd aan zijn kudde besteed. Voor jonge ooien kan dit tussen 10 en 25 % liggen, voor oudere ooien tussen 8 en 15 %. Op jaarbasis komt de sterfte na het spenen gemiddeld neer op 5 %.

Of de ooilammeren het jaar van de geboorte toegelaten worden tot de ram heeft een vrij grote impact op het aantal verkoopbare lammeren, en het inkomen hieruit.

Gemiddeld bedrijf

Voor een bedrijf met 100 ooien van een matig vruchtbaar ras bekomen we bij gemiddelde cijfers de volgende gegevens (zie tabel 1).

schaap1

Het aantal verkoopbare lammeren op dit bedrijf is 110, hetzij 1.10 per aanwezige ooi. Concreet betekent dit dus dat uitgaande van een gemiddelde worpgrootte van 1,3 voor ooilammeren en 1,8 voor de oudere ooien er toch slechts gemiddeld 1.1 lam per ooi geschikt is voor verkoop.

Invloed afzonderlijke factoren

Als we nu, startend vanuit de hoger beschreven uitgangspositie, telkens één factor wijzigen naar een gunstig of ongunstig niveau en de rest laten zoals hierboven dan bekomen we de volgende tabel (tabel 2).

schaap2

De meest opvallende wijzigingen in aantal verkoopbare lammeren zijn te wijten aan een wijziging van de worpgrootte, en dus de vruchtbaarheid, een rasgebonden kenmerk. Het type moederdier, of het een zuiver ras of kruising betreft, is in deze heel belangrijk om de inkomenspositie gunstig te beïnvloeden, dit nog los van de gerealiseerde verkoopprijs per lam.

Een tweede belangrijke vaststelling is dat het niet laten dekken van de ooilammeren het jaar van de geboorte het aantal verkoopbare lammeren erg nadelig kan beïnvloeden.

Optimaal scenario

Combineren we alle factoren op een eerder optimaal niveau, met vervangingspercentage 20  %, dan bekomen we de volgende tabel (tabel 3).

schaap3

Deze cijfers leiden tot 164 verkoopbare lammeren per jaar. Door een reeks foktechnische resultaten te optimaliseren kan het aantal verkoopbare lammeren t.o.v. de uitgangssituatie met 50 % verhoogd worden.

Besluit

Uit al het voorgaande kunnen we besluiten dat een deskundig bedrijfsbeleid, met een goede rassenkeuze, een beleid gericht op langlevendheid van de ooien, goede drachtresultaten, een gepast geboortetoezicht en een attent zijn het jaar rond tot uitmuntende resultaten kan leiden. Uiteraard zullen in een volgende fase ook conformatie en verkoopprijs nog hun rol spelen om tot een opbrengstenoptimalisatie te komen.

Momenteel loopt er een demonstratieproject onder de titel ‘Schapenhouderij zoekt rendabiliteit’, dat via een enquête en doorlichtingen van bedrijven een realistisch beeld van foktechnische kengetallen en rendabiliteit op onze Vlaamse schapenbedrijven nastreeft. Partners zijn de vzw Vlaamse Schapenhouderij (VSH) , Dierengezondheidszorg Vlaanderen (DGZ), en KULeuven, Campus Geel.

Eigen cijfers bijhouden

Om een goed beeld te krijgen van de eigen resultaten is het belangrijk om voldoende gegevens bij te houden. Aan het einde van een ‘schapenjaar’ kunt u dan één en ander doorrekenen om te zien waar u staat. Om de schapenhouder hierbij te helpen stelde het demoproject een excelwerkblad samen, dat u via de website van de vzw Vlaamse Schapenhouderij vrij te downloaden is.

Het excel-bestand heeft als naam ‘Foktechnische module versie 1’ en kan gevonden worden op www.VSH.be waar u onderaan het titelblad doorklikt naar het project ‘Schapenhouder zoekt rendabiliteit’ en dan naar downloads. In de licht gekleurde velden kan men zijn eigen bedrijfsgegevens inbrengen en later eventueel wijzigen, en dan bekijken hoe het aantal verkoopbare lammeren evolueert. Dit excelbestand zal de komende maanden verder uitgebouwd worden tot een volwaardig rendabiliteitsmodel.

Tot slot willen we de lezer er ook attent op maken dat er vanuit dit demoproject driemaandelijks een digitale nieuwsbrief verzonden wordt naar geïnteresseerden. Bij interesse kan je je aanmelden via mail naar info@vsh.be.

André Calus

Lees ook in Schapen

Het herkauwproces en mogelijke probleemsituaties bij schapen

Schapen Schapen zijn herkauwers. Dat betekent dat ze via een complex magensysteem cellulose- en vezelrijke planten kunnen benutten om zich te voeden. We gaan in dit artikel dieper in op hoe dit verteringsproces verloopt, maar ook op eventuele problemen die we als veehouder kunnen ervaren als er bij de vertering iets verkeerd loopt, zoals groenkauwen of enterotoxaemie.
Meer artikelen bekijken